Arbeidsongeschiktheid

De vorige keer schreef ik over de pensioenopbouw bij werkloosheid. Ditmaal ga ik in op de vraag wat met de pensioenrechten gebeurt als de werknemer ziek of arbeidsongeschikt wordt.

In veel CAO's is vastgelegd dat werknemers tijdens ziekte recht hebben op doorbetaling van het loon, gewoonlijk voor een periode van één of twee jaar. Via deze loondoorbetaling is dan tevens voorzien in voortgezette betaling van de pensioenpremie. Hiernaast is op grond van de Ziektewet een specifieke Algemene Maatregel van Bestuur tot stand gekomen, die bepaalt dat een aantal bedrijfsverenigingen naast het ziekengeld ook de pensioenpremie voor de zieke werknemers betaalt. Voor deze zieke werknemers zal de pensioenopbouw eveneens gewoon doorgaan.

Voor de periode dat een werknemer - na het eerste ziektejaar - een WAO-uitkering heeft, kennen vrijwel alle pensioenregelingen een premievrije voortzetting van de pensioenopbouw. Dit betekent dat zolang de werknemer een WAO-uitkering ontvangt, de pensioenopbouw gewoon doorgaat zonder dat hiervoor nog premie hoeft te worden betaald. Deze premievrije pensioenopbouw - ook wel premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid genoemd - is een extra verzekerd element in de pensioenregeling, waarvoor ook extra premie is betaald. De mate van premievrije opbouw is daarbij gewoonlijk afhankelijk van het percentage arbeidsongeschiktheid van de werknemer, zodat iemand met een gedeeltelijke WAO-uitkering slechts een gedeeltelijke premievrije opbouw van pensioenrechten krijgt. Normaal gesproken is de premievrije opbouw gekoppeld aan het hebben van een WAO-uitkering, zodat deze opbouw doorgaat zelfs nadat het dienstverband van de arbeidsongeschikte werknemer is geëindigd.

Behalve de premievrije opbouw kennen sommige pensioenregelingen een aanvullend invaliditeitspensioen. Dit is een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid die een aanvulling geeft op de WAO-uitkering tot meestal 75 à 80 procent van het laatste loon.

Het kabinet heeft onlangs geconstateerd dat regelingen terzake van premievrije pensioenopbouw de herintreding van arbeidsongeschikten in het arbeidsproces aanzienlijk kunnen belemmeren en zo het beleid, gericht op terugdringing van het aantal arbeidsongeschikten, kunnen doorkruisen. Er kan voor een werknemer namelijk een pensioenbreuk optreden indien hij wegens arbeidsongeschiktheid premievrije pensioenopbouw heeft en vervolgens een dienstverband aangaat met een nieuwe werkgever die òf (a) geen pensioenregeling heeft, òf (b) wel een pensioenregeling heeft, maar die veel slechter is dan de pensioenregeling van de oude werkgever. Ook kan (c) een pensioenbreuk optreden wanneer de werknemer bij de nieuwe werkgever een lager salaris gaat verdienen dan het salaris op basis waarvan hij premievrije pensioenopbouw in de regeling van de oude werkgever krijgt. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat deze laatste situatie zich in de toekomst mogelijk vaker zal voordoen, doordat het begrip passende arbeid in het arbeidsongeschiktheidscriterium zal worden verruimd in het kader van de wettelijke maatregelen gericht op het terugdringen van het aantal arbeidsongeschikten.

Het kabinet heeft over mogelijke oplossingen van dit probleem met de pensioenbreuk advies gevraagd aan de Stichting van de Arbeid. Een mogelijkheid zou zijn om de premievrije pensioenopbouw in de oude regeling tijdelijk voort te zetten. Wellicht zouden de middelen van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering - waarmee thans de pensioenopbouw voor werkloze werknemers wordt gefinancierd - kunnen worden gebruikt om deze tijdelijke voortzetting van de pensioenopbouw te financieren. Het zou natuurlijk ongewenst zijn wanneer de pensioenregeling arbeidsongeschikten ervan weerhoudt weer aan het arbeidsproces deel te nemen.

Soms leidt werkhervatting door arbeidsongeschikten niet tot een pensioenbreuk, maar tot dubbele pensioenopbouw. Dit kan zich met name voordoen indien een arbeidsongeschikte werknemer met premievrije pensioenopbouw daarnaast elders part-time gaat werken en op grond daarvan in een andere pensioenregeling wordt opgenomen. Ook kan dubbele pensioenopbouw ontstaan als een werknemer elders gaat werken en zijn oude arbeidsongeschiktheidspercentage tijdelijk blijft gehandhaafd, omdat nog niet zeker is dat de nieuwe inkomsten blijvend zijn. Net als het ontstaan van een pensioenbreuk bij werkhervatting is het krijgen van dubbele opbouw bij werkhervatting minder wenselijk. Dit laatste probleem zou opgelost kunnen worden door in het pensioenreglement anti-cumulatiebepalingen op te nemen. Een goede uitwisseling van gegevens tussen bedrijfsverenigingen en pensioenuitvoerders is dan wel een voorwaarde.