"Alles kwijt en nu moet ik ook nog het hotel uit'

AMSTERDAM, 28 OKT. “Drie jaar heb ik hier in dit land geleefd”, zegt een jongen uit Ghana. “Toen kwam dat vliegtuig. Ik ben alles kwijtgeraakt. Nu zeggen ze dat ik uit het hotel wegmoet. Het is een dubbele ramp.”

Bij de lift, op de twaalfde verdieping van het Novotel, staan twee houten tafels tegen elkaar geschoven. Eromheen zitten mannen uit Turkije, Ghana, de Antillen. Ze roken de ene sigaret na de andere. Drie plastic koffiebekertjes vol peuken. Er heerst een vreemde, gespannen sfeer. Gedempt gepraat van de mannen aan de tafel, op de achtergrond het geluid van stofzuigers.

Twee weken lang heeft het Amsterdamse Novotel gediend als opvangplaats voor de slachtoffers van de vliegtuigramp in de Bijlmermeer. Gisteren werd de lijst bekend van de mensen die door de gemeente zijn voorgedragen aan staatssecretaris Kosto (justite) voor legalisering. Op die dag klopten politiefunctionarissen op de deuren van de kamers van het Novotel: wie niet in aanmerking kwam voor nieuwe woonruimte moest het hotel verlaten.

Het leidde tot emotionele taferelen. Een klein deel van de meer dan 200 slachtoffers die in het hotel verbleven in een bus geladen. De rest bleef. “Waar moet ik naartoe als ik hier uit wordt gezet”, zegt de Ghanese jongen. Na de ramp had hij een paar dagen door de Bijlmer gezworven. Toen burgemeester Van Thijn en politiecommissaris Nordholt illegalen de verzekering had gegeven dat ze zich zonder consequenties konden aanmelden, is hij naar het opvangcentrum gegaan. Hij staat niet op de "Kosto-lijst'. “Nu ben ik bang. Ze hebben mijn naam en dan is alles voor niets geweest”.

Ondanks de verzekering van de gemeente dat alle gegevens over illegalen vernietigd worden, bestaat in het Novotel grote angst voor uitzetting. “Ze hebben beloften gedaan en die niet gehouden”, zegt een Turkse man. Samen met negen andere Turkse vrienden zit hij in het Novotel. “Het is discriminatie”, zegt hij. “Geen enkele Turk komt voor op de Kosto-lijst. Dat is toch niet eerlijk?”

Op kamer 1257 hebben zich een twintigtal Ghanezen verzameld. Ze brengen een officiële verklaring uit: “We danken God dat er in dit land vrijheid van meningsuiting is. We zijn wanhopig”, zegt hun woordvoerder. “We zijn onze spullen, ons huis en veel van onze vrienden kwijtgeraakt. Nu worden we uit het hotel gezet. Kunt u de burgemeester vragen wat er nu met ons moet gebeuren?”

De mannen vertellen hoe moeilijk het voor een illegaal is om iets te bewijzen. Natuurlijk zijn er mensen die van de situatie gebruik maken. “Maar degenen die in het Novotel zitten zouden zich toch nooit zo snel na de ramp hebben aangemeld als ze niet werkelijk getroffen waren?”

Het antwoord van de gemeente is klaar en duidelijk: “De Kosto-lijst is door het hoofd van de burgelijke stand met grote zorg samengesteld”. En: “De mensen van wie niet is aangetoond dat ze in de getroffen flats woonden, worden in principe niet dakloos”. Tot zaterdag hebben ze de tijd om het hotel te verlaten.