"Tempobeurs is instrument om studenten op te jagen'

UTRECHT, 27 OKT. Hij doet niet kinderachtig. Van studenten mag wat hem betreft best geëist worden dat ze jaarlijks een redelijk aantal studiepunten halen. Maar, zegt vierdejaars economiestudent Peter Blom, er moet wel wat tegenoverstaan: “Betere studiebegeleiding en de kwaliteit van het universitaire onderwijs moet omhoog. Maar daarover hoor je de minister niet. Die wil tempo.”

Hij heeft het laatste woord nog niet uitgesproken of minister Ritzen (onderwijs) beent met grote passen door het gangpad van de Utrechtse Janskerk waar hij de degens zal kruisen met studenten, een vertegenwoordiger van het bedrijfsleven en de directeur van het bureau van de Vereniging Samenwerkende Universiteiten (VSNU) over zijn voorstel tot invoering van de tempobeurs. De discussie was georganiseerd door het Interuniversitair Studentenoverleg.

Op verschillende plaatsen in het land voeren studenten deze week actie tegen invoering van de tempobeurs: een koppeling tussen studiefinanciering en studietempo, die minister Ritzen met ingang van het volgend studiejaar wil invoeren. Slaagt een student er niet in voldoende studiepunten te halen, dan wordt zijn beurs met terugwerkende kracht omgezet in een rentedragende lening.

In de redelijk gevulde Janskerk wordt snel duidelijk dat de bewindsman op weinig steun kan rekenen. “De tempobeurs is niets anders dan een instrument waarmee studenten worden opgejaagd”, aldus dr. F. van Eijkern van de VSNU. “De minister maakt een denkfout wanneer hij stelt dat alle studies in vier jaar kunnen worden afgerond”, meent de president-directeur van Shell, ir. P. van Duursen.

Student H. van den Bedem waarschuwt Ritzen dat wanneer de tempobeurs wordt ingevoerd, de kans groot is dat aankomende studenten geen moeilijke studie meer durven te kiezen en dat programma's zullen worden aangepast. Lees: dat er minder eisen zullen worden gesteld. De minister reageert ontspannen op de tegenwerpingen. Hij noemt het “bizar” dat zoiets als studievoortgangscontrole jarenlang niet heeft plaats gehad. Het is toch normaal dat studenten waar leveren voor hun geld en dat ze worden aangesproken op hun plichten, zegt hij.

Van verschillende kanten wordt geopperd dat de tempobeurs een zoveelste bezuinigingsmaatregel is. Dat ontkent Ritzen niet: “Laat ik duidelijk zijn. We moeten meer doen met hetzelfde geld. Als u dat bezuinigen noemt, oké. Maar ik ben blij dat er meer studenten studeren dan tien, twintig jaar geleden.”

In de zaal verzucht een student of de minister voor de verandering een periode van rust zou willen inlassen, even geen nieuwe maatregelen meer zou willen nemen en in plaats daarvan te wachten op de effecten van eerder genomen maatregelen. De bewindsman toont zich verbaasd: “Hoezo? Studievoortgangscontrole is toch een volstrekt vanzelfsprekend iets? Waarom gebeurt aan universiteiten niet hetzelfde als wat elders in de samenleving plaats heeft, namelijk controle uitoefenen op prestaties.”

Maar voor het leveren van goede prestaties is een betere studiebegeleiding onontbeerlijk, aldus Calluna Euving, bestuurslid van het Interuniversitair studenten overleg. “Er zijn legio voorbeelden van één studiebegeleider op duizend studenten. Als die al weten dat er iemand is om ze te helpen wanneer er problemen zijn, krijgen ze vaak te horen dat ze over een tijdje terug moeten komen omdat er een wachtlijst is.”

Studenten willen best praten over rechten en plichten maar, zegt ze, het onderwijs moet niet zo worden georganiseerd dat de universiteit een veredelde HBO-instelling wordt. Een student moet de gelegenheid houden dingen naast zijn studie te doen. Ritzen: “Oké, maar een machinebankwerker krijgt er toch ook niet voor betaald wanneer hij zich naast zijn werk wil verbreden?”

    • Anneke Visser