Afgezante pleit bij VN voor vrouwenbeleid

ROTTERDAM, 28 OKT. De Verenigde Naties moeten een verklaring opstellen over het uitbannen van geweld tegen vrouwen. Dat bepleit de Nederlandse Ann Mannen vandaag voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in een toespraak over het internationale vrouwenbeleid. Belangrijk is volgens Mannen “dat bij zo'n verklaring wordt uitgegaan van een brede definitie van geweld, zowel fysiek als psychologisch”. Zij vindt verder dat een VN-rapporteur moet worden aangesteld bij wie onrecht jegens vrouwen gemeld kan worden.

De 34-jarige Ann Mannen, in het dagelijks leven docente aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, spreekt de VN toe als lid van de Nederlandse regeringsdelegatie en als afgezant van de vrouwenbeweging. Jaarlijks vaardigt de Nederlandse regering een vertegenwoordiger van de vrouwenbeweging af naar de Verenigde Naties. Dit gebeurt op voordracht van de Nederlandse Vrouwenraad, een overkoepelend lichaam waarbij 46 organisaties zijn aangesloten. Volgens de Vrouwenraad heeft “vrijwel geen enkel ander land” een speciale vrouwenvertegenwoordiger in zijn delegatie. Voorgangers van de in Suriname geboren Mannen zijn onder anderen Marga Klompé, Hilde Verweij-Jonker en Hanja Maij-Weggen.

In haar toespraak uit Mannen haar bezorgdheid over de positie van vrouwen. “Zeven jaar na de Wereldvrouwenconferentie in Nairobi, waar strategieën voor vrede, gelijkheid en ontwikkeling zijn afgekondigd, is de positie van vrouwen mondiaal verslechterd. De kansen voor meisjes bijvoorbeeld nemen af, ook in Nederland. We vervallen weer in de traditionele rolpatronen. Ook de positie van oudere vrouwen is weinig rooskleurig.”

Verder spreekt Mannen, de eerste zwarte vrouw die door Nederland wordt afgevaardigd naar de Algemene Vergadering van de VN, over racisme. “Voor migrantenvrouwen is racisme een extra belemmering om gelijkwaardig te participeren. Zo is hun positie op de arbeidsmarkt slechter dan die van witte vrouwen en zwarte mannen.”