Dirigent Maksymiuk laat klanken bloeien

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Jerzy Maksymiuk m.m.v. Kaja Danczowska, viool. Programma: Ravel, Valses nobles et sentimentales; Szymanowsky, Eerste vioolconcert; Tsjaikovsky, Serenade voor strijkers. Gehoord: 23/10 in de Grote Doelenzaal te Rotterdam.

Zwierig als een Weense dansmeester uit de dagen van weleer leidt dezer dagen de Poolse dirigent Jerzy Maksymiuk het Rotterdams Philharmonisch Orkest in een programma dat nadrukkelijk gegroepeerd is rond het Eerste vioolconcert van Szymanowsky, de grootste Poolse componist tussen Chopin en Lutoslawski. Het was Szymanowsky's tragiek dat hij nooit de waardering heeft gekregen die hij verdient, hoewel het heel goed is te begrijpen hoe dat is gekomen. Szymanowsky's sterkste kanten zijn de zangerigheid van zijn melodische lijnen, de oprechte emotionaliteit en de kleurrijke instrumentatie. Uitermate zwak is zijn vormgeving. Afgeronde structuren of thematische verwerking ontbreken. Wat men hoort is een klankenstroom van grote intensiteit die aanzwelt en afneemt, versnelt en vertraagt al naar de ingeving van het moment. Geen wonder dat Szymanowsky vooral uitblonk in vocale muziek waarbij de zegging van het woord zijn richtsnoer kon zijn.

De solopartij in het Eerste vioolconcert gelijkt zozeer op een lange vocalise dat de violist die zich eraan waagt over een stralend instrument en een uitermate cantabele toon moet beschikken. Kaja Danczowska, een Poolse die onder andere door Oistrach en Ricci is gevormd, voldeed aan alle voorwaarden. Zij gaf een indrukwekkende vertolking van het werk en kwam met het orkest tot een opvallend goed geïntegreerde samenwerking.

Het was gezien Szymanowsky's verwantschap met de Franse compositiestijl een vondst het concert te beginnen met Ravels Valses nobles et sentimentales. Toch overtuigde Maksymiuk daarin het minst omdat zijn globaal-enthousiasmerende directie de complexe samenklanken niet doorzichtig genoeg maakte. Heel anders was dat in Tsjaikovsky's Serenade voor strijkers. Daarin bloeide de klank op tot een vurigheid die ondenkbaar zou zijn geweest zonder Maksymiuks dansante zwierigheid.