Spanning stijgt na Hezbollah-raketten op Noord-Israel

JERUZALEM/WASHINGTON, 27 OKT. Israelische tanks zijn vanmiddag Zuid-Libanon binnengetrokken nadat de spanning in het gebied hoog was opgelopen na de dood van een 14-jarige jongen bij raketaanvallen vanuit Libanon op de Noordisraelische stad Kiryat Shmona.

Israelische artilleriebeschietingen en luchtaanvallen op doelen in Libanon, ter vergelding van een bomaanslag in het weekeinde in de door Israel uitgeroepen veiligheidszone in Zuid-Libanon waarbij vijf Israelische militairen de dood vonden, werden vandaag voortgezet.

Eerder op de dag hadden Israelische militaire bronnen al gemeld dat versterkingen werden aangevoerd naar de grens met Libanon. Volgens een correspondent van een Westers persbureau in de veiligheidszone ging het met name om tanks en artilleriestukken. In februari stuurde de toenmalige premier Yitzhak Shamir een colonne tanks Libanon in om een eind te maken aan een reeks raketaanvallen op Noord-Israel door de fundamentalistisch-shi'itische beweging Hezbollah.

In de stad Kiryat Shmona werd aanzienlijke schade door de raketaanvallen aangericht. De plaatselijke bevolking heeft opdracht gekregen voorlopig in de schuilkelders te blijven. Bij andere raketaanvallen, op de veiligheidszone in Zuid-Libanon, werden een Libanese onderwijzer en zijn 18 maanden oude zoon gedood, aldus de Israelische radio.

De Israelische regering maande de Israeliërs tot kalmte en beloofde voortzetting van het vredesoverleg, maar zij zwoer in één adem wraak. Jeruzalem heeft Hezbollah voor de aanvallen met Katjoesja-raketten verantwoordelijk gesteld, maar Syrië medeschuldig genoemd.

De raketaanvallen volgden op een reeks van Israelische bombardementen op doelen in Zuid-Libanon in antwoord op de bomaanslag door Hezbollah in de nacht van zondag op maandag in de veiligheidszone.

De Israelische minister van huisvesting, Benyamin Eliezer, zei vanochtend voor de legerradio dat de regering niet van plan is “Hezbollah ons het leven in Galilea moeilijk te laten maken”. Hij waarschuwde dat de aanvallers “overal de prijs zullen betalen”. Generaal-majoor Yitzhak Mordechai, commandant van Israels noordelijke regio, beloofde “een onmiddellijk antwoord” op de aanvallen.

Pag 4: Aanvallen Israel in Libanon

Sinds gistermiddag voert Israel al voortdurende beschietingen uit op bolwerken van Hezbollah en Palestijnse organisaties in kampen en dorpen in Libanon. Israelische artillerie heeft inmiddels honderden granaten afgevuurd terwijl ook luchtmacht en marine in actie zijn gekomen. Daarbij zouden enkele doden en gewonden zijn gevallen. Duizenden Libanese dorpelingen zijn op de vlucht geslagen.

De veiligheidschef van Hezbollah, Abdul Hadi Hamadi, zei tijdens een bezoek aan door Israel beschoten dorpen dat de regering in Beiroet zich onmiddellijk zou moeten terugtrekken van het vredesoverleg dat zich op het ogenblik in Washington agfspeelt. Maar daarvan was althans op dit moment geen sprake: hoewel de partijen elkaar voor de gewelddadigheden verantwoordelijk stelden verzekerden zij tegelijk dat hun vredesoverleg doorgang zou vinden.

De Israelische premier Yitzhak Rabin beschuldigde gisteren in een harde verklaring Syrië ervan de activiteit van Hezbollah mogelijk te maken door Iran toe te staan via Damascus wapens te sturen aan de fundamentalistische guerrillastrijders en hen te laten opereren in gebieden die in feite onder Syrische controle staan. Maar nadat rechtse oppositieparlementariërs hadden gevraagd tot terugroeping van de Israelische onderhandelaars uit Washington , onderstreepte hij dat “wij de vredesbesprekingen zullen voortzetten”.

In Washington zei de Israelische chef-onderhandelaar met Syrië, Itamar Rabinovitsj, gisteren dat Syrië inderdaad invloed in Libanon heeft, “maar we onderhandelen niet over Libanon met Syrië”. De Syrische delegatieleider, Mouwafak al-Allaf, verkondigde eenzelfde mening. Aan de ene kant stelde hij dat “de bezetter (Israel) verantwoordelijk is voor hetgeen zich afspeelt in de gebieden die hij bezet” en dat de bomaanslag door Hezbollah paste in het kader van “nationaal verzet” dat wordt gerechtvaardigd door het internationale recht en het Handvest van de Verenigde Naties”. Aan de andere kant verklaarde hij dat “het vredesproces dat een jaar geleden in Madrid is begonnen er precies op is gericht een eind te maken aan het geweld dat het gevolg is van de bezetting”. Ook Uri Lubrani, Israels voornaamste onderhandelaar met de Libanese delegatie in Washington, meende voor radio Israel dat “een passend antwoord van onze kant het vredesproces niet zal verstoren”.

In Den Haag begon gisteren een tweedaagse gespreksronde van de werkgroep milieu in het kader van de multilaterale vredesbesprekingen over het Midden-Oosten. Aan het overleg nemen 37 delegaties deel, van Middenoosterse en andere landen en van organisaties als de VN en de wereldbank. De werkgroep wordt, net als de overige vier, geboycot door Syrië en Libanon, die pas willen deelnemen als de bilaterale onderhandelingen wezenlijke vooruitgang opleveren. Bovenaan de agenda staat schoonmaak van de Golf van Aqaba, maar enigerlei actie wordt voorlopig niet verwacht. (Reuter, AP, AFP)