Dichters aan de muur

Wie af en toe een school van binnen ziet kent ze ongetwijfeld: de poëzieposters van stichting Plint. Het begon in 1979 met een wit vel waarop in grote letters het gedicht "Aan Rika' van Piet Paaltjens stond gedrukt. Nu gaan er bij Plint dagelijks tientallen in full colour gedrukte affiches de deur uit. Voornamelijk naar scholen, die zich voor 40 gulden per jaar op een serie van zes kunnen abonneren, maar ook naar bibliotheken en particulieren.

Frank Eerhart, bedenker van de poëzieposter en stuwende kracht achter Plint heeft voor zijn werk zojuist de Brabantse Cultuurprijs '92 gekregen. In een persbericht schrijft de provincie Noord-Brabant: "Eerhart heeft beeldende kunst en poëzie met elkaar in verband gebracht op een wijze die voor een groot publiek toegankelijk is.' De prijs bestaat uit een geldbedrag van 10.000 gulden en een kunstwerk. Dat alles wordt Eerhart op 28 november door de Commissaris der Koningin uitgereikt.

Wat missen kinderen als ze nooit een gedicht lezen?

Eerhart: "Ze missen het inzicht dat je met taal kunt spelen. Dat woorden een bepaalde gevoelswaarde uitdrukken ook al staan ze in een onlogische volgorde achter elkaar. In een gedicht kom je een woord tegen dat niet bestaat maar wel iets betekent, zinnen worden afgebroken en leestekens ontbreken soms. Het is het ongewone, dat wat buiten de leesplank omgaat. Ik vind het goed dat kinderen op z'n minst kennismaken met die eigenzinnigheid van de dichtkunst. Ze hoeven het niet meteen te begrijpen, maar als ze tien keer langs zo'n poster zijn gelopen is het al niet zo heel vreemd meer.'

Is een gedicht niet hopeloos ouderwets voor kinderen die met Nike Air-schoenen aan voor de televisie zitten te zappen?

"Ja, waarschijnlijk wel, maar dat is geen reden om alles te laten. Dit is een leeftijdsgroep die erg hangt aan mode en merken, aan bepaalde muziek en vaste clubjes. Prima. Als leraar Nederlands vond ik het altijd een uitdaging om daar regelmatig doorheen te prikken. Om ze eens te laten zien dat je ook op een andere manier tegen de wereld aan kunt kijken. Doe maar gek, er is al gewoon genoeg. Ik kan niet aantonen dat poëzie moet, gedichten zijn ook niet direct efficiënt, maar je ontwikkelt er wel een bepaalde gevoeligheid mee. Aan de andere kant zie je ook dat jongeren in de puberteit juist ontvankelijk zijn voor poëzie. Ze herkennen daarin een soort eenzaamheidsgevoel dat hen op deze leeftijd bezig houdt.'

Hoe kwam de eerste affiche "Aan Rika' tot stand?

"Ik was docent Nederlands op het Bisschop Bekkerscollege in Eindhoven en ik begon teksten op te hangen in mijn lokaal. Het was gek om te zien, poëzie in zulke grote letters. De tekenleraar en ik hebben met 1500 gulden eigen geld een poster laten drukken - "Aan Rika' - want op dat gedicht zat geen auteursrecht meer. Een mailing naar scholen voor voortgezet onderwijs leverde 600 bestellingen op. Toen hebben we onze eerste serie affiches geplanned en werd de stichting Plint geboren.'

Wanneer ging u poëzie en beeldende kunst combineren?

"Dat deed ik eigenlijk al in mijn lessen op het Bekkerscollege. Als ik het over de stroming van de vijftigers had haalde ik de schilders van Cobra erbij. Zo kon ik de leerlingen laten zien dat literatuur niet iets gesoleerds is. Dat deze kunstenaars zich durfden te distantiëren van de gevestigde orde. Ze maakten niet wat het publiek graag wilde zien, maar ze gingen hun eigen weg en werden maar door enkelen begrepen. Met de poëzieaffiches ben ik voortdurend op zoek naar die eigenzinnigheid. In een combinatie van tekst en beeld. Het een moet het ander uitlokken.'

Moet je kinderen tegemoet komen door het ze makkelijk te maken?

"Nee, je kunt ze ook uitdagen. Wat moeten we hiermee? Is dit een grap? Maar hun stekels hoeven niet aldoor overeind te gaan staan. Gedicht en beeld moeten harmoniëren en nieuwsgierigheid oproepen. Daar kunnen ze mee verder. Gedichten van Toon Hermans bijvoorbeeld spreken een heel groot publiek aan, maar ik zal ze niet zo snel gebruiken. Ik heb nu een kinderposter met een illustratie van Dick Bruna. Het werkt meteen want iedereen herkent het. Dat is heel verleidelijk. Mooi hoeft niet per definitie moeilijk te zijn. Neem de eerste zin van het gedicht "Slapen' gaan van Pierre Kemp: "Er speelt nog een witte gedachte tussen de bladeren en de maan'. Dat begrijpen ook leerlingen van de brugklas. Ik vind dat je als school de plicht hebt om aan je leerlingen te laten zien wat je mooi en waardevol vindt. Dat er over smaak niet valt te twisten is onzin. Het gaat over kunst, en daarover valt wel degelijk te twisten.'

Treedt er na al die jaren geen punt van verzadiging op bij scholen?

"Als een school het abonnement opzegt vind ik dat een signaal. Het kan door een fusie komen of door bezuinigingen. Hoewel die veertig gulden natuurlijk geen grote besparing oplevert. Wat ik erg vind is dat ik die plek kwijt ben. Eén docent kan beslissen dat honderden kinderen de poëzieaffiches niet meer te zien krijgen. We hebben er nu al zoveel, zeggen ze dan, maar ze moeten ze ook niet jaren laten hangen. Elk jaar komen er weer zes nieuwe. Geef die oude posters weg aan een kind dat een goed cijfer gehaald heeft!

Scholen worden als maar groter en efficiënter. Ook in het onderwijs is er een tendens om steeds economischer te gaan denken. Voor de poëzie en de beeldende kunst is dat een gevaarlijke ontwikkeling. Wie tekenen als eindexamenvak kiest is blijkbaar te stom voor wiskunde. Verschraling. Voor je het weet is kunst een extraatje.'

    • Michaja Langelaan