Geobsedeerd door boerderijen

Van 1920 tot 1934 reisde de Friese onderwijzer Klaas Uilkema in heel Nederland van boerderij naar boerderij. Hij maakte duizenden foto's, honderden opmetingstekeningen en talloze aanvullende notities. Het resultaat was een unieke collectie boerderijdocumentatie die vervolgens een halve eeuw uit het zicht verdween.

De bouwkundige Ellen van Olst, gespecialiseerd in bouwhistorisch onderzoek, belicht zijn werk in haar dissertatie "Uilkema, een historisch boerderij-onderzoek; Boerderij-onderzoek in Nederland 1914-1934'.

Het verhaal van een dubbele fascinatie.

Een motorfiets die in slecht weer niet harder wil dan dertig kilometer per uur, valpartijen op beijzelde wegen, vijf lekke banden in twee dagen. Verscholen achter enthousiaste verhalen over zijn boerderij-onderzoek geeft Klaas Uilkema dit soort terloopse informatie in brieven aan de "Boerenhuiscommissie' die zijn onderzoek begeleidt. Ook als hij de zware ziekte en later het overlijden van een van zijn kinderen vermeldt, is dat niet meer dan een alinea tussen de zakelijke informatie.

In haar kantoor bij de Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek vertelt Ellen van Olst over het onderwerp van haar dissertatie. “Het werd me steeds duidelijker dat, als ik Uilkema's werk en zijn gedrevenheid wilde begrijpen, ik het toch ook moest zoeken in zijn persoon”, zegt zij. “Zijn collectie is voor een belangrijk deel ontstaan uit zijn gefrustreerde ambitie. Hij was geobsedeerd, wilde naam maken, een soort revanche nemen op het verleden waarin hem alle kansen waren ontzegd.”

Haar proefschrift gaat dan ook niet uitsluitend over Uilkema's onderzoek en nagelaten materiaal, maar biedt ook een inzicht in diens persoonlijkheid. Klaas Uilkema: een aardige man, zolang hij zich niet bedreigd voelde. Geliefd bij zijn leerlingen en goeie maatjes met de boeren die hij bezocht, maar tegenover iedereen die maatschappelijk boven hem stond argwanend, afhoudend, onbuigzaam.

Autodidact Uilkema trok in 1916 de aandacht met zijn boekje "Het Friesche Boerenhuis' dat werd besproken in ondermeer Het Algemeen Handelsblad en De Gids. Tot dat moment had men oude boerderijen vooral beschouwd als merkwaardige relicten van volkskundig of cultuurhistorisch belang. Uilkema probeerde als eerste de geschiedenis van de boerderijen af te lezen aan de gebouwen zelf, een methode die nog steeds wordt toegepast.

“Zijn werkwijze en theorieën bleken mij opvallend modern en actueel”, zegt Van Olst. “Maar hij heeft nooit waardering gekregen, werd met de nek aangekeken en liet overal een stroom van ruzies en conflicten achter. Ik heb vooral ook ontdekt dat latere onderzoekers veel meer hebben voortgebouwd op die paar geschriften van hem dan men ooit heeft willen toegeven. Essentiële ideeën werden overgenomen en lang niet altijd met bronvermelding. Ik kon zijn werk niet voltooien, heb het alleen toegankelijk gemaakt.”

Klaas Uilkema groeide op in een vooruitstrevend Fries boerenmilieu. Daar gold het laten studeren van een van de kinderen als een teken van welvaart. In het grote gezin was die rol weggelegd voor Klaas, leergierig maar niet zo sterk. “Toen hij nog op de lagere school zat kwam de landbouwcrisis, die eind vorige eeuw duizenden boeren in moeilijkheden bracht. De familie Uilkema raakte in de problemen en voor Klaas was in de nieuwe situatie het enig haalbare de gratis rijkskweekschool.”

Zo werd Klaas Uilkema onderwijzer op een lagere school en in de avonduren landbouwonderwijzer. “Het is bekend dat hij dat leven echt haatte”, zegt Van Olst. “Lesgeven op zich lag hem goed, maar hij ervoer het als geestdodend. Hij kon niet opschieten met schoolhoofd, onderwijsinspecteur en andere autoriteiten. Hij wilde het onderzoek in.”

Toen een groepje Leidse hoogleraren op initiatief van de hoogleraar D. van Blom hem voorstelde van zijn hobby, boerderij-onderzoek, tijdelijk zijn beroep te maken, deed Uilkema onmiddellijk mee. Ook al was dat voor hem financieel ongunstig. De wetenschappers verenigden zich in de "Boerenhuiscommissie' om zo een fondsje te creëren voor het project en te verdoezelen dat hun onderzoeker geen wetenschappelijke status had. Uilkema kocht zelf een motorfiets, declareerde lang niet al zijn kosten en toen het fondsje van de wetenschappers na drie jaar was uitgeput, inde hij het geld van een levensverzekering voor hem en zijn gezin om het onderzoek voort te kunnen zetten. Zijn verlof op school ging over in een wachtgeldsituatie.

Het volledige dossier met de brieven waarin Uilkema verslag deed van zijn onderzoek en zijn belevenissen aan Van Blom van de "Boerenhuiscommissie' vond de onderzoekster terug bij de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. “Van Blom en Uilkema hadden een persoonlijke band en hebben elkaar intensief geschreven. Soms twee, drie brieven per week, nu en dan tien kantjes vol tekeningen. Honderden brieven, het was een goudmijn.”

Ondanks de opofferingen van hem en zijn gezin lukte het Uilkema niet het onderzoek te voltooien. Het was teveel werk voor één man die bovendien geen enkele ervaring had met wetenschappelijk onderzoek op deze schaal. Van Olst schildert de briefwisseling hierover als een noodlotsroman. “Je ziet het mislopen en kunt niets doen.”

Dat gevoel had het groepje hoogleraren ook. Op het laatst wist geen van hen meer hoe Uilkema te benaderen om nog een beetje kans van slagen te hebben. 's Mans argwaan tegen de officiële wetenschap nam gaandeweg toe. “Die was al ontstaan in zijn jeugd en het was hem meermalen ingepeperd dat hij maar een landbouwonderwijzertje was”, zegt Van Olst. “Nooit is het mooie grote boek er gekomen dat hij bedoelde te maken. Hij heeft het onderzoek van de drie provincies waarmee hij klaar was op stencil uitgebracht, om zijn rechten vast te leggen. Hij was bang dat anderen zich zijn werk zouden toeëigenen. Helemaal alleen heeft hij een oplage verzorgd van zo'n 300 exemplaren. Van alle benodigde foto's - die konden niet worden gestencild - maakte hij pentekeningen. Vervolgens heeft hij al het materiaal in kisten gestopt, dichtgespijkerd, verzegeld, op zolder gezet en er nooit meer iets mee te maken willen hebben.”

Van Olst heeft nooit de vooropgezette bedoeling gehad Uilkema te rehabiliteren. “Als hij alleen maar waanzin had beweerd, had ik dát geschreven. Maar hij bleek de grondlegger te zijn van het hele vakgebied. Hij heeft buitengewoon materiaal verzameld. Ook waar zijn conclusies naar mijn gevoel niet terecht zijn, is het toch materiaal dat nu niet meer kan worden verzameld. In zijn tijd waren er nog veel oude boerderijen, die bovendien nog traditioneel functioneerden. Het verband tussen gebouw en bedrijf was toen nog zichtbaar.”

Uilkema was al in de zestig toen het onderzoek mislukte. Kort daarvoor was zijn vrouw overleden. “Hij is toen een half jaar naar Amerika gegaan waar een zoon van hem woonde”, vertelt Van Olst. “Twee jaar na zijn terugkomst is hij hertrouwd met een veertig jaar jongere vrouw en een heel nieuw leven begonnen. Dat vond ik heel vertederend.”

In 1944 overleed Klaas Uilkema. Omdat hij zich lang geleden op wachtgeld had laten plaatsen, kreeg zijn tweede echtgenote geen pensioen. “Dat gezin is echt berooid geweest.”

Gevraagd naar haar gevoelens over de man met wiens onderzoek zij zeven jaar dagelijks bezig was, spreekt Ellen van Olst van fascinatie. “Maar nooit heb ik geprobeerd in zijn huid te kruipen, ik had meer het idee dat ik bij hem achterop de motor zat.”

    • Hidde van der Ploeg