Bestuurlijke crisis bij Opera Brussel

BRUSSEL, 29 OKT. De financiële problemen bij de Nationale Opera in Brussel zijn gisteren uitgelopen in een bestuurlijke crisis. Voorzitter Leysen van het bestuur trad af omdat zijn medebestuursleden hem niet wilden volgen in zijn voorstel het seizoen 1993-'94 geen enkele voorstelling te geven. Daarmee zou op radicale wijze een tekort moeten worden weggewerkt van meer dan 20 miljoen gulden, ontstaan tijdens de laatste jaren van het bewind van Gerard Mortier, die eind vorig jaar vertrok naar Oostenrijk als leider van de Salzburger Festspiele.

Na het opstappen van Leysen is een crisiscomité gevormd dat gaat bezien op welke andere manieren kan worden bezuinigd. De nieuwe intendant Bernard Foccroulle kondigde eerder deze week al aan het aantal produkties per seizoen met één te verminderen. Ook zou voortaan door regisseurs en decorontwerpers strikt binnen het budget moeten worden gewerkt.

Volgens Foccroulle verkeert de Nationale Opera in een bestuurlijk en financieel vacuüm. De stad Brussel, die het huidige gebouw van de Muntschouwburg in de vorige eeuw bouwde, heeft zelf de subsidiëring gestopt en de loge van het stadsbestuur tegenover de koninklijke loge is tegenwoordig vergeven aan de Europese Gemeenschap. De Vlaamse en Waalse deelregeringen ondersteunen uiotsluitend de eigen operagezelschappen in de twee landsdelen en de nationale regering voert sinds kort een vergaand bezuinigingsbeleid, waardoor een kwijtschelding van de schulden onwaarschijnlijk is.