De echte mafia overvalt geen banken maar koopt ze op

Zowel in de pers als door de overheid wordt de laatste tijd alarm geslagen over de gevaren van de georganiseerde misdaad in Nederland: “De georganiseerde criminaliteit vormt een serieuze bedreiging voor de bestuurlijke en rechtsstatelijke kwaliteit van de Nederlandse samenleving”, luidde de conclusie in de onlangs gepresenteerde kabinetsnota over de georganiseerde misdaad.

Is het werkelijk zo dat ons land langzaam in de houdgreep van de georganiseerde misdaad terecht dreigt te komen? Is de mafia ook in ons land actief? En zo ja, welke mafia? Al te gemakkelijk krijgt elke vorm van misdaad met een minimum aan organisatie het predicaat "misdaadsyndicaat' opgeplakt. We lezen over Chinese, Pakistaanse en Turkse mafia's. Er wordt een sfeer van gevaar mee opgeroepen. Maar wat wordt er precies mee bedoeld?

In Italië wordt het verhaal verteld van het jongetje dat riep "al lupo', help een wolf. Elke keer als het jongetje een hond zag riep hij "al lupo'. Toen er na maanden echt een wolf langskwam, nam niemand het jongetje meer serieus. Zijn afgekloven botjes werden in het bos gevonden.

Het is van groot belang precies te definiëren wat mafia is, en wat dat niet is. "Cosa Nostra breidt haar invloed in hoog tempo uit over de rest van Europa', waarschuwden de Italiaanse rechters Giuseppe Falcone en Paolo Borsellino al een aantal jaren geleden. Deze zomer werden Falcone en Borsellino de lucht ingeblazen met respectievelijk 100 en 60 kilo trotyl. Als deze moordaanslagen iets hebben bewezen is het dat de Italiaanse overheid op geen enkele manier in staat is gebleken de groeiende macht van de mafia in te dammen. Sterker nog: Door zwijgend toe te staan dat de mafia zich met al zijn armen in het raderwerk van de legale Italiaanse maatschappij vastzette, heeft de Italiaanse overheid zelf gemaakt dat dit middeleeuws gestructureerde misdaadsyndicaat voor een groot deel de politiek en de economie van dit EG-land kon gaan bepalen. Iets dergelijks zal ons niet snel overkomen. De nota's en discussies van de laatste tijd wijzen erop dat de Nederlandse overheid vast heeft besloten zich niet slapende te laten verrassen door de georganiseerde misdaad.

Een jaar lang is er door de ministeries van justitie en binnenlandse zaken gewerkt aan de nota "georganiseerde criminaliteit in Nederland'. Er moet een "projectgroep' komen die gaat bestuderen hoe de oprukkende misdaad een halt kan worden toegeroepen. Overheidsfunctionarissen moeten via speciale scholings- en vormingscursussen "weerbaar' worden gemaakt tegen omkoperij, en ook het bedrijfsleven moet het belang van "integriteit' leren zien. Natuurlijk vindt ook de Kamer dat er meer geld moet komen voor politie en opsporingsdiensten om zich bezig te houden met deze "nieuwe prioriteit' in de misdaadbestrijding.

Roepen de Nederlandse autoriteiten niet, net als dat Italiaanse jongetje zo hard "al lupo' dat daarmee het zicht wordt benomen op de werkelijke afmetingen van het probleem?

Hoe belangrijk het is om het beest bij de juiste naam te noemen zag men onlangs in Amsterdam, waar de "internationaal vertakte Ghanese drugsbende' die eerder met veel rumoer werd opgerold, voor het grootste deel bleek te bestaan uit een droevig hoopje amateurs. Het is toch uitermate pijnlijk als voor de rechter blijkt dat smokkelende oma's en opa's van boven de tachtig tot de reguliere leden van het "drugskartel' blijken te behoren.

In de vijfentwintig bladzijden waaruit het beleidsplan van het kabinet bestaat, staat niet veel meer dan dat ook in Nederland de misdaad steeds beter georganiseerd raakt, en zich in toenemende mate verstrengelt met de legale bovenwereld. In principe is dat al het geval bij elke tasjesdief die zijn buit aan een maat doorgeeft en de inhoud vervolgens naar de lommerd brengt. De schrijver van de nota doet niet anders dan constateren dat ook Nederland zich heeft aangepast aan een ontwikkeling die overal elders in de midaadbranche te zien is.

De meest uiteenlopende zaken worden in de nota op een hoop geveegd: de ontvoering van Heineken en Gerrit-Jan Heijn, Turken met illegale naaiateliers, de vermoorde crimineel Klaas Bruinsma, en ten slotte dus ook de Italiaanse mafia. De nota staat vol "sterke aanwijzingen', informatie die "nog geen basis voor opsporingsonderzoek' is en verwijzingen naar "in de media besproken voorbeelden' waaruit "op zichzelf al een verontrustend beeld naar voren komt'. De omvang van de georganiseerde misdaad in Nederland is moeilijk te meten, zo geeft de nota zelf toe. Toch meent het kabinet de conclusie te kunnen trekken dat de ontwikkeling van de georganiseerde criminaliteit een "serieuze bedreiging' voor onze samenleving vormt.

Alles bij elkaar kan men zich niet aan de indruk onttrekken dat er naast een opsporingsbelang ook een duidelijk bedrijfsbelang meespeelt bij de opwinding over de gevaren van de georganiseerde criminaliteit. De opsteller van de nota, het hoofd van de directie criminaliteitspreventie van het departement, J. van Dijk geeft dit zelf toe, wannneer hij in antwoord op de vraag waarom de beleidsnota een jaar op zich moest laten wachten, vertelt hoe alle verschillende diensten - van de politie tot het Openbaar Ministerie tot en met de BVD - zichzelf in de aanbevelingen wilden terugzien: “Allemaal probeerden ze hun eigen territorium te verdedigen. Iedereen was er erg tuk op dat er geen landjepik werd gespeeld.”

Bij alle spraakverwarring blijft het nu de vraag in hoeverre er sprake is van een massale intocht van de Italiaanse mafia in Nederland. De Italiaanse mafia verschilt op een aantal fundamentele punten van elke andere misdaadorganisatie. De mafia is een strakke hiërarchische organisatie waaraan de leden door een eed van trouw levenslang gebonden zijn. In grote delen van Zuid-Italië is het niet de overheid, maar de mafia die de dienst uitmaakt. In Italië kan men spreken van een oorlog. Een oorlog tussen aan de ene kant de mafia-staat die zijn macht heeft uitgebreid tot aan de beurs in Milaan en het Italiaanse overheidstekort. En aan de andere kan een overheid die al vijfenveertig jaar de andere kant opkijkt en niet in staat is de paar eenzame helden te beschermen die wel de moed hadden om het tegen de mafia op te nemen. De mafia is een organisch onderdeel van het Italiaanse machtssysteem. En, hoe krankzinnig het ook moge klinken, de paar vierkante kilometer dorp of stadswijk die een mafiafamilie op Sicilië of bij Napels controleert, vormen nog steeds de poten onder de stoel van mannen die een organisatie leiden die rijker is dan Philips, Mitsubishi en General Motors bij elkaar.

Volgens de Italiaanse expert op het gebied van de mafia Pino Arlacchi staat Nederland zeker niet hoog op de lijst van de meest gewilde landen voor de mafia. Nederland heeft niet - zoals België of Duitsland - een uitgebreide Italiaanse gemeenschap waarin de "mannen van eer' kunnen onderduiken. De nieuwe "kolonies' liggen veeleer in het voormalige Oostblok. Volgens commissaris H. Jansen van de Rotterdamse politie houden de in Nederland gesignaleerde Italiaanse misdaadorganisaties zich vooral bezig met drugshandel en bankovervallen. Het beeld van een oprukkende mafia schrompelt hierdoor in elkaar: de echte mafia overvalt geen banken, maar koopt ze op.

Dit neemt niet weg dat in ons land een uiterst gunstig belastingklimaat bestaat als het gaat om het houden van lege BV's. Het is niet ondenkbaar dat een aantal BV's waarin mafiageld wordt witgewassen zich al in Rotterdam of Amsterdam hebben gevestigd. Maatregelen waarbij dit soort BV's kunnen worden doorgelicht, zoals door het kabinet worden voorbereid, zijn dan ook zeker van betekenis.

Willen we ons tegen de mafia beschermen dan is het echter van belang te beseffen dat de wortels van deze kanker in Italië liggen. Het is absoluut niet duidelijk of de arrestatie van een aantal belangrijke mafiosi de afgelopen tijd werkelijk het "grootse offensief' inluiden dat de Italiaanse overheid na de moorden deze zomer had beloofd. Waarom zijn de arrestaties niet veel eerder gedaan, vraagt men zich in Italië af. Waarom komt de beloofde Italiaanse FBI tegen de mafia nog steeds niet van de grond? Is het niet de zoveelste cosmetische operatie om te vervullen dat de Italiaanse politiek de mafia nog steeds de hand boven het hoofd houdt?

In het zogeheten Trevi-overleg tussen de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken heeft Italië gevraagd om hulp in haar strijd tegen de mafia. Men zou Italië daar kritisch aan de tand kunnen voelen over wat er concreet tegen de mafia wordt ondernomen. Italië is door de Europese bondgenoten de laatste tijd hard aangepakt op haar economische politiek. Waarom niet dezelfde voortvarendheid aan de dag gelegd als het gaat om de strijd tegen de mafia? Het zou in elk geval een betere bescherming zijn tegen mogelijk oprukkende mafia's dan welke cursus "integriteit' en "weerbaarheid' voor Hollandse ambtenaren en managers dan ook. De auteur publiceerde in 1991 het boek "Italië op maandag' waarin zij onder meer over de mafia schrijft.

    • Marjon van Royen