Bonden Italië verdeeld over protestacties

ROME, 28 OKT. In een conflict waardoor de sociale verwarring verder toeneemt, zijn de drie Italiaanse vakcentrales verdeeld geraakt over de vraag hoe er geprotesteerd moet worden tegen de bezuinigingsplannen van het kabinet-Amato.

Nadat de vakbonden een nieuwe algemene staking, na de vier-uursstaking van 13 oktober, voorlopig hebben afgewezen, zijn in fabrieken in Noord-Italië plannen gemaakt voor eigen protestacties. Fabrieken elders in het land hebben zich daarbij aangesloten en morgen zal in zeker 200 fabrieken het werk worden neergelegd.

De twee vakbonden die gelieerd zijn aan de regeringspartijen, de Cisl (christen-democratisch) en de Uil (socialistisch), hebben zich van deze stakingen gedistantieerd. Ook de socialistische stroming in de Cgil, de grootste bond van Italië, steunt de acties niet, maar de (ex-communistische) meerderheid van de Cgil heeft zich wel achter het protest geschaard. De Cgil is bang het contact met de basis te verliezen, nadat op eerdere protestmanifestaties is gebleken dat veel mensen vinden dat de bonden zich niet fel genoeg verzetten. Bovendien probeert de ex-communistische Democratische Partij van Links (PDS) zich te profileren in het protest tegen de voorgestelde bezuinigingen.

De protesten zijn aangewakkerd door de manier waarop het kabinet de begroting door het parlement sleurt: Amato heeft op essentiële punten de vertrouwenskwestie gesteld. Maar niet alleen woede over een vermeende ongelijke verdeling van de offers heeft tot protesten geleid. Hoofdoorzaak van de onrust is het protest tegen een politieke klasse die massaal steekpenningen heeft ontvangen en daarom als hoofdoorzaak van de financiële crisis wordt gezien - niet op basis van de cijfers, maar vanuit moreel oogpunt.