Fruitvliegjes

Gaat het buiten met de levende natuur snel bergafwaarts zonder dat de particulier er veel invloed op kan uitoefenen, binnenshuis leidt een diervriendelijk beleid al gauw tot een meetbare verhoging van de soortenrijkdom, de biodiversiteit. 't Gaat niet altijd om de hoogste levensvormen en meestal is het bekend spul maar van tijd tot tijd arriveren toch ook nieuwe soorten.

Als de waarneming niet bedriegt worden bijvoorbeeld fruitvliegjes binnenshuis steeds algemener. Fruitvliegjes van het geslacht Drosophila, ook wel bananevliegjes of azijnvliegjes genoemd, zijn geelbruinige vliegjes die niet veel groter worden dan een luciferskop. Men treft ze binnenshuis vooral in de omgeving van overrijp fruit (aangesneden meloenen en zwarte bananen zijn favoriet), yoghurt en staartjes bier en wijn. En rond de vuilnisbak, als daarin voldoende gisting optreedt, want zowel de volwassen vliegen als hun larven leven van gist en schimmel.

Fruitvliegjes doen geen kwaad, hoogstens brengen ze, door hun neiging om dwars door hun voedsel te stappen, yoghurt en jam wat eerder aan het schimmelen dan tot dusver gebruikelijk was. Het is een genoegen te zien hoe zulke kleine diertjes in staat zijn tot een kalme, bedaarde vlucht, zoals de literatuur dat noemt. Onder het vergrootglas is de fruitvlieg een levendig dier met een helder, zij het rood, oog voor the sunny side of life.

Binnenshuis worden fruitvliegjes dus algemener. Of zou de waarneming bedriegen? Wetenschappers reageren op die vraag zoals het hoort: bewezen is er niets, zeggen ze, want behoorlijk onderzoek ontbreekt, maar ook wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken, enz. Opvallend is dat alle geraadpleegden onmiddellijk een verklaring hadden voor het onbewezen succes van het vliegje, of liever gezegd: de vliegjes, want er blijken verschillende soorten in de woning voor te komen.

Als de vliegjes steeds algemener worden, zeggen ze, worden ze algemener omdat de woningen steeds warmer worden, omdat de welvaart steeds meer afval overlaat en vooral omdat er steeds meer "groencontainers' en "biobakken' voor groente-, fruit- en tuinafval geplaatst worden. De biobak is de grote broedplaats voor fruitvliegjes.

Belangrijk is dat de in huis aan te treffen fruitvliegjes geen inheemse soorten zijn. In Nederland komen ongeveer twintig wilde soorten Drosophila voor maar die leven voornamelijk in het bos. Het gaat niet goed met ze, zegt dr. J.J.M. van Alphen van de vakgroep populatiebiologie in Leiden. Hij onderzoekt of de Drosophila-dichtheid als indicator voor de gezondheid van bossen is te gebruiken en dat zegt genoeg. Van de bos-fruitvliegjes leeft een deel op paddestoelen, zoals stinkzwammen, en een ander deel op het suikerhoudende sap dat uit beschadigde boombast druppelt. Er zijn ook inheemse soorten met een voorkeur voor rottende vlezige bladeren, zoals die van de suikerbiet.

Binnenshuis leven gedomesticeerde fruitvliegjes uit warmere streken, vaak de tropen. Bekende "vuilnisbaksoorten' zijn Drosophila immigrans, D. funebris en D. busckii. Drosophila melanogaster, de zwartbuikige dauwminnaar die al decennia lang zeer populair is als onderzoeksobject onder genetici en ontwikkelingsbiologen, is minder algemeen.

Biologen, die toch gewoonlijk een flinke emotionele afstand tot hun onderzoeksobject bewaren, spreken met liefde over Drosophila. Het zijn eigenlijk landbouwers, zegt Van Alphen, ze enten de gisten en schimmels waar ze van houden op substraten waarop die gisten weer verder groeien. ""Vast staat dat de omvang van de populatie bepaald wordt door de hoeveelheid beschikbaar voedsel.'' Dr. L.E.M. Vet van de vakgroep populatiebiologie in Wageningen beschrijft hoe de kleine mannetjes met lokstoffen vrouwtjes aantrekken en bij de paring hun lokstof overdragen waarop andere mannetjes de bevruchte vrouwtjes prompt links laten liggen. En hoe zij sluipwespen laat aanvallen op fruitvliegjes, enfin.

Verschil van mening is er tussen de populaire literatuur, Van Alphen en Vet over de lengte van de generatiecyclus van de meeste fruitvliegjes. De tijd die er voor nodig is om uit een geslachtsrijpe vlieg via ei, larve en pop weer een volwassen vlieg te krijgen. Die is enige weken, zeggen de boeken. Eerder twaalf dagen, meent Van Alphen, op voorwaarde dat de temperatuur hoog genoeg is. Acht à negen dagen, zegt Vet, die de vliegjes ook zelf kweekt.

Voor de vliegjes zal het er vooral op aan komen de cycluslengte in de groencontainer/biobak beneden de 14 dagen te houden. In 1993 wordt die container landelijk ingevoerd en de meeste gemeenten neigen ertoe de bakken maar eens per twee weken te gaan legen. De geraadpleegde biologen nemen aan dat de vliegjes die frequentie in hun voorplanting zullen kunnen voorblijven: de gistende massa groente en fruit drijft de temperatuur gewoonlijk flink op en in de zomer helpt de zon een handje. Tegen een ophaalfrequentie van eens per week zijn de vliegjes niet opgewassen.

Met de toenemende hoeveelheden fruitvliegjes in huis en hun aangeboren belangstelling voor bier en wijn wordt de vraag steeds interessanter waarom restjes wijn en bier steeds minder vaak spontaan in azijn veranderen. Aan de infectiekans kan het immers niet liggen. Ook de hoeveelheden conserveermiddel die de groei van azijnzuurbacteriën remmen, zoals sulfiet en hop-extract, zijn de laatste jaren alleen maar verminderd, zegt prof.dr.ir. F.M. Rombouts (levensmiddelenhygiëne en microbiologie) in Wageningen. Anderzijds is de bier- en wijnbereiding an sich nauwelijks veranderd. Blijft over de toegenomen hygiëne in de fabriek en de gewoonte bier en wijn te gaan pasteuriseren. Dat laatste lijkt de clou. Alleen een restje Grolsch wil nog wel eens in azijn veranderen, wist een kenner. Grolsch blijkt een van de laatste brouwers die hun bier niet pasteuriseren. ""Veel natuurlijker.'' Toch ziet de onderneming zich niet graag met azijn geassocieerd.

    • Karel Knip