Ook rechten deeltijdwerkers verbeteren; De Vries wil advies over deeltijdarbeid

DEN HAAG, 28 OKT. Minister De Vries (sociale zaken) heeft de Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan werkgevers, werknemers en overheid, advies gevraagd over de mogelijkheid werknemers een wettelijk recht op deeltijdarbeid te geven.

De Vries zal de rechten van deeltijdwerkers bovendien proberen te verbeteren door sommige CAO-bepalingen niet meer algemeen van toepassing te verklaren. Of de minister inderdaad tot een wettelijke regeling van het recht op deeltijd zal overgaan, is nog maar de vraag. In de Tweede Kamer liet hij eerder dit jaar weten daar niet veel in te zien.

Een deel van de Kamer is er juist wel voor. Met het oog op een nog te voeren debat wil De Vries het advies van de Stichting van de Arbeid. De werkgevers verzetten zich sterk tegen een wettelijk recht op deeltijdarbeid, en een eensgezind advies van de Stichting van de Arbeid is dan ook onwaarschijnlijk.

Dank zij het wettelijk vastgelegde beginsel van "goed werkgeverschap', zo meent De Vries tot nu toe, kan een werknemer al van zijn werkgever verlangen dat hij een verzoek om minder uren te werken “in redelijkheid behandelt”.

Daaraan een onvoorwaardelijk recht op deeltijdwerk naar wens toe te voegen, gaat De Vries op dit moment te ver. Hij vindt dat een te grote inbreuk op de contractsvrijheid van de werkgever. Bovendien is het volgens De Vries de vraag of een wettelijk recht op deeltijdarbeid iets toevoegt aan bestaande voorzieningen.

De minister zal CAO-bepalingen die mensen met een deeltijdbaan van de VUT uitsluiten, terwijl ze daar wel premie voor moeten betalen, niet meer algemeen verbindend verklaren. Hetzelfde geldt voor bepalingen die ertoe leiden dat loon en vakantiegeld niet naar evenredigheid aan deeltijdwerkers worden betaald. Dit betekent dat deze bepalingen niet kunnen worden voorgeschreven aan bedrijven die niet aan de CAO-onderhandelingen hebben deelgenomen. Volgens De Vries zijn zulke CAO-afspraken vooral nadelig voor vrouwen, omdat de meeste deeltijdwerkers vrouwen zijn. Daarmee zijn ze, aldus de minister, in strijd met de Wet gelijke behandeling. De minister vraagt werkgevers en werknemers in zijn brief aan de Stichting van de Arbeid verder deeltijdbanen te stimuleren door in CAO's vast te leggen dat in principe alle functies daarvoor openstaan.