Verkiezingscampagne in Frankrijk begonnen met een rituele dans; "Om goed te kunnen regeren moet je tijd en ideeën hebben - en president zijn'

PARIJS, 27 OKT. De socialistische regering van premier Pierre Bérégevoy heeft gisteren een motie van wantrouwen van de rechtse oppositie overleefd. Nog voor het debat begon, stond de uitslag van de stemming al vast: de communisten stemden niet mee met de gaullistische RPR en de liberale UDF, nadat ze onderhands enkele concessies op het gebied van belastingen van de regering hadden afgedwongen.

Het debat in de vrijwel lege vergaderzaal van de Nationale Vergadering leek op een rituele dans, maar was in feite het begin van de campagne voor de parlementsverkiezingen van volgend jaar maart. De oppositie hekelde de begroting voor 1993 - waarin uitgegaan wordt van een economische groei met 2,6 procent - als onrealistisch en een “hypotheek op de ontwikkeling van het land”. Het tekort van 165 miljard franc dat de regering voor 1993 voorziet, zal volgens de RPR-afgevaardigde Bernard Pons “zonder twijfel de tweehonderd miljard passeren”.

De rechtse partijen, die volgens opiniepeilingen kunnen rekenen op een grote overwinning in maart, zijn bang voor de “vele tijdbommen” die de socialisten in hun laatste begroting achterlaten. Van zijn kant ging premier Pierre Bérégevoy in de aanval met de vraag welk economisch beleid de RPR en UDF willen voeren. De oppositie bleef het antwoord schuldig hoe belastingverlaging, een van de beloften van rechts, en een kleiner begrotingstekort verwezenlijkt kunnen worden zonder bepaalde uitgaven, bijvoorbeeld op sociaal vlak, te verminderen.

Een rechtse regering zal te maken krijgen met economische en financiële realiteiten die de manoeuvreerruimte om “hervormingen door te voeren” - de leuze van RPR-leider Jacques Chirac - sterk zullen beperken. En een rechtse regering zal moeten "samenleven' met de gisteren 76 jaar geworden president François Mitterrand die, naar zijn naaste medewerkers te verstaan geven, vast van plan is de laatste twee jaar van zijn ambstermijn te vervullen. De cohabitation met Mitterrand zal voor een rechtse regering moeilijk worden, zo wordt gevreesd.

Sommige rechtse leiders menen dat Mitterrand, die behalve bejaard ook ziek is (hij wordt behandeld voor een niet gevaarlijke vorm van prostaatkanker), vervroegd zal aftreden - hetzij uit eigen beweging, hetzij onder druk van de politieke krachtsverhoudingen na de verkiezingen. Het perspectief van vervroegde presidentsverkiezingen heeft tot grote nervositeit bij de rechtse oppositie geleid. En tot een nieuw duel in de al vijftien jaar durende wedijver tussen oud-president Valéry Giscard d'Estaing, de leider van de UDF, en Jacques Chirac, dat de oppositie dreigt te verdelen.

Giscard stelde zich vorige week met zoveel woorden kandidaat voor het presidentschap voor een eenmalige periode van vijf jaar. Hij was zijn rivaal daarmee weer eens een stap voor. Onmiddellijk ontbrandde weer de al jaren durende discussie over de vraag hoe de twee grote rechtse partijen zich zouden kunnen verenigen over een procedure om een gemeenschappelijke presidentskandidaat aan te wijzen, en andermaal zonder duidelijk resultaat. De persoonlijke ambities van Giscard, Chirac en nog een aantal presidentiabelen, zoals de tijdelijk wegens een fraudeonderzoek van het toneel verdwenen François Léotard van de kleine Parti Républicain, zijn groter dan het verlangen naar eenheid.

“Om goed te kunnen regeren moet men ideeën en tijd hebben, en - in Frankrijk - president van de Republiek zijn”, schreef het dagblad Libération onlangs in een hoofdartikel. “Maar rechts heeft niet meer ideeën dan links, de tijd ontbreekt, en er zijn te veel presidenten.” Het laatste geldt vooral voor rechts - links lijkt voorlopig verenigd achter Michel Rocard als beoogd kandidaat.

Maar het gebrek aan ideeën, waarover premier Bérégovoy rechts in het begrotingsdebat kapittelde, bestaat ook bij links. Minister van volkshuisvesting Marie-Noëlle Lienemann stelde onlangs kort en goed vast dat de “Parti Socialiste zijn tijd heeft gehad”. Lienemann behoort tot de kleine linkervleugel, die bekendheid geniet als de "associatie van de flagellanten' (geselaars), waartoe ook oud-minister van defensie Jean-Pierre Chevènement behoort.

Gegeven de korte tijd die tot de verkiezingen rest, roept partijleider Fabius op tot eenheid - niet tot discussie over ideëen. Want, zo zei hij vandaag in Libération met veel gevoel voor historie, “ondanks vergissingen en zekere lacunes is de balans van deze socialistische regering positiever dan die van 1936 en 1945.”

    • Doorcorrrespondent Jan Gerritsen