Scherven, versplinterend hout en kreten van schrik

UTRECHT, 28 OKT. Café Het Jansdam was om even voor drie uur nog dicht. Tevergeefs rammelden we aan de deur. De belendende uitspanning, het Polmanshuis, een verbouwde kerk uit de zestiende eeuw en thans grand café, bracht uitkomst. Binnen vierden clubjes studenten met familie op gedempte toon hun afstuderen. Buiten, in de sereen grijze oktobermiddag, stond een lelijke eend met een spandoek "just graduated'.

Nog voordat de chocoladetaart was uitgeserveerd gebeurde het: een korte, droge, doffe dreun. Ingeleid door een voelbare schokgolf die eindigde in een kakofonie van klaterende scherven, versplinterend hout, kreten van schrik en langzaam verknisperende ruiten. Dan een onwaarschijnlijke stilte. Een enorme stofwolk vult de straat. Een enkele glasscherf valt nog. Er rent een man voorbij. Hij grist een mobilofoon uit een auto met het opschrift Regionale Energiemaatschappij Utrecht. “Het is de hoofdleiding! Het is de hoofdleiding”, roept hij verwilderd. Vanachter de ontzette ramen staren de bezoekers van grand café Polman's hem zwijgend aan. Het ongeloof werkt verlammend. Dan schreeuwt hij: “Het is gas! Iedereen wegwezen!” Zelf rent hij terug de stofwolk in.

Binnen keert men aarzelend terug naar de tafeltjes. De eerste grapjes weerklinken. Een ober gaat buiten poolshoogte nemen, een bezem in de hand. Iemand roept om een verbanddoos. Als op commando dringt iedereen naar de deur om de werkelijkheid onder ogen te zien. De stofwolk is opgetrokken. Er wordt een meisje uit het totaal vernielde, aangrenzende pand naar buiten gedragen. De mannen van het energiebedrijf zijn paniekeriger dan wij. Zij weten blijkbaar wat er aan de hand is. “Het is de hoofdleiding! Er is nog steeds ontploffingsgevaar”, roepen zij opnieuw in de mobilofoon. De kreten gaan goeddeels verloren in de sirenes van de aansnellende politiewagens. Dan is er ook de brandweer. Onder onze voeten wordt intussen gegraven. De kraan van de hoofdleiding, waar is de afsluitkraan? De huizen aan de overkant hebben de volle laag gehad. Van boven naar onder zijn alle ramen verdwenen, ook het houtwerk is weggeslagen. Een man zegt iets over bloed.

Binnen is het personeel danig overstuur. Gasten trekken hun conclusies. “We moeten hier onmiddellijk weg”, besluit een ouder echtpaar. In zijn kielzog verdwijnt de klandizie door de achterdeur. Nu pas straalt de angst in hun ogen. Uit de keuken stormen agenten binnen. “Ontruimen”, barsen ze. Als laatste bezoekers klampen wij ons nog even vast aan het tweede bakje koffie. Gratis, voor de schrik. Schoorvoetend schuifelen we naar buiten, waar inmiddels de vijfde gewonde wordt afgevoerd.

    • Bastiaan Bommeljéen Rob van Scheers