Een trombosebeen kan de eerste aanwijzing zijn voor kanker

Als iemand zomaar een trombosebeen krijgt, kan dat de eerste aanwijzing zijn voor een kankergezwel ergens in het lichaam. Dat blijkt uit een gezamenlijke publikatie van onderzoekers van de Universiteit van Padua en van het Academisch Medisch Centrum Amsterdam (The New England Journal of Medicine, 15 okt).

De onderzoekers stelden vast dat 10% van de patiënten met een onverklaard stolsel in de beenaderen binnen twee jaar kanker heeft. Als zo'n trombosebeen meer dan één keer voorkomt is die kans zelfs 17%. Als vergelijkingsmateriaal werden patiënten met een veneuze trombose gebruikt waarvoor wel een duidelijke oorzaak aantoonbaar was, zoals een familiaire aanleg, afwijkende bloedeiwitten, een blessure of bedlegerigheid. In deze controlegroep was de kans op kanker 1,9%.

Echt nieuw kunnen deze resultaten overigens niet genoemd worden, want al in 1872 stelde de Franse arts Trousseau dat spontane stolling vaak voorkomt bij kankerpatiënten. Het doel van de Nederlandse en Italiaanse onderzoekers was dan ook niet om dit nog eens te bewijzen, maar om te bekijken in hoeverre het bij een onverklaard trombosebeen gerechtvaardigd is om gericht naar kanker te gaan speuren. Uit hun onderzoek blijkt dat de voorspellende kracht van een onverklaard trombosebeen gering is: in 9 van de 10 gevallen was er na 2 jaar nog niets afwijkends te vinden. De wel opgespoorde kankers waren overigens zeer gevarieerd. Vrijwel geen patiënt had hetzelfde type gezwel in hetzelfde lichaamsdeel. Om te controleren of een patiënt met een trombosebeen kanker heeft moet dan ook een uitgebreide testbatterij gebruikt worden en het is de vraag of het kleine aantal te ontdekken kankergezwellen wel opweegt tegen de overlast, de kosten en niet te vergeten het ziekmakend effect van een dergelijk onderzoek voor patiënten die uiteindelijk geen kanker blijken te hebben.

Overigens is een "zomaar' ontstaand trombosebeen, waarin een patiënt een krampende pijn heeft als hij het beweegt en waarvan de huid glanzend gezwollen is, ook nu al een reden om uitvoerig specialistisch onderzoek te doen. De artsen proberen een eventueel behandelbare oorzaak op te sporen. Bij ruim 3% van de patiënten met een trombosebeen werd zo direct al een kankergezwel opgespoord. Een poging ook de resterende 7% op te sporen lijkt niet erg reëel. Ook de onderzoekers erkennen dat dit eerst maar eens moet worden aangetoond, voordat verdere aanbevelingen op hun plaats zijn.