Jacques Delors

DE VOORZITTER VAN de Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de EG, maakt zich zorgen over de economische stagnatie in Europa. Vanuit zijn Brusselse hoofdkwartier kijkt Jacques Delors om zich heen in Europa en hij ziet recessie in Groot-Brittannië, stilstand in Frankrijk, groeivertraging in Duitsland, crisis in Italië, aanwakkerende economische tegenwind in de overige landen. Het beeld is nog somberder: Duitsland worstelt met de lasten van de eenwording en legt alle landen in de EG zijn hoge rentebeleid op. Achter de oostgrens van de Gemeenschap stapelen de problemen bij de overgang van een commando- naar een markteconomie zich op. Het Avondland staat in 1992, het jaar dat met publicitair geweld tot begin van het tijdperk van bloeiende Europese vergezichten was verklaard, met één voet in een recessie.

Delors maakt zich niet ten onrechte zorgen, want economische haperingen kunnen zich vertalen in politieke en sociale vormen van onvrede. Met de interne markt voor de deur, het Verdrag van Maastricht ter ratificatie, met de gekantelde samenlevingen in Oost-Europa en de verminderde Amerikaanse aanwezigheid op het Europese toneel kan de EG zich geen desintegratie veroorloven.

In Brussel en Straatsburg denkt Delors daarom hardop na over een “Europees stimuleringsbeleid”, dat zou moeten bestaan uit maatregelen om de monetaire samenwerking in de EG te versterken, investeringen te bevorderen en het vertrouwen in de economie en politiek te herstellen. De komende Europese top van Edinburgh moet geheel in het teken staan van deze groeistrategie.

Monsieur le président, zoals Delors zich graag laat noemen, loopt met zijn pleidooi vooruit op de veranderingen die zich internationaal beginnen af te tekenen in het economische denken. Niet alleen in Europa, ook in de Verenigde Staten kentert de mening over de rol van de overheid bij het aanzwengelen van de economie.

EEN OPEN KANS om de internationale economie te stimuleren is de succesvolle afronding van de Uruguay-ronde voor handelsliberalisatie in het kader van de GATT (Algemeen akkoord over tarieven en handel). Deze kan voor een jaarlijkse injectie in de wereldeconomie zorgen van 200 miljard dollar. Het grootste struikelblok in de onderhandelingen die zich al zes jaar voortslepen is het landbouwconflict tussen de Verenigde Staten en de EG. Precies op dat punt heeft Delors de afgelopen dagen de verdenking op zich geladen niet als de kampioen van de economische groei, maar als belangenbehartiger van Frankrijk op te treden.

De Uruguay-ronde is nog slechts een half miljoen ton sojabonen en vijf dagen tot de Amerikaanse presidentsverkiezingen van een doorbraak verwijderd. Het laatste obstakel vormt Frankrijk dat opkomt voor zijn graanboeren. Delors heeft in dat verband gezegd dat het niet alleen om de belangen van Franse, maar van Europese boeren gaat en dat “de adolescente Gemeenschap” derhalve “nee moet durven zeggen tegen de grote broer Amerika”.

Als Fransman met ambities in eigen land bruskeerde de Commissie-voorzitter zijn commissarissen MacSharry (landbouw) en Andriessen (buitenlandse betrekkingen) in de slotronde van de GATT. Dat is niet bevorderlijk voor de onderhandelingspositie van de EG en al helemaal niet voor de economische vooruitzichten van de wereldeconomie. Delors, de geslepen politicus en de visionaire EG-president, moet zich opstellen als Europeaan en handelsliberalisatie omarmen als groeistrategie.