Bulgarije; Dimitrov: ruzie met iedereen

Philip Dimitrov, de eerste niet-communistische premier van Bulgarije, heeft gisteren moeten boeten voor zijn vermogen het werkelijk met iedereen aan de stok te krijgen, zelfs met bondgenoten. De 37-jarige premier struikelde in het parlement over het ongenoegen van de DPS (Beweging voor Rechten en Vrijheden), de partij van de Turkse minderheid, die de premier verweet haar niet bij zijn beleid te betrekken.

Het verwijt van de Turken was er echter maar één in een lange rij. Dimitrov, zo stelde eind augustus president Zjeljoe Zjelev al, was erin geslaagd “in oorlog” te raken met zo ongeveer alle maatschappelijke groeperingen, met de Turkse minderheid, met de kerk, het parlement, de media, de vakbonden, de president zelf. En dat waren stuk voor stuk voormalige steunpilaren van een regering die op alle vormen van steun was aangewezen, aangezien ze maar kon rekenen op 106 van de 240 zetels in het parlement.

De relaties met de vakbonden raakten verstoord door het beleid van strikte bezuiniging en Dimitrovs weigering prijsstijgingen in de laagste lonen en pensioenen te compenseren. Toen de vakbonden uit het overleg wegliepen, ontbond Dimitrov simpelweg het overlegorgaan van bonden, regering en werkgevers. De relaties met de media raakten verstoord door klachten over het gebrek aan openheid aan de kant van de regering en het autoritaire gedrag van Dimitrov. Het parlement verweet de premier zich meester te willen maken van een aantal bevoegdheden van de volksvertegenwoordiging.

Met de Turken raakte Dimitrov gebrouilleerd toen ze hem verweten te weinig te ondernemen om de uittocht van etnische Turken naar Turkije een halt toe te roepen. Die exodus (80.000 Turken zijn al weg, 140.000 anderen hebben uitreispapieren aangevraagd) is het gevolg van de slechte economische omstandigheden in de streken waar de Turken wonen, de minst ontwikkelde gebieden van Bulgarije, waar de communisten niet investeerden om de Turken weg te krijgen en waar de democraten niet investeren wegens het bezuinigingsbeleid. DPS-leider Ahmed Dogan waarschuwde al in juli dat hij de regering “uiterlijk september” ten val zou brengen als de premier zijn “antisociale” beleid niet zou weigeren. Dimitrov luisterde niet.

Politiek nog veel schadelijker was Dimitrovs aanvaring met president Zjelev, net als hijzelf afkomstig uit de stal van de SDS, de Unie van Democratische Krachten, de voormalige democratische oppositie. Zjelev zei eind augustus dat Dimitrov “in oorlog is geraakt met het volk” en dat zijn beleid “principieel verkeerd” is. Het leverde de president een scherpe terechtwijzing van Dimitrov op: de president, zei hij, ondersteunt “krachten die proberen de regering in diskrediet te brengen en het land te destabiliseren”. Later ging hij nog verder: zijn critici gingen te werk “met leugens en bedrog” en waren uit op “een politieke staatsgreep”.

Rellen en relletjes hebben de afgelopen weken de sfeer verder bedorven. De vakbonden eisten het ontslag van het hele kabinet, dat “zwak en incompetent” werd genoemd. Parlementsvoorzitter Stefan Savov, ook al afkomstig uit de SDS, stapte op na een ruzie met de DPS en verweet Zjelev achter de schermen te ijveren voor de val van Dimitrov.

Kort daarop deed de chef van de inlichtingendienst, generaal Brigo Asparoechov, een duit in het zakje door een van Dimitrovs adviseurs, Konstantin Misjev, een Amerikaans staatsburger, te beschuldigen van plannen voor de “illegale levering van wapens aan Macedonië”. Misjev verdween ijlings naar Amerika en Dimitrov riep dat nu ook de Bulgaarse geheime dienst al tegen zijn regering samenspande. Hij werd in het parlement prompt beschuldigd van “het scheppen van voorwaarden voor de beschadiging van Bulgarijes reputatie en het ondermijnen van de nationale veiligheid”. Het was die aantijging die de koppige Dimitrov er vorige week toe bracht om het vertrouwen van het parlement te vragen, een vertrouwen dat hem gisteren werd geweigerd.

De regeringscrisis komt op een ongelukkig moment. Dimitrov heeft aan de wieg gestaan van een aantal belangrijke hervormingen, die in het gedrang kunnen komen wanneer de crisis lang duurt. Bovendien verstoort het vertrek van Dimitrov de onderhandelingen over de herschikking van de buitenlandse schuld. Een mislukking of opschorting van dat overleg kan negatieve gevolgen hebben - en dat terwijl Bulgarije juist het groene licht van het IMF heeft gekregen voor zijn hervormingsbeleid.

    • Peter Michielsen