Fuchs "met kop en schouders' boven anderen uit

AMSTERDAM, 29 OKT. Rudi Fuchs, die met ingang van 1 februari 1993 Wim Beeren opvolgt als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam stak “met kop en schouders” uit boven de andere kandidaten met wie de twee selectiecommissies van de gemeente hebben gesproken, wegens “de compleetheid van zijn kennis”. Dat zei gisteravond wethouder E.C. Bakker van cultuur in een toelichting.

In totaal zijn volgens Bakker met acht kandidaten gesprekken gevoerd. Vijf van hen hadden zelf gesolliciteerd, drie, onder wie een buitenlander, waren door de gemeente benaderd. De wethouder wilde geen namen van andere kandidaten noemen. Wel zei hij dat Fuchs hoorde tot degenen die door de gemeente zijn benaderd. Fuchs, die acht jaar geleden samen met Beeren kandidaat was maar na een onverkwikkelijke openbare strijd tussen voor- en tegenstanders werd gepasseerd, had eerder gezegd alleen voor de functie in aanmerking te willen komen, als de gemeente hem ervoor zou vragen. Volgens Bakker heeft Fuchs gisteren de Haagse wethouder van cultuur op de hoogte gesteld van zijn benoeming. Aangezien ook directeur Wim Crouwel van museum Boymans-Van Beuningen in Rotterdam volgend jaar met pensioen gaat, komen binnenkort bij twee belangrijke Nederlandse musea de directeursplaatsen vacant.

Net als Beeren krijgt Fuchs de functie van directeur van de Dienst Musea voor Moderne Kunst. Hij krijgt zowel het zakelijk als het artistiek beleid onder zijn hoede. De nieuwe directeur krijgt in de naaste toekomst te maken met een ingrijpende verbouwing waarbij de ruimte van het Stedelijk Museum min of meer wordt verdubbeld. De expositiemogelijkheden zullen door de uitbreiding veel groter worden. Er werd daarom al gespeculeerd over een eventuele verdeling van de functie over een zakelijk en een artistiek leider. Volgens Bakker echter krijgt de directeur wat betreft het financiële beleid en de verbouwing voldoende ondersteuning van het zittende personeel. Desgevraagd sloot hij echter niet uit dat de functie van waarnemend directeur, die volgend jaar vacant komt door het vertrek van hoofdconservator R. Dippel (61), een andere invulling zal krijgen. Dippel maakt gebruik van de vut-regeling en vertrekt per 1 april. De benoeming van de waarnemend directeur is een zaak van B en W.

Over de inhoud van het toekomstig beleid wilde Bakker gisteren niets zeggen. “Dat laat ik aan Fuchs over. Hij heeft meer verstand van kunst dan ik”, aldus Bakker. In een vraaggesprek in NRC Handelsblad van 18 september zei Fuchs: “Ik heb opvattingen over kunst, over collecties... Die zijn voor een deel gebonden aan de instelling waar ik werk en voor een deel zijn ze absoluut. Ik zal mijn hele leven weigeren om populistische tentoonstellingen te maken”.

Fuchs studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Leiden, waar hij vervolgens wetenschappelijk (hoofd)medewerker was aan het Kunsthistorisch Instituut. Hij werkte en werkt mee aan verscheidene kranten en tijdschriften, waaronder NRC Handelsblad en De Gids. Van 1974 tot 1987 was hij directeur van het Stedelijk Van Abbemuseum in Eindhoven. Hij stelde in 1982 met succes de vijfjaarlijkse internationale tentoonstelling Documenta in Kassel samen. Hij werd in 1987 directeur van het Haags Gemeentemuseum. Eerder deze maand werd hij in Quebec gekozen als voorzitter van het Internationale Comité van Musea voor Moderne Kunst, de CIMAM, waarbij de grote musea voor moderne kunst in Europa, Azië en Amerika zijn aangesloten.

In 1991 zorgde Fuchs voor opschudding in de kunstwereld door voor te stellen enkele topstukken, twee Picasso's en een Monet, uit de verzameling van het Haags Gemeentemuseum af te stoten om zo meer financiële armslag te krijgen voor nieuwe aankopen. Minister d'Ancona liet toen weten dat zij daar, zo nodig, een stokje voor zou steken. In de gesprekken met Fuchs is volgens Bakker ook dit onderwerp aan de orde geweest. Volgens de wethouder zal er wat betreft het Stedelijk geen sprake zijn van de verkoop van topstukken, “maar het beleid van het Stedelijk wil ik verder geheel aan hem overlaten”.

De benoeming is gegaan volgens de gemeentelijke raamprocedure voor de aanstelling van directeuren van gemeentelijke diensten. Op grond daarvan waren een ambtelijke en een bestuurlijke benoemingscommissie ingesteld. In de ambtelijke commissie zaten Beeren, C. Habbema (directeur Stadsschouwburg), mr. A.W. Jansen (hoofd afdeling Kunstzaken), G.J. Veentjer (directeur Personeelszaken) en mr. K. Kooiker (gemeentesecretaris). Deze ambtelijke commissie heeft evenals de bestuurlijke commissie gesprekken gevoerd met de kandidaten. In de bestuurlijke commissie zaten burgemeester drs. Ed. van Thijn, de wethouders van cultuur, financiën (mr. F.H.G. de Grave) en personeelszaken (drs. P. Jonker), en de gemeentesecretaris. Beide teams konden kandidaten benaderen die niet hadden gesolliciteerd.

Beeren spreekt in een verklaring zijn voldoening uit over de benoeming. Volgens de scheidend directeur is de opvolgingsprocedure "vlekkeloos' verlopen. “De ambtelijke en bestuurlijke commissies kwamen tot overeenkomstige conclusies die met instemming door B en W zijn gevolgd”, aldus Beeren. Hij zegt dat de voordracht van Fuchs in hoge mate recht doet aan de mede door hem opgestelde profielschets.

Beeren kwam vorig jaar in een moeilijke positie door de omstreden restauratie van Barnett Newmans schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III. Het schilderij bleek door de Amerikaanse restaurateur Goldreyer te zijn overgeschilderd. Beeren heeft het artistieke resultaat van de restauratie steeds verdedigd als "goed en bevredigend'. Fuchs nam het in de affaire op voor Beeren. De zaak, die de vorige cultuurwethouder M. Baak de kop kostte, riep vraagtekens op over de gevolgde procedure. Volgens Bakker is het onderwerp restauraties eveneens aan de orde geweest in de sollicitatiegesprekken.