Van Syrië gaat geen werkelijke dreiging uit

Van het moment af, waarop premier Rabin als leidraad voor de gesprekken tussen Israel en Syrië het onhaalbare "vrede voor vrede' van zijn voorganger Shamir verving door "land voor vrede', is er enige hoop gaan gloren. Het lijkt erop, dat beide partijen nu voor het eerst serieus met elkaar in gesprek zijn. Vraag en aanbod (gehele of gedeeltelijke Golan) liggen echter nog ver uiteen.

Oud-ambassadeur van Israel Shimshon Arad concludeert in "De lange weg naar Damascus' (NRC Handelsblad van 30 september) terecht, dat Israel noch Syrië het zich kan permitteren de benen te nemen. Overigens is zijn beschouwing nogal eenzijdig. Terwijl in het vredesproces geïnteresseerde Nederlanders juist nu uitzien naar objectieve informatie, herhaalt Arad ten dele - bekeken vanuit de Israelische invalshoek - het scheve beeld, dat ons destijds zo vaak werd gebracht. Als men zich baseert op de feiten en oog heeft voor zowel de Israelische als de Syrische achtergronden, komt men tot een genuanceerder beeld. Ik beperk mij tot enkele voorbeelden.

Allereerst de uitspraak van Arad, dat voor de Zesdaagse Oorlog Syrische troepen Israelische nederzettingen in Noord-Galilea beschoten. Zo werd het destijds ook met grote regelmaat door onze media gebracht. Er ontstaat een geheel ander beeld, als men de operatierapporten van Burns, Von Horn en Odd Bull - de opeenvolgende VN-chefs in het Midden-Oosten vanaf 1948 - en andere VN-documenten erop naslaat. Of "Elusive Victory' van Trevor N. Dupuy (Amerikaanse militaire historicus) of "Assad, the Struggle for the Middle-East' van Patrick Seale (Britse Midden-Oostenjournalist) leest. Zij gaan uit van de op 20 juli 1949 door Israel en Syrië gesloten bestandsovereenkomst, waarin drie kleine gedemilitariseerde zones (DMZ's) staan vermeld. Betwiste stukjes land in die DMZ's waren niemandsland (NML's). Militaire VN-waarnemers zouden op de naleving van het bestand toezien. Sinds de jaren vijftig trachtte Israel deze NML's om te ploegen en in te lijven. Dit provocerende Israelische optreden lokte steeds Syrisch vuur uit. “Op onschuldige boeren van een kibboets” schreven onze kranten dan. Elk jaar werden deze "landbouwacties', ingebed in goed voorbereide militaire operaties, afwisselend in de drie DMZ's uitgevoerd. Dupuy en Seale wijzen met nadruk op het steeds terugkerende "illegale Israelische optreden'.

Uit eigen ervaring kan ik de in voornoemde bronnen vermelde feiten over het aan de Zesdaagse Oorlog voorafgaande jaar bevestigen. Met de traditionele naoorlogse sympathie voor Israel juist gearriveerd en voorbereid op uitsluitend Arabische provocaties, maakte ik op 13 februari 1966 samen met andere VN-waarnemers het tot dat moment ernstigste landbouwincident mee. Wij legden de feiten van minuut tot minuut vast: “Betrokken sector voor burgers afgesloten. Israelische opstellingen in paraatheid gebracht. Drie op tankopleggers aangevoerde gepantserde landbouwtractoren gaan in een NML van de DMZ bij Dardara ploegen. Syrische waarschuwingsschoten volgen. Israel beantwoordt deze "provocatie'. Daarna gehele sector in vuur en vlam.” Uren later, nadat de laatste tractor de DMZ had verlaten, kon een staakt-het-vuren ingaan.

De Jerusalem Post van 14 februari 1966 besteedde veel aandacht aan dit incident. Men plaatste zelfs een schets met DMZ en NML. Deze kennis werd de Nederlanders destijds onthouden. Zo schreef in 1966 Hans Knoop uit Israel in De Telegraaf onder koppen als "Syriërs bedreigen grensnederzetting' en "Angst heerst in Jeruzalem' artikelen over het door de Arabieren bedreigde Israel. Met geen woord repte hij over het illegale Israelische optreden in de DMZ's, een nieuwsfeit, dat hem toch niet kon zijn ontgaan. Naast het dispuut over de DMZ's was er in die jaren nog meer conflictstof tussen Israel en Syrië. Met veel machtsvertoon ontzegde Israel aan Syrië vermeende rechten op visserij in het Meer van Tiberias en op een klein deel van het eigen Golan-water.

Syrië, dat bij elk conflict militair kansloos was, wist geen ander antwoord te geven dan openlijke steunverlening aan de pas opgerichte PLO. Op 7 april 1967 begon Israel een nieuwe illegale actie in een DMZ. Daarbij kwam het tot een gevecht, dat geheel uit de hand liep. Nasser kon het steunverzoek van Syrië niet langer negeren en begon, in een poging het epicentrum van de crisis van de DMZ's weg te nemen, met zijn confrontatiepolitiek. Tijdens de Zesdaagse Oorlog, die spoedig erna uitbrak, zette Israel zelfverzekerd - en niet "schoorvoetend' zoals Arad stelt - de aanval op de Golan in. De doelstelling was duidelijk: De DMZ's in bezit nemen alsmede de die gebieden en Noord-Israel overziende strategische hoogte van Golan. Tevens zou daardoor de controle worden verworven over de bronnen van de Jordaan. Immers driekwart van de waterinname van Israels waterreservoir, het Meer van Tiberias, is afkomstig van de Golan en Zuid-Libanon. Israel was in 1967 gereed om op drie fronten (Sinaï, Westoever en Golan) orde op zaken te stellen.

Een ander voorbeeld van scheve beeldvorming is de door Syrië beoogde "strategische gelijkheid' met Israel als een machtsdroom te beschouwen. Uit Syrisch perspectief was het streven ernaar bittere noodzaak. De door Egypte en Syrië in oktober 1973 ingezette aanval ter herovering van de Sinaï en de Golan was voor Syrië - na aanvankelijk succes - op een fiasco uitgelopen. Assad was woedend omdat Sadat zijn troepen na de geslaagde Suez-kanaalovergang, onder een veilige paraplu van SAM's (luchtverdedigingsraketten) een door de Veiligheidsraad op te leggen staakt-het-vuren liet afwachten. Hij nam niet het risico op te rukken naar de Sinaï-passen, zoals met Assad was afgesproken. De Israelische luchtmacht was daardoor in staat de acutere Syrische dreiging dagenlang met prioriteit te bestrijden. Na zware grondgevechten ging al het door Syrië heroverde gebied weer verloren. Sadat gaf door zijn geslaagde kanaalovergang zijn volk, na de eerder verloren oorlogen, een gevoel van bereikt eerherstel. Mede hierdoor kon hij de weg naar vrede inslaan. Voor de latere vredesbesprekingen was nogal wat "wisselgeld' beschikbaar, zoals teruggave van de volledige Sinaï, heropening van het Suez-kanaal en economische steun van de VS.

Voor Syrië lagen de zaken anders. Weer was een oorlog verloren. Egypte haakte door de vrede met Israel af als traditionele tweede-frontpartner. Israel kwam daardoor tegenover Syrië en Libanon in een superieure positie te staan en maakte duidelijk, dat bij een eventueel vredesgesprek aan teruggave van de Golan niet viel te denken door in december 1981 deze hoogvlakte in te lijven. Tijdens de Israelische invasie van Libanon in 1982 leden de Syrische troepen aldaar, nadat Sharon zich niet hield aan een zelf geproclameerde zone van veertig kilometer, een nieuwe nederlaag. Voor Assad was de maat vol. Versneld werden plannen in werking gesteld om een strategisch evenwicht met Israel te gaan opbouwen. Veel en uiterst modern Sovjet-materieel werd aangekocht. Via mijn Westerse collega's en mij werden ook aan onze landen steunverzoeken gedaan, die wat Nederland betreft - er wordt niet aan landen in spanningsgebieden geleverd - niet werden gehonoreerd. Andere landen deden dat wel.

Syrië heeft al enkele jaren getalsmatig en op militair technisch gebied een zekere evenwichtstoestand met Israel bereikt. De strategische betekenis van een krijgsmacht is echter een optelsom van veel meer factoren. President Assad zal zich ervan bewust zijn, dat zijn leger op velerlei gebied tegenover het Israelische leger nog steeds tekort komt. Van Syrië gaat dan ook sinds de "neutralisatie' van Egypte geen enkele reële dreiging uit. In Israel zal men zich aan de andere kant realiseren, dat de gevechtswaarde van het Syrische leger tijdens de laatste oorlogen al sterk was toegenomen en dat een nieuwe confrontatie met grote verliezen gepaard zou gaan. Assad, die vaak als "sluwe vos' wordt betiteld, lijkt een gunstig moment te hebben afgewacht om zijn betere verhouding met de VS en zijn (theoretische) strategische evenwicht met Israel op politiek terrein te kunnen uitbuiten. Premier Rabin deed na zijn verkiezingswinst de eerste zet, die door Assad werd beantwoord met: "De (gehele) Golan voor vrede'.