Oplopend conflict over een nieuwe identiteitskaart

DEN HAAG, 28 OKT. De Tweede Kamer lijkt af te stevenen op een directe confrontatie met minister Dales en staatssecretaris De Graaff-Nauta over het nieuwe identiteitsbewijs annex Europese reiskaart.

In een brief die gistermiddag werd verzonden aan de Tweede Kamer schrijven Dales en De Graaff-Nauta dat het terugdraaien van de aanbesteding van het project reisdocumenten nauwelijks substantiële schadeclaims van gedupeerde bedrijven tot gevolg zal hebben. Niettemin houden de beide bewindsvrouwen vast aan de produktie van een nationaal identiteitsbewijs annex Europese reiskaart door het departement van binnenlandse zaken.

De Tweede Kamer wil dat Binnenlandse Zaken de aanbesteding van het identiteitsbewijs terugdraait en de vervaardiging van een dergelijke rijksidentiteitskaart staakt omdat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten al per 1 januari 1993 komt met een eigen identiteitsbewijs. Alle fracties zijn van mening dat de burger niet kan worden opgescheept met twee verschillende kaarten voor hetzelfde doel.

De bewindsvrouwen van binnenlandse zaken schrijven echter in hun brief dat er voldoende andere zwaarwegende argumenten zijn om de aanbesteding, begin oktober in het EG-publikatieblad, niet terug te draaien. Zij willen voorkomen dat er twee trajecten ontstaan: één voor het paspoort, waarbij Binnenlandse Zaken aanbestedende dienst zou zijn, en één voor de Europese reiskaart waarbij de VNG in opdracht van Binnenlandse Zaken aanbesteedt. “Het belangrijkste bezwaar tegen het ontstaan van twee trajecten is dat het niet efficiënt is en tijdverlies oplevert”, aldus de brief van Dales en De Graaff-Nauta.

Volgens de bewindsvrouwen hebben zij er steeds naar gestreefd om in nauwe samenwerking met de VNG een nieuwe Europese reiskaart te vervaardigen. Tussen Binnenlandse Zaken en VNG bestaan echter grondige verschillen van mening over de zeggenschap over dat project.