Rechtszaak tegen twee VN-militairen verdaagd

ARNHEM, 28 OKT. De rechtszaak tegen twee Nederlandse beroepsmilitairen die tijdens hun verblijf in Sarajevo in het kader van de VN-vredesmacht weigerden een dienstbevel uit te voeren, is gisteren door de militaire kamer van de arrondissementsrechtbank in Arnhem verdaagd. Op verzoek van de verdediging van de twee zullen in janauari acht getuigen worden gehoord, onder wie de plaatsvervangend commandant van het Oekraïense bataljon waarvoor de militairen verbindingswerk moesten verrichten en de internationaal rechtsgeleerde dr. R.C.R. Siekmann.

De twee beroepsmilitairen weigerden eind augustus terug te keren naar de Maarschalk Titokazerene in Sarajevo, die op dat moment onder vuur lag. Volgens een van de raadslieden, mr. A. van der Ploeg, is dat bevel onbevoegd gegeven. Hij wil van de Oekraïense militair horen of de beide, inmiddels geschorste, militairen door hun actie het functioneren van zijn eenheid hebben geschaad. Siekmann promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift "Juridische aspecten van de deelname met nationale contingenten aan VN-vredesmachten'.

De militaire kamer had enige tijd nodig om te beslissen op welke wijze aan het verzoek van de verdediging om meer getuigen te horen kan worden voldaan. Enkele getuigen zijn nog in Sarajevo werkzaam. Behalve de commandant van het Oekraïnse bataljon - van wie nog niet zeker is of hij zal verschijnen - worden onder anderen ook generaal Bastiaans gehoord die het bevel uitvaardigde, een majoor, een officier en een luitenant die ter plekke dienst hadden.

De tweede advocaat van de twee militairen, majoor mr. J.H. Strooij, toonde zich tevreden met het uitstel. Hij noemde het proces-verbaal "bijzonder dun' en zei dat dit uitstel daarom “de kwaliteit van de zaak alleen maar ten goede kan komen”.