Gevarieerde expositie 17de-eeuwse Zuidnederlandse schilderkunst in Keulen; Verzamelaars in hun "constkamer'

Tentoonstelling: Von Bruegel bis Rubens; das goldene Jahrhundert der flèmischen Malerei. Wallraf-Richartz-Museum Keulen, tot 22 nov. Catalogus DM 58.

Een van de eerste schilderijen waar de bezoeker van de grote expositie "Von Bruegel bis Rubens' in Keulen op stuit is van de hand van David Teniers. Teniers was sedert 1651 hofschilder van de Habsburgse aartshertog in Brussel. Op dit grote schilderij zien we dan ook aartshertog Leopold Wilhelm in een zaal met bijna vijftig schilderijen. Ze hangen aan de muur en staan op de grond en een openstaande deur laat een fractie zien van nog meer kunst in een aangrenzend zaal. Op een tafel staan kleine beelden en daar liggen ook schelpen en tekeningen. Achter de tafel staat de schilder zelf. Leopold Wilhelm wijst op een groot doek van Rafael. De meeste schilderijen zijn trouwens te identificeren en komen ook voor op lijsten met het kunstbezit van de aartshertog. Het schilderij maakt dus een sterk realistische indruk, zelfs zo, dat schilderij en tentoonstelling bijna in elkaar overlopen en de bezoeker zichzelf bijna figurant gaat wanen in een tableau vivant.

Deze grote tentoonstelling was oorspronkelijk alleen bedoeld voor Antwerpen, dat volgend jaar culturele hoofdstad van Europa zal zijn. Een groot vertoon van de Zuidnederlandse schilderkunst is daar zeer gepast. Bij de voorbereidingen bleek het echter dat zoveel schilderijen en zoveel expertise uit Keulen en Wenen nodig waren, dat deze steden de tentoonstelling overnamen. Wie Keulen mist, kan dus nog volgend jaar in Wenen en in Antwerpen gaan kijken, al zal de samenstelling telkens iets anders zijn.

Met zijn honderd schilderijen, zestig prenten en veertig tekeningen is dit een zeer rijke en gevarieerde tentoonstelling geworden. Die wordt begeleid door een catalogus met gedegen inleidingen op de Antwerpse schildersschool, of liever gezegd scholen. Elk van de daar ontwikkelde specialismen is met een aparte inleiding bedeeld. De tentoonstelling is ook zo opgezet: er zijn afdelingen met historieschilderkunst, met portretten, landschappen, stillevens en genreschilderkunst. Bij elke afdeling hangen een paar echte uitschieters, zoals het zelfportret van Rubens uit Wenen, waarop hij zich als een superieure gentleman heeft uitgebeeld. Of het elegante vrouwenportret door Van Dijck uit de verzameling van de vorsten van Liechtenstein.

Rubens, Van Dijck en Jordaens gelden als de exponenten van de Zuidnederlandse schilderkunst van de eerste helft van de zeventiende eeuw. Zij kregen eervolle opdachten in heel Europa en mede dank zij hen is het schildervak een hoge eervolle status gekregen. Zij zijn dan ook prominent op deze tentoonstelling aanwezig.

De verschillende specialismen zijn ook alle in de Noordelijke Nederlanden tot grote hoogten gebracht, op één uitzondering na: de uitbeelding van een 'constkamer', van een schilderijencollectie, zoals het bovengenoemde schilderij van Teniers. Op deze tentoonstelling hangen er een stuk of acht, behalve van Teniers ook van Frans Francken II, Willem van Haecht en Hans Jordaens III. Het zijn alle volle, grote realistisch ogende schilderijen. Maar bij nader inzien blijken het allegorische voorstellingen. Zo is er een schilderij van Frans Francken, waar een schilderende vrouw in zo'n kunstkabinet wordt uigebeeld. Die vrouw is Pictura en het schilderij is een allegorie op de schilderkunst. Ook wordt de Griekse schilder Apelles in een dergelijke kunstcollectie afgebeeld. Op andere schilderijen zien we fantasieverzamelingen en op weer andere zijn schilderijencollecties te zien die wel degelijk bestaan hebben, maar waar de afgebeelde bezoekers nooit tegelijk aanwezig zijn geweest.

Deze schilderijen hadden verschillende betekenisniveaus, die nog lang niet alle zijn ontrafeld. In ieder geval zijn het reflecties op de schilderkunst, ook wel omschreven als 'geschilderde kunsttheorie'. Ze zijn een hommage aan de schilderkunst. De vorm waarin die hommage gegoten werd kon binnen dit soort schilderijen verschillende vormen aannemen. De ene keer is Pictura of Apelles geschilderd, in andere gevallen moet de aanwezigheid van de schilder in een vorstelijk kabinet aangeven in welke hoge kringen hij verkeerde en hoe zeer zijn vak dus in aanzien was gestegen. Ook de verzamelaar zelf wordt temidden van zijn schatten geëerd, waarmee hij voldoet aan een bepaald gentleman-ideaal. De aanwezigheid van geleerden, die zich met geografische of astronomische problemen bezighouden, geeft de verwevenheid aan van kunst en wetenschap. Geschilderde schelpen en bloemen in de kunstkamer verwijzen weer naar de schilderkunst als imitatie van de natuur, waarbij in dit geval, de beeldgrap naar nog weer een hoger niveau verschoven is, omdat kunst en natuur beide geschilderd zijn. Het nauwkeurig afbeelden van werken van oudere Vlaamse en van Italiaanse meesters ten slotte is ook een middel geweest waarmee de schilder aangaf dat hij zich met hen kon meten.

Zo vormen deze schilderijen vol geschilderde schilderijen en geschilderde bezoekers puzzels met verschillende betekenislagen. Het bezoek aan deze prachtige tentoonstelling in het Wallraff-Richartz-Museum voegt daar nog een laag aan toe.

    • Roelof van Gelder