De Fram van Nansen en Amundsen nu honderd jaar oud; Mooi was ze niet, maar onverwoestbaar

Op 26 oktober 1894 vertrouwde de Noorse poolreiziger Fritdjof Nansen aan zijn dagboek een liefdesverklaring toe: ""Geen moeder kan haar jong meer warmte en veiligheid onder haar vleugels bieden dan zij. Het vervult ons van vreugde naar haar terug te keren van de ijzige vlakten; als ik ver weg ben geweest en haar masten hoog boven de eeuwige mantel van de sneeuw zie rijzen, gloeit mijn hart van de warmte die ik voor haar voel.''

Zo herdacht Nansen, vastgevroren in het arctische ijs, de tweede verjaardag van zijn schip de Fram. Deze week is het een eeuw geleden dat de Fram te water werd gelaten. In het "heroïsche' tijdperk van de poolvorsing neemt het schip een belangrijke plaats in, niet alleen omdat zijn ontwerp revolutionair was, maar ook omdat er gedenkwaardige reizen mee zijn gemaakt. Eerst door Fritdjof Nansen (1893-96), vervolgens Otto Sverdrup (1898-1902) en tenslotte Roald Amundsen (1910-1912), die een maand vóór Scott als eerste de Zuidpool bereikte vanaf zijn basiskamp "Framheim'. Geen ander schip is zover naar het noorden geweest (85ß817' N) èn zo ver naar het zuiden (78ß841' S). Net als de Kon-Tiki en de Vikingschepen heeft de Fram een eigen museum in Oslo, sinds 1936.

Colin Archer

Hoewel fram in het Noors "voorwaarts' betekent, is het schip niet zo zeer ontworpen om te varen, maar om stil te liggen. In 1888 waren op de Groenlandse kust resten gevonden van het Amerikaanse schip Jeanette, dat zeven jaar eerder ten noorden van Siberië was vergaan. Nansen leidde hieruit af, dat het ijs boven Azië - misschien zelfs in de buurt van de Noordpool? - naar het zuiden stroomde, tussen Groenland en Spitsbergen. Om deze theorie te bewijzen wilde hij zich mee laten drijven. Scheepsbouwer Colin Archer, een Noor van Schotse afkomst, kreeg opdracht een solide schip te ontwerpen dat door het ijs niet in elkaar zou worden gedrukt, maar omhoog gestuwd. Nansen zelf beweerde niet hiermee iets nieuws te hebben bedacht: ""Ik heb me eenvoudigweg verlaten op de trieste ervaringen van eerdere expedities,'' schrijft hij in zijn reisverslag Farthest North.

Nansens bewondering voor Archers doeltreffende (hoewel weinig elegante) ontwerp wordt almaar groter. Als in januari 1895 het schip in razend tempo wordt bedolven onder een lawine van ijsblokken, maakt de bemanning zich voor de eerste (en, naar later zou blijken, laatste) keer op de Fram te verlaten. ""Geen enkel ander schip had zo'n aanslag kunnen weerstaan,'' schrijft hij opgelucht. ""De Fram is de notedop die de dwergen met al hun sluwheid hebben gebouwd om de reus mee te bevechten. (-) Elke keer dat de reus zich omdraait lijkt het alsof die zal worden verpletterd en begraven, maar de dwergen hebben hun notedop zo slim geconstrueerd dat die zich telkens weet los te wurmen uit die dodelijke omhelzing.''

Driehoekige hal

In het Fram Museum in Oslo is aan het schip zelf niets meer van die worsteling te zien. Keurig gepoetst en opgeschilderd staat het in een ondiepe kom in een hoge driehoekige hal. Bij binnenkomst in die hal sta je ruim onder de waterlijn van het schip, waardoor de bolle scheepswanden - de Fram is vaak met een eierdop vergeleken - goed te zien is. Langs de wanden van de hal wordt de geschiedenis van de Fram en zijn reizen verteld aan de hand van kaarten, foto's, zelfs schilderijen, en vitrines vol attributen. Dat zijn niet alleen werktuigen als windmeters, theodolieten, sleden en sneeuwschoenen, maar ook memorabilia als medailles en beschilderde herdenkingsborden, afgewisseld met opgezette muskusossen en poolhonden.

Uit Amundsens privé-verzameling komen een mammoettand, een stel camera's (terug van de Pool bleek zijn eigen camera niet te hebben gewerkt!) en zijn mes, opgeplakt op een soort certificaat met lakzegel. Op een sierlijk gedrukte menukaart is te lezen met welke exquise déjeuner aan boord Amundsen een jaar na dato zijn verovering van de Zuidpool herdacht, inclusief oeufs à la Parisienne en soufflé glacé au chocolat. Ook Amundsen was op de Fram gesteld, hoewel het door zijn ronde vorm sterk rolde. In zijn verder nogal saai verslag vergelijkt Amundsen in een onbewaakt ogenblik het schip zelfs met "een dolgeworden schildpad'.

Heel intrigerend is de foto van de ontmoeting aan de rand van het Antarctische ijs tussen Scotts schip de Terra Nova en de Fram van Amundsen. Eén van Scotts mannen omschreef het schip als ""erg comfortabel, maar van buiten erg lelijk''. Overdreven hartelijk was de ontmoeting niet. De leiders hebben elkaar niet gesproken; zoals bekend was Scott woedend toen Amundsen onderweg bekend maakte op weg te zijn naar de Zuidpool. Nansen zal evenmin amused zijn geweest: hij had zelf naar de Zuidpool willen gaan, maar had de Fram aan Amundsen afgestaan voor een reis naar het noorden.

De bovenste galerij geeft toegang tot het schip. Hoe heeft Nansen hier in vredesnaam voorraden en gereedschap voor vijf jaar kunnen verstouwen? En hoe is het Amundsen gelukt om op het dek 97 poolhonden (bij aankomst alweer 118) te huisvesten? In de hutten zijn uitstallinkjes gemaakt van persoonlijke bezittingen als ivoren knopen, een viool, een muziekdoos, kleding van bont en een aantal boeken uit de bibliotheek, die op de reis van Amundsen niet minder dan drieduizend titels bevatte.

Broodrantsoen

Binnen ziet het er nog net zo uit als op de afbeeldingen in de oude reisverslagen. In de salon herken ik de gebeeldhouwde drakenkoppen op het ingebouwde bankje; in de eetzaal staat inderdaad de piano. Hier werd tijdens de lange poolnacht zo driftig gekaart dat twee van Nansens bemanningsleden een maand lang hun broodrantsoen aan hun tegenstanders moesten afstaan.

Kerstavond in 1893 werd hier gevierd met een speciale kleurenbijlage van de scheepskrant "Framsjaa' inclusief cartoons en badinerende gedichten. ""Ik geneer me bijna voor het leven dat wij leiden,'' schrijft Nansen, ""zonder al die zwart afgeschilderde ontberingen van de lange poolnacht die bij een echt spannende Arctische expeditie horen. We zullen thuis niets hebben om over te vertellen!''