Uitzetting van afgewezen asielzoekers geschiedt weinig effectief; Advocaten denken dat tot 20 procent niet echt wordt uitgewezen

Het beleid om afgewezen asielzoekers en illegalen het land uit te krijgen is weinig effectief. Bij een deel van de uitzettingen die wel plaatshebben, is het de vraag of dat op humane wijze gebeurt. De twee kanten van het beleid.

ROTTERDAM, 27 OKT. Met het uit het land verwijderen van afgewezen asielzoekers en illegalen is het slecht gesteld. Advocaten met veel asielzoekers onder hun clientèle hebben de indruk dat tussen de tien en twintig procent van de afgewezenen nog altijd niet is uitgewezen. Advocate mr. R. Hallmans uit Den Bosch zegt vaak uit de "circuits' te horen dat mensen na hun uitzetting weer in Nederland opduiken. Ze schat dat op twintig procent van de gevallen die ze zelf behandelde. Ook zijn er uitzettingen die volgens advocaten in strijd zijn met de regel dat ze “zo humaan mogelijk” moeten geschieden.

Het ministerie van justitie erkent dat er wel eens een gat van “enige duizenden” kan zitten tussen het aantal afgewezen asielzoekers en het aantal dat daadwerkelijk het land verlaat. Precieze cijfers of enige indicatie daarover ontbreken volgens een woordvoerder. Justitie zegt dat vorig jaar 21.600 asielzoekers Nederland binnenkwamen. Daarvan werden 14.000 in eerste instantie afgewezen en 4.000 het land uitgezet. Dat wil niet zeggen dat er 10.000 mensen zijn ondergedoken. Zevenduizend van de 14.000 afgewezenen worden gedoogd totdat de situatie in hun land van herkomst is verbeterd. Bovendien procedeerden enige duizenden tegen de eerste afwijzing en zijn er “overloopgevallen” uit vorige jaren. De cijfers tot oktober van dit jaar laten een aanzienlijke vermindering zien van het aantal asielzoekers, tot 12.800, en het aantal uitzettingen daalde tot 5.600. Over het aantal afwijzingen dit jaar heeft Justitie nog geen cijfers.

De justitiewoordvoerder zegt dat het beleid ervan uitgaat dat afgewezen asielzoekers uit eigener beweging vertrekken. “Het is fysiek onmogelijk ze allemaal naar de grenzen te begeleiden. We hebben dan ook echt niet de illusie dat we het probleem volledig in de hand hebben.” Alleen bij het vermoeden dat de afgewezene zal onderduiken wordt de politie wel eens ingeschakeld. De woordvoerder erkent dat vooral de Roosendaal-methode nog altijd grote zorgen baart: mensen worden in deze Brabantse grensstad op de trein gezet, maar keren vaak per ommegaande terug. Sommigen doen dat zes tot zeven keer.

Controle of men inderdaad het land verlaat is er nauwelijks, omdat het volgens hoofden van de vreemdelingenpolitie in verschillende steden “geen maatschappelijk aanvaard gebruik is om mensen op grond van hun taal of huidskleur op straat te vragen naar hun papieren.” A. Sabel, hoofd van de vreemdelingenpolitie in Den Bosch, zegt dat aanhoudingen puur toevallig gebeuren bij verkeersovertredingen, ongelukken of in gevallen van criminaliteit. Hetzelfde is in Rotterdam het geval, zegt J. Oostdijk, chef van de uitvoerende dienst van de vreemdelingenpolitie. “De vreemdelingenwetgeving wordt per circulaire geregeld en is dus in feite een pseudowetgeving, waardoor noch de vreemdeling noch wij zekerheden hebben.” Volgens Oostdijk worden ook in Rotterdam “met enige regelmaat” afgewezen asielzoekers aangehouden. Hij vindt de situatie “weinig bevredigend.” Zijn Bossche collega Sabel: “Elk weldenkend mens zou het graag anders willen zien, maar de praktijk is nu eenmaal zo.” In Amsterdam pakt men illegalen alleen op als er strafbare feiten zijn vastgesteld.

Veel asielzoekers verdwijnen op het moment dat hun zaak in kort geding is verloren. In die korte gedingen vragen zij uitstel van hun uitzetting in afwachting van nog lopende procedures tegen de afwijzing. Bij sommige vreemdelingendiensten wordt het aantal verdwijningen na een negatieve uitspraak geschat op 80 tot 90 procent.

Een probleem is dat uitzetting vaak niet mogelijk blijkt, omdat de landen van herkomst niet bereid zijn het daarvoor benodigde laissez-passer af te geven. “Notoire weigeraars” noemt de Eindhovense advocaat mr. J.K. Kolev China, Marokko, Algerije, Tunesië en landen van de voormalige Sovjet-Unie. “De vreemdelingenpolitie heeft er groeiende morele problemen mee om die mensen het leven zuur te maken. Ze worden even meegenomen, geregistreerd en vervolgens weer vrijgelaten”, aldus Kolev. Ook rechters, stelt de Bossche advocaat mr. P. Baudoin vast, zien in dat ze opgespoorde illegalen niet voor eeuwig in het gevang kunnen houden. “Na de eerste zes maanden bewaring worden ze meestal gewoon weer op vrije voeten gesteld.”

De Amsterdamse advocaat mr. W. J. van Bennekom, die per jaar tussen de 150 en 200 asielzoekers bijstaat, noemt het “een illusie” van Justitie om tot een effectief uitzettingsbeleid te komen. “Het is een algemeen Europees verlangen om tot een effectief uitzettingsbeleid te komen, maar het wordt ook algemeen vastgesteld dat de regelgeving ineffectief is.”

Volgens de Amsterdamse advocaat mr. Th. Spijkerboer is de vraag of afgewezen asielzoekers en opgespoorde illegalen inderdaad het land verlaten de overheid “een laatste zorg”. “Ze zijn immers een belangrijke factor voor 's lands economie, denk maar aan die tientallen confectie-ateliertjes. Bovendien wil men liever niet het risico lopen dat uitzettingen leiden tot opstanden onder vreemdelingen zoals in het buitenland wel is gebeurd. Soms kan een druppel genoeg zijn om de emmer te doen overlopen.”

Asieladvocaten stellen anderzijds vast dat waar het wel tot uitzettingen komt soms “grote risico's” worden genomen. Spijkerboer zegt in het afgelopen jaar drie keer te hebben meegemaakt dat Justitie asielzoekers wilde uitzetten hoewel uit psychiatrische rapporten duidelijk was dat ze in dat geval zelfmoord zouden plegen. Het ging daarbij om een Iraanse vrouw, een Russische dienstweigeraar en een Syriër. Spijkerboer zegt de indruk te hebben dat er bij Justitie nogal wat lagere ambtenaren zitten die “erop uit zijn om zoveel mogelijk zaakjes te winnen. Het is soms echt onthutsend om te zien wat daarvan de gevolgen zijn.”

Een toenemend probleem is de uitzetbaarheid van asielzoekers uit landen van de voormalige Sovjet-Unie. Van Bennekom behartigt de belangen van een Armeens echtpaar. De man desterteerde uit het Sovjet-leger in Dresden, kwam naar Nederland en vroeg hier asiel aan, dat hem in eerste instantie is geweigerd. “Rusland accepteert ze niet omdat ze geen Russisch paspoort hebben en Armenië ook niet, dus zijn deze mensen feitelijk niet verwijderbaar en daarmee statenloos”, aldus Van Bennekom. Volgens hem zal het probleem in de komende jaren steeds groter worden: “Het zal in Europa om miljoenen gaan die niet meer verwijderbaar zullen blijken te zijn.”

Zijn Leidse collega mr. G.P. Veldhuis signaleert hoe vorige week een inwoner van Georgië werd uitgezet nadat hem asiel in Nederland was geweigerd. Veldhuis zegt dat de man door de Haagse vreemdelingendienst zonder een cent op zak en zonder bagage op een vliegtuig naar Rusland is gezet, terwijl zijn vrouw en kind nog in Den Haag zitten. “Georgië is net als Joegoslavië een land in oorlog en niemand zou het toch in zijn hoofd halen om nu iemand naar Joegoslavië uit te zetten.” Volgens Veldhuis is dit soort uitzettingen in strijd met het uitgangspunt dat, zoals in de regelgeving staat, “zo humaan mogelijk” te werk moet worden gegaan.

Zowel advocaten als Vluchtelingenwerk wijzen erop dat mensen die ondergedoken zijn, in “rotomstandigheden” verkeren. Kolev: “Ze hebben geen huis en geen inkomen, zijn afhankelijk van vrienden en familieleden of van het Leger des Heils of zwerven rond op straat.”

Volgens Van Bennekom zou het bestaan sinds 1 januari 1992 van de zogenoemde onderzoek- en opvangcentra, waar asielzoekers heengaan na binnenkomst in Nederland en waar in een verkorte procedure wordt vastgesteld of ze kansrijk zijn of niet, in de situatie van de “dark numbers”, zoals hij ze noemt, weinig verandering brengen. “Mensen die beseffen dat ze een zwak vluchtverhaal hebben gaan even een frietje halen en dan zie je ze nooit meer terug.” Directrice I. Friesen van het centrum in Luttelgeest houdt het aantal verdwijningen uit haar centrum op gemiddeld twintig per maand. J. Hoekstra van de vreemdelingenpolitie in de Noord-Oostpolder, waar Luttelgeest onder valt, zegt dat van de ruim 2.800 asielzoekers die het centrum sinds 1 januari opving er 522 zijn vertrokken met onbekende bestemming ("mob' komt er dan achter hun naam te staan) en dat er 122 verwijderingen plaatshadden. Hij zegt niet te weten waarheen die 522 mob's zijn vertrokkken. “Of ze nog in Nederland zijn of in het buitenland, dat weet niemand.”

    • Max Paumen