Israels flexibiliteit

OOK ALS HET eenmaal vrede in het Midden-Oosten is kunnen aanslagen als die van zondag, waarbij vijf Israelische soldaten de dood vonden, blijven voorkomen. Maar dan zal er geen reden zijn voor zo'n snelle escalatie van geweld in Libanon, waartoe de Israelische regering zich nu genoodzaakt ziet om het eigen publiek te kalmeren (militair hebben de beschietingen en tankbewegingen tegen uiterst mobiele guerrillastrijders geen enkele zin, geven ook de Israeliërs toe).

Daarom kan premier Yitzhak Rabin in zekere zin mede-verantwoordelijk worden gesteld voor het huidige geweld, dat niet alleen in het Libanees-Israelische grensgebied maar ook in bezet gebied weer aanzienlijk is toegenomen. Na zijn machtsaanvaarding in het begin van de zomer schiep hij aanvankelijk grote verwachtingen ten aanzien van een doorbraak in het vredesoverleg met de Arabische partijen; en (tussentijdse) akkoorden met de Palestijnen, en zelfs met Syrië, leken binnen handbereik. Maar nu, enkele maanden later, zijn wèrkelijke daden uitgebleven en lijkt het vredesoverleg weer verzand. In Washington praat men en daarmee is het wel gezegd.

Alles is met alles verbonden: een vredesakkoord met Syrië houdt ook een regeling met Libanon in, dat onder Damascus' doorslaggevende invloed staat. En dan pas zullen gewapende organisaties als de fundamentalistisch-shi'itische beweging Hezbollah, die met haar acties tegen Israel het vredesproces letterlijk probeert op te blazen, worden beteugeld. Het merendeel van de Libanese milities is inmiddels in het kader van het interne vredesproces min of meer ontwapend, alleen voor het pro-Iraanse Hezbollah en enkele radicale Palestijnse groepen heeft Syrië een uitzondering gemaakt, wegens de relaties met Iran èn als stok achter de deur tegen Israel.

HOE LANGER zo'n regeling en daarmee economische verbetering in het gebied uitblijft, des te sterker wordt het met Iraans geld gevoede Hezbollah onder de shi'ieten van Libanon en des te moeilijker te ontwapenen en te pacificeren. Dat zou Rabin tot des te grotere spoed moeten aanzetten, ook al zou een versnelling van het vredesproces ongetwijfeld eerst nog fellere acties van Hezbollah uitlokken. De recente parlementsverkiezingen in Libanon hebben Hezbollah acht parlementariërs en daarmee een groter politiek gewicht opgeleverd, en er is geen enkele reden aan te nemen dat het onder de huidige omstandigheden daarbij blijft. De aanslag van zondag heeft vermoedelijk ook daarmee te maken: om Libanons nieuwe pro-Saoedische en pro-Amerikaanse premier Hariri duidelijk te maken dat hij met dat versterkte Hezbollah zal moeten rekening houden.

Honderden joodse kolonisten probeerden gisteren Rabins woning te bestormen uit protest tegen de golf van Palestijnse aanslagen in bezet gebied. Rechtse oppositieparlementariërs eisten dat hij wegens de gewelddadigheden van de zijde van Hezbollah de onderhandelingsdelegaties uit Washington zou terugroepen. In antwoord daarop onderstreepte Rabin dat hij het vredesproces zal voortzetten, en dat zijn regering daarbij “flexibiliteit” zal tonen. Het is alleen de vraag of “flexibiliteit” voldoende is.