Wallage: een op de vier scholen werkt aan fusie

ZOETERMEER, 27 OKT. Een kwart van alle scholen in het voortgezet onderwijs gaat per 1 augustus 1993 fuseren met een andere school. Dat is een verdubbeling van het aantal fusies van dit jaar.

Dat zei staatssecretaris Wallage (onderwijs) gisteren op het ministerie in Zoetermeer bij de installatie van de ambtelijke projectgroep Scholengemeenschapsvorming. Deze "taskforce' moet problemen bij de fusieprocessen in een vroeg stadium opsporen en oplossingen bedenken.

In Friesland en Overijssel doen bijna de helft van de scholen aan fusies mee, aldus Wallage gistermiddag. Hij toonde zich dan ook tevreden over de fusievorming, waarbij zelfstandige scholen opgaan in brede scholengemeenschappen. Volgens Wallage zijn er nog meer scholen die bezig zijn met fusies maar in hun besprekingen nog niet zo ver zijn dat ze zich melden bij het ministerie.

Het gaat totnutoe om 358 scholen, die samengaan in 119 scholengemeenschappen. Bij de helft van deze nieuwe instituten gaat het om scholengemeenschappen met lager beroepsonderwijs, MAVO, HAVO en VWO. De toename zal leiden tot een verdubbeling van het aantal brede scholengemeenschappen. Ruim 120 van de 358 scholen moeten fuseren, omdat ze onder de opheffingsnorm van ten minste 240 leerlingen terecht zijn gekomen.

Hoewel fusies niet verplicht zijn, ziet het ministerie de vorming van brede scholengemeenschappen als een belangrijke voorwaarde voor het welslagen van de basisvorming en voor de plannen voor een grotere autonomie in het onderwijs. Bij de basisvorming krijgen alle leerlingen in het voortgezet onderwijs in de eerste drie jaren globaal dezelfde vakken. Vervolgens stromen ze door naar de bovenbouw van een van de "oude' schooltypes.

Wallage kondigde een nieuwe maatregel aan die scholen moet stimuleren te fuseren. Binnenkort zal hij, zoals in zijn begroting al vermeld, de Tweede Kamer voorstellen om de bekostiging van het voortgezet onderwijs te veranderen. Grotere scholengemeenschappen krijgen dan meer geld per leerling dan nu het geval is.

Opvallend is dat het openbaar onderwijs onder de nieuw te vormen scholen is oververtegenwoordigd. Vooral onder de brede scholengemeenschappen bevinden zich veel openbare scholen (48 procent). In die groep zijn vooral de katholieke scholen ondervertegenwoordigd.