Bulgaarse regering struikelt in parlement

SOFIA, 29 OKT. De Bulgaarse regering is gisteren gevallen. Met 120 tegen 111 stemmen weigerde het parlement premier Philip Dimitrov en zijn ministersploeg zijn vertrouwen. Naast de (ex-communistische) socialisten stemde ook de Beweging voor Rechten en Vrijheden (DPS), de partij van de Turkse minderheid die Dimitrov tot voor kort heeft gesteund, tegen de regering.

De motie van vertrouwen was de culminatie van een politieke crisis die al enkele maanden geleden begon. In het kader van die crisis raakte Dimitrov om verschillende redenen in conflict met de Beweging voor Rechten en Vrijheden, de vakbonden, de orthodoxe kerk, de media en de president, Zjeljoe Zjelev. De val van de regering-Dimitrov werd dan ook al geruime tijd verwacht. Dimitrov leidde een minderheidsregering van de vroegere democratische oppositie, de Unie van Democratische Krachten (SDS), en was in het parlement afhankelijk van de steun van de DPS. Die steun werd gisteren geweigerd met het argument dat de regering de Turkse minderheid discrimineert in het kader van de privatisering en de teruggave van door de communisten genaast bezit. Dimitrov zelf vroeg vorige week het parlement om zijn vertrouwen, nadat hij was gehekeld wegens “het schaden van de nationale veiligheid” in een ruzie over het gedrag van een van zijn adviseurs, die ervan was beschuldigd bij de wapenhandel op Macedonië betrokken te zijn geweest.

Tijdens de stormachtige stemming in het parlement demonstreerden drieduizend aanhangers van Dimitrov op het plein voor het parlementsgebouw.

Dimitrov is een jaar premier geweest. Hij werd benoemd nadat bij de verkiezingen van oktober zijn partij op het nippertje de verkiezingen had gewonnen. De SDS veroverde 110 zetels, de ex-communisten kregen er 106 en de DPS 24. (AFP, Reuter)