Halonconcentratie in atmosfeer stijgt niet meer

Goed nieuws van het ozonfront. Het tempo waarmee de concentratie halonen in de atmosfeer stijgt neemt af.

Dat blijkt uit luchtmonsters die verzameld worden door de National Oceanic and Atmosphere Administration (NOAA). Onder halonen verstaat men een grote groep broomhoudende halogeenkoolwaterstoffen, die verwant zijn aan de beruchte chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's). Halonen worden vooral gemaakt vanwege hun uitstekende bluswerking en geringe giftigheid, maar het nadeel is dat het broom in deze gassen het ozon in de stratosfeer afbreekt, nog steker zelfs dan het chloor in CFK's.

Halonen werden ongeveer dertig jaar geleden voor het eerst als blusmiddel geïntroduceerd. Sinds die tijd is hun concentratie in de atmosfeer gestaag gestegen. Hoewel de concentraties van de verschillende soorten halonen in de lagere atmosfeer slechts twee deeltjes per biljoen (10¹²) bedraagt, hebben deze gassen zo'n lange levensduur dat ze voldoende tijd hebben om naar de stratosfeer op te stijgen en daar de ozon af te breken. Halon H-1211 kan 11 tot 16 jaar in de atmosfeer blijven hangen en H-1301 zelfs 65 tot 77 jaar.

Uit metingen aan luchtmonsters die in de afgelopen zes jaar overal op aarde werden genomen blijkt nu dat het groeitempo van de concentratie van beide soorten halonen duidelijk is verminderd. Deze afname blijkt bovendien consistent met schattingen over de verminderde emissies van deze gassen die gebaseerd zijn op hun verminderde produktie. De geïndustrialiseerde landen zijn in het Montreal Protocol (1987, aangescherpt in 1990) overeengekomen de produktie van halonen te verminderen en tegen het jaar 2000 geheel te stoppen. De nu waargenomen afname zou het bewijs zijn dat deze afspraken nu al vruchten beginnen af te werpen. (Nature 359, p. 403).

Hoewel het tempo waarmee de concentraties halonen in de atmosfeer stijgen nu afneemt, zullen er waarschijnlijk nog lang nadat hun produktie is gestopt halonen in de atmosfeer terecht komen. Er zitten nog grote hoeveelheden van deze gassen in brandblusapparatuur en in de opslagtanks van de producenten. Door lekkage en gebruik zal een deel van deze gassen alsnog in de atmosfeer belanden. Maar als de vermindering van hun gebruik voortgaat zoals in de afgelopen jaren is gebeurd, dan zou hun concentratie in de atmosfeer al in 1994 of 1995 een maximum bereiken en daarna wellicht dalen.

    • George Beekman