Spelbrekers

In de jaren zestig werden pop-idolen als Bob Dylan en Eric Clapton nog regelmatig voor Hem aangezien, maar in de jaren negentig is God zelf weer op het podium verschenen. Postmoderne supersterren als Prince en Madonna stellen zich uitdrukkelijk in Zijn dienst. Prince laat stadions vol jeugdige fans meedeinen op zijn persoonlijke credo "God Is Love, Love Is God'. Madonna ziet haar produkten als de videoclip "Like A Prayer' - waarin ze vrijt met een gekruisigde zwarte Jezus - en het bestudeerde plaatjesboek Sex als kilometerpaaltjes op haar bedevaart naar het Hogere.

De Ierse zangeres Sinéad O' Connor had dus onheil kunnen verwachten, toen ze onlangs op de Amerikaanse televisie lelijke dingen zei over de katholieke kerk - volgens haar verantwoordelijk voor vrouwenonderdrukking, kindermishandeling, armoede in de Derde wereld en allerlei ander onrecht in het ondermaanse. Tot overmaat van ramp verscheurde ze een foto van de in Amerika zelf als een popster vereerde paus Johannes Paulus II.

Het publiek straft onmiddellijk. Tijdens een jubileumconcert voor Bob Dylan in New York werd de 25-jarige zangeres onthaald op een huiveringwekkend massaal boegeroep, waarvoor ze het kaalgeschoren hoofd moest buigen als een ketter op het executieplein. Daags na het incident liet Madonna, middenin de promotie van "Sex', weten dat Sinéad er met haar lasterlijke praatjes ook wel om had gevraagd. Kerkelijke autoriteiten in New York bevalen haar aan een psychiater te bezoeken. Vorige week werden door verontwaardigde burgers 200 cassettes en cd's met haar verstilde klaagzangen verpletterd onder een stoomwals.

De tijden zijn echt veranderd. Twintig jaar geleden werd de "geïnstitutionaliseerde godsdienst' verguisd als paternalistisch moraalbolwerk en werden aanvallen op kerkelijke leiders gezien als bevrijdend. Voor de jongeren van de jaren negentig is het precies andersom. Verkondigers van de blijde boodschap zijn welkom, het liefst opgetuigd in zwartleren SM-pakjes, maar aan spelbrekers is geen behoefte meer.