Vlaamse groep Arca speelt Botho Strauss met vaart en energie

Voorstelling: Zeven deuren van Botho Strauss door Arca Theater. Vertaling en regie: Sabine Reifer; decor: Marc Cnops; spel: Brit Alen, Bob de Moor, Gert Portael, e.a. Gezien: 26/10 De Meervaart Amsterdam. Tournee t/m 22/12 (in Nederland van 17 t/m 19/11 en in dec)

Al meteen in de eerste scène van Zeven deuren, een stuk van Botho Strauss dat door de Vlaamse groep Arca Theater wordt uitgebracht, is de toon van de voorstelling gezet. We zijn getuige van een absurdistisch tafereel waarin een geagiteerde huurder op zoek is naar zijn huisbaas omdat zijn huis bewoond blijkt door een ander huis. De man belandt in een makelaarskantoor en maakt ruzie met de voorzitter van de vennootschap. Binnen de kortste keren ontaardt de verhitte woordenwisseling in gemekker, geblaat en rare klanken. Het is een sublieme, korte sketch die in een cabaretvoorstelling niet zou misstaan.

Dit cabareteske element is ook in de andere scènes aanwezig en dat maakt deze voorstelling licht en relativerend. Daarmee heeft de uit Duitsland afkomstige Sabine Reifer, die met de enscenering van Zeven deuren debuteert als regisseur, een benadering gekozen die uitstekend aansluit bij de vaak merkwaardige en onzinnige dialogen in het stuk. Verwijzingen naar Kafka, Beckett en andere groten kan men in die dialogen herkennen, maar de aanpak van Reifer lijkt er niet zozeer op gericht dat aspect boven tafel te halen, alswel om duidelijk te maken dat Strauss in dit geval een moralist met gevoel voor humor en ironie is.

Zeven deuren is opgebouwd uit elf losse scènes die ogenschijnlijk geen enkele samenhang vertonen, maar die bij nader inzien allemaal een aantal bekende Botho Strauss-gegevens blijken te bevatten. Gebrek aan communicatie, taal die tekortschiet, verveling, wederzijds onbegrip en het niet vervulde verlangen naar liefde en aandacht, zijn een paar van zulke stokpaardjes die in deze tekst aan de orde komen.

Zo is er een scène waarin een vrouw vergeefse pogingen doet een profeet met een groot oeuvre te interviewen. Hij is hardhorend of simuleert dat, in elk geval geeft hij nauwelijks antwoord op haar prangende vragen. In een andere scène is een pas getrouwde vrouw gepikeerd omdat haar huwelijksfeest door niemand is bezocht. Er zijn zelfs geen bloemen en kaarten gestuurd, de dag is kortom mislukt en daarvan geeft ze haar man de schuld.

Naast deze mensen treden in het stuk ook figuren op als keizer Julianus en het commedia dell'arte-personage Colombine. Het is een truc die Strauss wel vaker toepast: hij trekt zich niets aan van heden en verleden, realiteit en fictie en brengt de meest uiteenlopende personages samen. In Zeven deuren suggereert hij op die manier dat de geschiedenis en de tijd in het algemeen relatief zijn. Sabine Reifer heeft dat treffend verbeeld met behulp van een klok waarvan de secondewijzer weliswaar tikt maar steeds op hetzelfde punt blijft staan. Hieruit kan afgeleid worden dat alle elf sketches in feite gelijktijdig plaatsvinden. Dat is in de praktijk natuurlijk niet te realiseren, maar Reifer heeft wel gezorgd voor een snelle opeenvolging van scènes en een geoliede mise-en-scène.

Het strak vormgegeven decor van Marc Cnops bewijst haar en de voorstelling daarbij goede diensten. De wand met zeven grijze deuren in twee rijen boven elkaar, bestaat uit draaibare en verplaatsbare panelen die in elke gewenste positie te manoeuvreren zijn. Bovendien geeft dit decor aanleiding tot komische situaties doordat de acteurs - allen gekleed in grijstinten - voortdurend driftig heen en weer lopen, door deuren verdwijnen en via andere deuren weer binnenkomen. De voorstelling heeft, geholpen door de acteurs, die een enorme energie aan de dag leggen, veel vaart en is tot de laatste minuut prikkelend en onderhoudend.