Feestelijk laatste optreden van bariton Ruud van der Meer; Franse lied aanstekelijk vertolkt

Concert: Ruud van der Meer (bariton) en Rudolf Jansen (piano). Programma: liederen van Duparc, Chausson, Ibert, Poulenc, Fauré, Debussy en Louis Andriessen. Gehoord: woensdagavond in Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam. Uitzending via radio 4 op 26 december tussen 11 en 12 uur.

Gisteravond vierden Ruud van der Meer en Rudolf Jansen hun 25-jarig samenzijn op het concertpodium door net als bij hun eerste optreden als duo in 1967 een geheel uit Franse liederen samengesteld programma te vertolken. Van der Meer beschouwt dit jubileum meteen als een goede gelegenheid om zijn carrière als zanger af te sluiten. Wat ook de redenen van dit betrekkelijk vroege afscheid mogen zijn, als luisteraar kan men niet anders dan ze respecteren. Verheugend is in elk geval te mogen constateren dat Van der Meer op dit moment nog niets van zijn vocale zeggingskracht heeft verloren.

Deze veelzijdige bariton mag zich dan wel verweren tegen de reputatie van voornamelijk vertolker van het Franse lied te zijn, zijn affiniteit met dit genre is onmiskenbaar. Dat bleek gisteren onder andere weer door de natuurlijke manier waarop Van der Meer de specifieke kleur van de Franse klinkers in de melodie integreert. Zonder zijn eigen aard te verloochenen dringt hij tot het wezen van deze muziek door en bewijst hij dat de Franse finesse ook met een kernachtig mannelijk baritonaal geluid kan worden benaderd.

Extra luister gaf het duo aan een voornamelijk als feestelijk bedoeld optreden door naast het vele bekende een aantal onbekende liederen van verrassende kwaliteit te brengen. Zoals het vrijwel vergeten Le Galop door Duparc op jeugdige leeftijd gecomponeerd op een spannende tekst van Sully-Prudhomme. Op indrukwekkende wijze gaven Van der Meer en Jansen samen muzikale gestalte aan deze dramatisch geladen compositie, die in afwijking van andere Duparc-liederen nu eens niet aan de liefde gewijd is.

Met evenveel aanstekelijkheid vertolkte Van der Meer na elkaar Fauré's en Debussy's bekende toonzettingen van Verlaine's lichtvoetige "mandoline'. Daaraan voegde hij bij wijze van toegift nog een onbekende naar het café chantant riekende mandolineversie toe van Reynaldo Hahn.

Verrassend van kwaliteit waren aan het slot de drie liefdesliederen door Louis Andriessen als zeventienjarige verliefde conservatoriumleerling gedicht en gecomponeerd in een stijl aansluitend bij die van de Franse liedtraditie. Muzikaal werd het afscheid van het duo Van der Meer - Jansen besloten met een genoeglijk quatre-mains spel.

    • S. Bloemgarten