Iraakse Koerden melden overgave Turkse PKK

SALAHUDIN, 28 OKT. Na drie weken van gevechten in Noord-Irak hebben de strijders van de (Turks-)Koerdische Arbeiderspartij, de PKK, zich overgegeven aan de door Turkse commando's gesteunde Iraakse Koerden.

Massoud Barzani, een van de belangrijkste Koerdenleiders in Noord-Irak, zei gisteren dat de PKK zich bereid heeft verklaard de gewapende aanvallen op Turkse militaire grensposten en dorpen in het zuidoosten van Turkije te staken, de kampementen in het bergachtige Noord-Irak te verlaten en het regionale Koerdische parlement te erkennen als de wetttige vertegenwoordiger van de bevolking in Noord-Irak. De PKK zelf bewaart het stilzwijgen.

De gemelde overgave van de PKK volgt op het slotoffensief dat de Iraaks-Koerdische strijders (peshmerga's) zondag - ondersteund door Turkse commando's en tanks - lanceerden in de Hakurk-vallei. Dit is de driehoek waar Iran, Irak en Turkije samenkomen en waar de PKK tot voor kort over de belangrijkste kampementen beschikte. Osman Oçalan, de broer van PKK-leider Abdullah Oçalan, liet de Iraaks-Koerdische militaire leiders maandag per walkie-talkie weten bereid te zijn tot onderhandelingen. Koerdische bronnen verklaarden dat er vervolgens besprekingen hebben plaatsgehad tussen een PKK-delegatie onder leiding van Osman Oçalan en de Iraaks-Koerdische peshmerga's. Deze ontmoeting heeft zich aan het front afgespeeld.

Barzani bevestigde dat Osman Oçalan, die wordt gezien als het brein achter de gewapende activiteit van de PKK vanuit Noord-Irak, in Salahudin is om de details van de overgave te regelen. “Ik zal evenwel niet met hem onderhandelen”, aldus Barzani, “dat is de taak van de regionale Koerdische regering.” De verwachting is dat de Iraakse Koerden hun Turks-Koerdische broeders een gebied in Noord-Irak zullen toewijzen waar dezen zich - na de guerrilla-strijd te hebben afgezworen - kunnen vestigen. De Iraakse Koerden hebben steeds gezegd niet tegen de PKK te zijn, maar tegen de gewapende strijd die zij voert. Dit was de belangrijkste reden dat er gedurende de belegering door de peshmerga's van zowel de Hakurk-vallei als het gebied rondom de Noordiraakse stad Zakho in feite relatief weinig man-tot-man-gevechten hebben plaatsgehad en ook relatief weinig doden zouden zijn gevallen. De Iraakse Koerden waren er niet op uit de PKK-strijders te doden, maar hen uit de Iraaks-Turkse grensstreek te verdrijven. In de omsingeling van de PKK in de afgelopen weken in de Hakurk-vallei is dan ook steeds ten minste één vluchtweg naar Iran opengehouden.

Gedurende en na de oorlog in het Golfgebied heeft de marxistisch-leninistisch georiënteerde PKK gebruik gemaakt van het machtsvacuüm in Noord-Irak. De guerrilla-activiteit in de grensstreek met Turkije werd verder opgevoerd, wat Turkije beantwoordde met bombardementen op PKK-kampen, waarbij van tijd tot tijd ook burgerdoelen werden geraakt. Deze ontwikkeling stond haaks op het streven van de Iraakse Koerden om de op bevel van Saddam Hussein verwoeste dorpen in de grensstreek weer op te bouwen.

Algemeen wordt aangenomen dat de Iraakse Koerden grotendeels op aandrang van Turkije uiteindelijk zijn overgegaan tot een militaire confrontatie met de PKK in de bergachtige grensstreek. De beslissing daartoe werd genomen door het regionale Koerdische parlement, waardoor menige peshmerga aan het front zich moreel verplicht voelde om aan de "schoonmaakoperatie' in de grensstreek deel te nemen en de veiligheid in deze regio te herstellen. Maar diep in hun hart voelden velen er weinig voor om hun Turks-Koerdische broerders met geweld te verdrijven.