HEINZ EGGERT; Weerbarstige dominee

Op het overigens zo ordelijk verlopende partijcongres van de Duitse Christen-Democratische Unie van Helmut Kohl in Düsseldorf deed zich maandag een onverwachte gebeurtenis voor: de verkiezing van de Oostduitse dominee Heinz Eggert als een van de vier vice-voorzitters van de partij. Daarmee sneed hij de pas af voor een van de coryfeeën van de partij, minister van defensie Volker Rühe.

De 46-jarige Eggert is een wat vreemde eend in de bijt van de beroepspolitici. Na tal van ontberingen onder het vroegere DDR-regime is Eggert, die een afkeer heeft van dassen en doorgaans geen blad voor de mond neemt, bezig aan een stormachtige politieke loopbaan. Pas twee jaar geleden sloot hij zich aan bij de CDU. Een jaar geleden werd hij door de Saksische minister-president Kurt Biedenkopf aangezocht als minister van binnenlandse zaken. In die hoedanigheid drong hij steeds aan op een zuivering van het staatsapparaat van voormalige communistische functionarissen. Tegelijkertijd maakte hij zich sterk voor een harde aanpak van de neonazi's in zijn deelstaat.

Zijn stijl als minister is weinig conventioneel. Zo schoof hij 's avonds meer dan eens bij neonazi's aan in cafés om met hen te discussiëren. Ook komt het voor dat Eggert, gewapend met een krat bier, onverwachts op bezoek gaat bij lokale politiebureaus om te horen hoe de zaken er ter plekke voor staan.

Eggert werd in Rostock geboren. Na zijn schooltijd ging hij theologie studeren. Hij werd daarna beroepen in het plaatsje Oybin, in het bergachtige zuidoosten van Saksen. Er ontstond al spoedig een nauwe band tussen de jonge dominee en de dorpsbewoners. Intussen ontwikkelde zich ook het engagement van Eggert, die altijd een afkeer heeft gehad van starre ideologieën. Na de inval van de communistische broederstaten in Tsjechoslowakije in 1968 verbrak hij al zijn contacten met de officiële Oostduitse instellingen. Enige tijd later werd hij studentenpastor in het eveneens Saksische Zittau.

Het duurde niet lang voordat ook de Oostduitse veiligheidsdienst, de Stasi, zich ging bezighouden met de weerbarstige Eggert. Tientallen Stasi-agenten achtervolgden jarenlang de dominee. Ook schrok de organisatie er niet voor terug hem op te sluiten in een psychiatrische inrichting en hem verdovende middelen toe te dienen.

In 1989 kwam er een einde aan deze kwellingen, waarna hij een soort kruistocht tegen communisten begon die nog in functie waren gebleven. Toch bleef hij hierdoor niet geobsedeerd en richtte hij zijn energie snel op andere problemen. Zijn eigen slagzin is, zo meldde de Süddeutsche Zeitung onlangs: “Wie in de auto de hele tijd in de achteruitkijkspiegel kijkt, rijdt tegen een boom op”.