Amateurs voelen zich gediscrimineerd

AMSTERDAM, 29 OKT. Bij elke zichzelf respecterende amateurvoetbalclub dromen ze ervan ooit eens in de KNVB-bekerfinale te staan. In één geval kwam dat wondertje bijna uit. In het seizoen 1974-'75 reikte IJsselmeervogels tot de halve finale en zag de weg naar de Rotterdamse Kuip door FC Twente, de latere winnaar, worden versperd. Door de stunt van deze amateurploeg werd het één van de meest gedenkwaardige bekertoernooien uit de geschiedenis van het Nederlandse voetbal.

Het is de charme van het bekervoetbal dat een amateurclub succes kan boeken. IJsselmeervogels heeft er zijn faam aan te danken, maar ook het bekeravontuur van de reserves van Ajax die in 1988 de kwartfinale bereikten terwijl het eerste elftal van de Amsterdammers al lang was uitgeschakeld sprak iedereen aan. En ook Marken ('86) en Vlissingen (met Peter van Vossen in '89) mochten zich als amateurs even tot de elite van het Nederlandse voetbal wanen. Zij bereikten de laatste acht.

Uit het amateurvoetbal mogen aan het grote bekertoernooi alle kampioenen en de periodekampioenen van de drie zondag-hoofdklassen en drie zaterdag-eerste klassen meedoen. Dat zijn in het totaal 24 clubs. Die worden dan nog aangevuld met een aantal winnaars van de districtsbekercompetities. Dat waren er dit seizoen vijf. Drie meer dan vorig jaar door het verdwijnen uit het betaald voetbal van Wageningen en FC Zeeland en het terugtrekken van Heerjansdam uit het bekertoernooi. Op die manier kwam tweedeklasser DCG als bekerwinnaar district West I, via een zijdeur alsnog het toernooi binnen.

En uitgerekend deze club uit Amsterdam-West was de enige vertegenwoordiger van de amateurs die de derde ronde bereikte. Het won van Panningen en profclub NEC. Gistermiddag strandde DCG op eigen complex tegen FC Zwolle uit de eerste divisie. De nederlaag, 2-1, was eervol. DCG-trainer Ton Ojers zei na afloop “met volle teugen” te hebben genoten van de ontmoetingen met de profs en voorzitter John Degenkamp is blij met de voordelen die het bekertoernooi zijn club hebben opgeleverd. In de periode tussen de bekerduels tegen NEC en Zwolle konden vier nieuwe reclameborden worden geplaatst alsmede een elektronisch scorebord.

Natuurlijk had men bij DCG als afscheid liever een meer aansprekende tegenstander gehad, bij voorkeur stadgenoot Ajax. Maar sinds drie jaar is de kans voor de amateurclubs één van de topclubs te loten niet groot meer. In tegenstelling tot vroeger doen de grote ploegen - de eerste elf van de eredivisie - pas vanaf de derde ronde mee. In de eerste ronde spelen alleen amateurs tegen elkaar en in de tweede ronde komen de "lagere' eredivisieclubs en de eerste-divisieteams er bij. Ook het voorrecht van de amateurs om in de eerste ronde in een ontmoeting met een profploeg altijd op eigen veld te spelen bestaat niet meer. De kans dat er zich een opvolger van IJsselmeervogels, de laatste echte reuzendoder, aandient is daardoor nóg kleiner geworden.

Janus van Peenen, voorzitter van de gerenommeerde zaterdagclub Heerjansdam, noemt deze door de profs "gestuurde' ontwikkeling “ongelooflijk belachelijk”. Hij wil zich niet neerleggen bij de macht van de betaalde clubs. “Want wij, amateurs zijn met veel meer. Het is voor de topclubs blijkbaar te pijnlijk om af en toe door amateurs te worden uitgeschakeld. Maar voor ons is een wedstrijd tegen een topper een overgetelijke gebeurtenis. Daar praten ze jaren later nog over.”

Om van zijn grote ongenoegen blijkt te geven trok Van Peenen en zijn bestuur Heerjansdam, vorig seizoen één van de periodekampioenen in de eerste klasse A, terug uit het bekertoernooi van dit jaar. Tot zijn spijt volgden andere clubs dat voorbeeld niet. “Die dromen lekker verder van een Europa-Cupwedstrijd in Londen tegen Tottenham Hotspur, maar dat kunnen ze natuurlijk vergeten”, aldus Van Peenen.

Hij weet dat er ook onder de andere verenigingen ontevredenheid heerst over de huidige toernooi-opzet. Van Peenen hield een enquête onder de zaterdagclubs en gaat dat binnenkort ook bij de zondagafdeling doen. De actieve voorzitter heeft al een opzet gemaakt voor een eigen landelijke bekercompetitie van amateurs waarin mooie geldprijzen te verdienen zullen zijn. Van Peenen wil daaraan verbinden dat de amateurclubs in de maand augustus ook niet meer tegen betaalde clubs zullen oefenen. “Dan zullen ze wel anders piepen bij de profs. Die hebben de amateurs toch nodig.”

Amateur-bondscoach Ron Groenewoud geeft Van Peenen en diens collega's “in wezen” gelijk. “Eigenlijk horen in een bekertoernooi alle clubs vanaf het begin mee te doen.” In zijn tijd als trainer bij FC Groningen beleefde Groenewoud zelfs ook eens een uitschakeling door een amateurclub, wederom IJsselmeervogels. Groenewoud noemt het toeval dat er dit seizoen minder amateurclubs tot de derde ronde zijn doorgedrongen dan vorig jaar. Nu is het er één, DCG, toen twee, Meerssen en Rheden. Rheden bereikte zelfs de vierde ronde - de laatste zestien - door een overwinning op FC Twente. VVV versperde de hoofdklasser uiteindelijk de weg, maar had daar wel een strafschoppenserie voor nodig. Volgens Groenewoud verschillen de topclubs bij de amateurs qua sterkte niet of nauwelijks van de meeste ploegen uit de eerste divisie. Alleen ligt, aldus de coach, het speltempo bij de profs hoger en vergt dat voor de amateurs een aanpassing.