Golanhoogte

Volgens oud-VN-waarnemer en militair attaché J.C. Mühren ging er van Syrië in de jaren voor de Zesdaagse Oorlog van 1967 voor Israel geen enkele dreiging uit. De Westerse media liepen in hun berichtgeving over een vermeende dreiging linea recta in een Israelische propagandaval (NRC Handelsblad, 27 oktober).

Met geen woord rept Mühren erover dat die wapenstilstands-overeenkomst in 1949 de resultante was van een Syrische aanvalsoorlog in 1948 tegen de in dat jaar uitgeroepen joodse staat en evenzeer verzwijgt hij het feit dat tot vorig jaar Syrië heeft geweigerd het bestaan van de staat Israel als feit te aanvaarden. Een staat waarvan de uitroeping in 1947 door de assemblee van de VN werd gelegitimeerd.

Dat er van Syrië in die jaren geen militaire dreiging uitging is onzin. Van de hoogvlakte van Golan kon Syrië met middellang geschut vrijwel geheel noordelijk Galilea bestrijken. Geen enkele nederzetting in dat gebied was veilig.

Zelf heb in in 1967 de beschieting van kibboets Ganot meegemaakt en dat was verre van plezierig. Aan deze beschieting was geen enkele Israelische provocatie voorafgegaan. Provoceren doet men in de regel ook niet als men kansloos is, maar juist als men zich oppermachtig en onkwetsbaar acht. Uit hun schijnbaar onneembare fortificaties op de Golan waanden de Syriërs zich heer en meester over Galilea. Israel had op dat strategisch voordeel van Syrië in feite geen enkel doeltreffend militair antwoord.

Represailles van de luchtmacht hadden slechts een beperkt en kortstondig effect. Alleen een grootschalige gecoördineerde aanval van grondtroepen en luchtmacht zouden de Syriërs kunnen uitschakelen. Met een dergelijke aanval dreigde wijlen premier Esjkol na de moorddadige beschieting op Ganot. Niet als provocatie, maar als antwoord op een oneindige reeks van provocaties van de Syriërs.

    • Hans Knoop