Het Gat van Bert

Een klas vol leraren, dat is verhevigd onderwijs. Zoiets als poederthee. (We werden bevrijd door Engelsen. Ze werden gelegerd in de school. Daar schooierden kleine jongetjes zoals ik, lekkers bij elkaar. De soldaten hadden blikjes poederthee: een grauw mengsel van gemalen thee, poedermelk en suiker. Dat kon je eten: hevige thee. Onvergetelijk.)

Den Haag heeft de basisvorming ingevoerd. Maar het veld rond Den Haag, het onderwijsveld, is er druk mee bezig. Het veld denkt na. Daarom zitten overal in Nederland leraren in de klas. Ze zijn lastig voor elkaar. Ze weten niet precies hoe volwassenen met elkaar omgaan. Ze zien zelden volwassenen: bij het stoplicht, onder het avondeten en soms op een verjaardag. Ze hebben te weinig oefening. Zet ze in een klas en ze gaan elkaar lesgeven. Het is ze niet kwalijk te nemen.

Al pratend ontdekken zij problemen. Hoe komt de lessentabel er uit te zien? (Niemand weet hoe het zit met de tabel.) Zijn er nieuwe boeken? (Er zijn nog geen nieuwe boeken.) Hoe zit het met bevoegdheid 2a? (Niemand weet hoe het zit met bevoegdheid 2a.) Zijn er toetsen en zijn ze verplicht? (Niemand weet hoe het zit met de toetsen.) Hoe voer je de basisvorming in? (De basisvorming voer je niet in, de basisvorming gebeurt.)

Er is een ingewikkeld probleem. Dat probleem leg ik nu uit. Scholen voor voortgezet onderwijs zijn verdeeld in twee moten: de onderbouw en de bovenbouw. De bovenbouw begint op de mavo in de derde, en op havo en vwo in de vierde. Dan wordt het onderwijs echt serieus. Dan zijn de vakkenpakketten gekozen. Vanaf dat moment is het examen leidraad bij het onderwijs.

In de onderbouw zal in de toekomst de basisvorming plaats vinden. De basisvorming, dat zijn de kerndoelen. In de kerndoelen staat wat de docent de leerlingen moet leren. Maar de docent die de kerndoelen leest, mist iets. De kerndoelen zullen zijn leerlingen minder ver brengen dan het onderwijs, dat hij nu in de onderbouw geeft. Er zit een gat tussen de kerndoelen en het bovenbouw onderwijs. Dat wil zeggen: als de docent in de onderbouw alleen kerndoelen behandelt, weten zijn leerlingen te weinig bij de start van de bovenbouw.

De eerste die het gat een gat noemde, is Bert (nee, trouwe lezers, niet die in Den Haag). Het heet daarom het Gat van Bert (dat is dus, trouwe lezers, niet het Gat van Leo). Bert heeft altijd alles vlugger in de smiezen. Bert is heel snel (vooral in de buurt van koude buffetten).

Ondertussen zitten we met het Gat van Bert. Wat doen de uitgevers met het Gat? Maken ze basisvorming boeken? Of maken ze basisvorming boeken met er achter de voor het Gat noodzakelijke leerstof? Of worden het ouderwetse onderbouw boeken besprenkeld met kerndoelen? Doen we eerst basisvorming, dan Gatse onderwijs en vervolgens bovenbouw? Of blijft alles bij het oude? Steunend, zuchtend, smalend zitten de leraren bij elkaar in de klas.

Bert had ook nog een nieuwtje. Een commissie gaat de examenprogramma's voor vbo (heette vroeger lbo) en mavo (C/D, voor ingewijden) herzien. Eén examenprogramma-commissie voor alle vakken, dat is nog nooit vertoond in Nederland. Gaat deze commissie iets aan het Gat van Bert doen?