Argwaan en instemming over plan Ter Veld

DEN HAAG, 28 OKT. Met een mengeling van instemming en argwaan reageren gemeenten op de suggestie van staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) om hun grotere vrijheid te geven bij de uitvoering van de bijstandswet, in het bijzonder de regeling die het mensen met een uitkering toestaat met betaald werk bij te verdienen.

Ter Veld wil de uitkeringen die aan deze groep worden verstrekt, ruim 135 miljoen gulden per jaar, in een apart budget bijeenbrengen en dat vervolgens aan de gemeenten overmaken. Zij mogen voor dat geld een nuttige bestemming zoeken, zolang dit maar betekent dat meer bijstandstrekkers aan een baan worden geholpen.

Met de wet in de hand kunnen bijstandsgerechtigden nu gedurende twee jaar maximaal 260 gulden per maand bijverdienen, zonder dat dit van hun uitkering afgaat. Dit recht wordt, als het aan Ter Veld ligt, een mogelijkheid waarvan het nut door de sociale dienst ter plaatse moet worden beoordeeld. Het geld mag ook anders worden besteed: aan scholingspremies bijvoorbeeld.

In geen van de geïndustrialiseerde landen hebben zo weinig alleenstaande moeders een betaalde baan als in Nederland. Deze vrouwen komen veelal in de bijstand zonder dat ze eerder werk hadden. Het is vooral deze groep die de staatssecretaris op het oog heeft. Juist bijstandsmoeders hebben op de arbeidsmarkt weinig kans, zo wees deze week een rapport van de gemeente Rotterdam uit: ze hebben te weinig scholing, de kinderopvang is niet goed geregeld en naarmate ze langer in de bijstand vertoeven neemt hun animo om een baan te zoeken af.

De Rotterdamse wethouder Henderson van sociale zaken noemt het "zeer positief' dat de staatssecretaris nu een gebaar maakt om de gemeentelijke bevoegdheden op dit punt te vergroten, gewend als hij is aan de volgens hem "verfoeilijke gewoonte' van het ministerie om centralistische regelingen te bedenken. Ook directeur Hoppenbrouwers van de sociale dienst in Eindhoven, tevens voorzitter van de landelijke, overkoepelende organisatie Divosa, vindt het een regeling die per gemeente zeer goed uitvoerbaar is.

Tegelijkertijd denkt Henderson dat 135 miljoen gulden lang niet genoeg is om tot een werkelijke arbeidsstimulans te komen. Wie uit de bijstand gaat en een betaalde baan krijgt, verdient vervolgens veelal het minimumloon; niet of nauwelijks meer dan de uitkering. Wat Henderson betreft wordt behalve de gemeentelijke vrijheid ook het bedrag dat ongestraft mag worden bijverdiend hoger.

Dat vindt ook zijn collega Martini in Den Haag. “Ik ben er al geruime tijd voorstander van om mensen met een bijstand meer te laten bijverdienen.” Hij wijst op het "grijze circuit' en noemt huishoudelijke hulpen, vrouwen die een paar uur per week in een winkel werken of de piekdagen in de tuinbouw. Wie bijstandswerkers een hogere bijverdienste toestaat, maakt het grijze circuit witter, redeneert Martini. Evenmin als Henderson denkt hij dat gemeenten in de toekomst dikwijls "nee' zullen verkopen aan een cliënt die er met behoud van uitkering bij wil werken; dat maakt de spoeling voor andere stimuleringspremies dus dun.

Voorzover wethouder Martini gereserveerd reageert, is dat vooral omdat de regeling nog niet op papier staat. Hij heeft daardoor nog geen adders onder het gras kunnen ontdekken. Zadelt het ministerie de gemeenten bijvoorbeeld niet (opnieuw) op met de uitvoering van een regeling waar ze bij nader inzien geld voor tekort komen? Het plan van Ter Veld kan op instemming van een Kamermeerderheid rekenen; het ligt in de lijn van suggesties die CDA en PvdA hebben gedaan over de nieuwe Bijstandswet die de Tweede Kamer nog moet behandelen. De FNV daarentegen vreest voor rechtsongelijkheid voor bijstandsgerechtigden als alle gemeenten voor het bijverdienen eigen regels mogen hanteren.

    • John Kroon