Geen beperking bij toelating Antillianen in Nederland

DEN HAAG, 28 OKT. Minister Hirsch Ballin (Koninkrijkszaken) wenst geen enkele beperking bij de toelating van Antillianen en Arubanen in Nederland om de criminaliteit in de steden te verminderen. Dit bleek gisteravond in het debat in de Tweede Kamer over de begroting voor de Antillen en Aruba voor 1993.

De Kamerfracties van VVD en CDA drongen sterk aan op een toelatingsregeling. De VVD'er Wiebenga noemde de voortgaande emigratie vanuit de rijksdelen ernstig, nu er al 80.000 Antillianen en Arubanen in Nederland zijn. “We moeten niet de fout herhalen die destijds met Suriname is gemaakt. Een uittocht van goed opgeleide mensen uit de Antillen zou desastreus zijn”, aldus de liberaal. CDA-woordvoerder Krajenbrink bepleitte het bezit van een werkvergunning als voorwaarde voor een verblijf van Antillianen langer dan drie of zes maanden in Nederland. Hij wees op de relatief hoge criminaliteit onder jeugdige, werkloze Antillianen.

Hirsch Ballin verzette zich omdat een toelatingsregeling in de rijksdelen “zeer negatief zou worden ontvangen” en Nederland nu juist aandringt op een soepeler houding tegenover Nederlanders die op de Antillen willen werken. Hij ziet meer in verbetering van toekomstkansen voor jongeren op de Antillen zelf en beloofde daarvoor een planmatige aanpak.

Hirsch Ballin wees ook de wens van bijna de gehele Kamer af om in de komende conferentie over de toekomstige staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk de mogelijkheid van een lichte federatie van alle zes de eilanden (inclusief het zelfstandige Aruba) aan de orde te stellen. Zo'n overkoepelend bestuur bevordert volgens de Kamer een nauwere samenwerking en voorkomt een verder uiteenvallen van de Antillen. Maar Hirsch Ballin vreest dat dit idee op de Antillen en Aruba zal worden opgevat als een terugkeer naar de vroegere verhoudingen.

Sympathiek staat Hirsch Ballin tegenover het pleidooi van D66-Kamerlid Nuis om een plan te maken voor de uiteindelijke omvang van de overheidsapparaten op de Antillen, als deze met behulp van Nederlandse adviseurs zijn gereorganiseerd. In dat plan moet ook worden aangegeven hoe de financiering wordt geregeld, want niet elk eiland zal alle kosten van het bestuur kunnen dragen, aldus Nuis. PvdA-woordvoerder Vermeend wil dat in het plan ook de economische ontwikkelingskansen voor de eilanden worden aangegeven, en een voortgaande controle op de sanering van de enorme overheidstekorten en -schulden. De minister staat daar positief tegenover en was het met de PvdA-woordvoerder eens dat daarbij ook een "artikel 12 procedure' kan passen voor directe hulp en controle door het ministerie van binnenlandse zaken in Den Haag bij de begrotingsbewaking.

Vermeend ziet mogelijkheden voor een aanpassing van de fiscale relaties tussen Nederland en de Antillen aan de Europese verhoudingen. Daarbij is ook de positie van de Antillen als financieel centrum met aantrekkelijke fiscale tarieven, waardoor nieuwe investeringen worden aangetrokken, te regelen, aldus het Kamerlid.