"Marteling en moord door alle partijen in Birma'

AMSTERDAM, 28 OKT. Amnesty International zegt in het vandaag gepubliceerde rapport "No law at all' dat de rechten van de mens in Birma “hardnekkig en op grote schaal” worden geschonden, vooral door het militaire bewind, maar ook door gewapende oppositiegroepen. De Birmese junta, de SLORC (Staatsraad voor Herstel van Wet en Orde), dwingt mensen voor het leger als dragers van wapens en goederen in de rimboe te werken, na gedane arbeid worden ze niet zelden gedood. Meer dan 300.000 mensen zijn de afgelopen 18 maanden het land ontvlucht.

Sinds 1962 hebben de militairen het in Birma voor het zeggen. Ze hebben het land in een ijzeren houdgreep. De bloedige onderdrukking van een volksopstand voor democratie, in september 1988, vormde het begin van een verheviging van de dictatuur. Het militaire bewind noemde zichzelf voortaan SLORC en veranderde ook de naam van het land in Myanmar, een aanpassing die internationaal nauwelijks is overgenomen.

In het rapport van Amnesty staan talloze recente verslagen van mensen die ooggetuige waren van martelingen en executies. Zo voerde het leger het afgelopen voorjaar een offensief uit tegen Manerplaw, de guerrillabasis van een aantal etnische groepen in het oosten van het land. Daarbij werd een groot aantal mannen gedwongen als dragers mee te trekken. Een overlevende: “Tijdens de mars liepen dragers en militairen om en om. Als een drager niet doorliep werd hij geslagen door de militair achter hem. Een man droeg 81-millimeter granaten. Hij was heel moe en ging zitten. Een soldaat schoot hem dood. Een tweede drager liet zijn last vallen en probeerde te vluchten. Ze gingen achter hem aan en schoten hem ook dood”.

Een andere man zei dat uit zijn groep van 300 dragers in drie maanden tijd vijftig stierven. “Ik heb twintig keer gezien dat dragers net zo lang werden geschopt tot ze dood gingen. Het was onmogelijk hen te helpen.”

Amnesty maakt ook melding van slavenarbeid die etnische en religieuze minderheden moeten verrichten in opdracht van het leger. Leden van de Mon, de Karen, van andere etnische groepen en moslims vertelden dat de omstandigheden waaronder ze moesten werken erbarmelijk waren: weinig eten, geen medicijnen. Militairen zouden de arbeiders slaan en vrouwen verkrachten. Een christelijke Karen-vrouw vertelde hoe zij in een legerkamp door de dienstdoend officier op zijn kantoor werd ontboden. Hij bewerkte haar met een mes en verkrachtte haar.

Amnesty beperkt haar kritiek niet tot het bewind in Rangoon, ook oppositiegroepen schenden volgen de organisatie de mensenrechten. Begin dit jaar werden vijftien leden van de ABSDF, (het Algemene Birmese Democratische Front van Studenten) geëxecuteerd door medestrijders, nadat ze waren "ontmaskerd' als spionnen. Leiders van de ABSDF gaven toe dat sommige bekentenissen door middel van martelingen waren afgedwongen. 65 andere "spionnen' worden nog vastgehouden en Amnesty sluit niet uit dat ze worden gemarteld. In een ander incident hakte een lid van de gewapende tak van de Nationale Unie van de Karens (KNU) een vermeende spion in mootjes. Foto's van de executie verschenen afgelopen juni in The Sunday Times Magazine.