Tot ver in 1993 blijft het tobben

Met de Amerikaanse verkiezingen in zicht is er nog geen teken te bespeuren van echt economisch herstel. Elk kwartaal kijken economen verwachtingsvol naar de cijfers van het bruto binnenlands produkt (bbp), de optelling van alle goederen en diensten die op Amerikaanse bodem zijn geproduceerd, uitgedrukt in dollars. Alle recessies van de afgelopen decennia eindigden met twee kwartalen van robuuste groei van het bbp. Dat is dit keer nog niet het geval geweest, waarmee de huidige recessie, die in juli 1990 begon, de langst durende is in de VS van na de Tweede Wereldoorlog.

President Bush spreekt alleen nog over de economie in algemene termen en klampt zich vast aan de weinige positieve indicatoren. Zaterdag verklaarde hij tijdens een campagnestop dat de media al het goede nieuws over de economie verzuimen te melden. De inflatie is laag en de werkgelegenheid is, aldus Bush, op dit moment 93 procent! Als politicus deed hij het goed, maar economen kijken liever naar de totstandkoming van de cijfers. De werkloosheid was 7,5 procent in september en er gingen 57.000 banen verloren. Het aantal ontmoedigden, personen die er geen heil in zien nog langer naar een baan te zoeken, bedroeg in september 88.000.

Voor het overige houdt Bush zich muisstil over de economie. Er is de komende maanden ook nog geen herstel te verwachten. De index van de belangrijkste economische indicatoren, die wordt gezien als richtlijn voor de economie in het komende halfjaar, is al drie achtereenvolgende maanden gedaald met tienden van procentpunten.

Wie er ook president wordt, tot ver in 1993 blijft het economisch tobben in de VS. Onzekerheid over de uitkomst van de verkiezingen blijft en wordt alleen maar groter met elke nieuwe steekproef. Wall Street, dat zelf republikeinsgezind is, heeft echter al ingecalculeerd dat Clinton president wordt. Concreet heeft dat tot gevolg gehad dat bijvoorbeeld aandelen van farmaceutische bedrijven zijn gezakt en aandelen van fondsen die gerelateerd zijn aan de infrastructuur zijn gestegen. Clintons belangrijkste programmapunten zijn het creëren van banen en een ziekteverzekeringsplan voor alle Amerikanen.

Omdat een sneller herstel wordt verwacht onder Clinton dan onder Bush, staat de obligatiemarkt onder druk. Herstel brengt stijging van de rentestanden met zich mee, wat obligaties minder aantrekkelijk maakt. Vooral de lange-termijnobligaties zijn daar gevoelig voor.

Het Clinton-plan, dat de regeringsbestedingen zou opvoeren, zou de inflatie kunnen aanwakkeren en dat heeft ook ongunstige gevolgen voor de obligatiemarkt. Overigens zou het voornemen van Clinton om de rijken zwaarder te belasten tot gevolg kunnen hebben dat de "municipal bond', die doorgaans belastingvrij is, een impuls krijgt.

Clinton wordt gezien zijn staat van dienst in Arkansas niet gezien als een vijand van het bedrijfsleven. Alleen buitenlandse bedrijven zouden van hem te vrezen hebben omdat hij die investerings- en belastingvoordelen zou willen ontzeggen. Sommige analisten schrijven de zwakke positie van de dollar dan ook deels toe aan de aarzeling van buitenlandse bedrijven om geplande investeringen door te zetten. Men wacht liever tot na de verkiezingen met het nemen van een beslissing.

Hoezeer de markten ook reageren op de verkiezingen, het belangrijkst blijven de economische cijfers. De VS gaat gebukt onder een enorme nationale schuld en het begrotingstekort voegt daar elk jaar iets aan toe. Van het jaarlijkse regeringsbudget gaat 20 procent op aan rente. De markt van onroerend goed blijft zwak en banken lenen liever aan de regering tegen een percentage van 7,5 procent dan aan particulieren tegen 6 procent. Een nadere blik op de resultaten van de grote banken, die gezonde winstcijfers boekten over het derde kwartaal, wijst daar op.

Het woord depressie valt af en toe, omdat de west- en oostkust in de VS de diepste recessie sinds de jaren dertig doormaken. Alleen de midwest, die hard werd getroffen tijdens de recessie van 1982, houdt de economische groei nationaal gezien op peil. Het wachten is echter nog steeds op het eerste kwartaal sinds 1990 dat het bbp een groei laat zien van 2 tot 2,5 procent.

    • Lucas Ligtenberg