Pizzabakkers en schoenmakers beginnen offensief tegen Rome; Italiaanse middenstand verzet zich tegen aanpak belastingontduikers

ROME, 27 OKT. "Basta met de heksenjacht', staat op een groot spandoek. Ruim tienduizend pizzabakkers en juweliers, schoenmakers en slagers, kruideniers en restauranthouders staan te joelen, te fluiten en te schreeuwen in een Romeinse sporthal omdat ze zich miskend voelen, slachtoffer van een kabinet dat breekt met een stilzwijgend pact en ook hen belasting wil laten betalen.

“Wij zijn de drijvende kracht van Italië, de motor van de economie”, zegt Sergio Billè, een banketbakker uit de Siciliaanse stad Messina. “Maar nu wordt het land verdeeld in goeden en slechten, en wij zijn de slechten. Het lijkt het Rusland van Stalin wel. Het ontbreekt er nog maar aan dat ze ons paspoort innemen.”

De zinderende zaal klapt en juicht. Na het protest van de vakbonden tegen de bezuinigingsplannen komt nu het protest van de middenstand: de winkeliers en de kleine ondernemers, de mensen achter de miljoenen winkels en bedrijfjes die het straatbeeld in de steden bepalen, die de flexibiliteit van de Italiaanse industrie belichamen. Zij verzetten zich tegen de voorgestelde minimum-belasting voor zelfstandigen, waarbij de bewijslast wordt omgekeerd: wie minder wil betalen moet laten zien dat hij minder heeft verdiend.

Het is een noodverband tegen de massale belastingontduiking onder zelfstandigen en in de vrije beroepen, op een moment dat van heel het land offers worden gevraagd om de overheidsfinanciën op orde te brengen. “We hebben vier tot vijf miljoen belastingontduikers”, zei minister van financiën Giovanni Goria gisteren.

De belastingdienst is niet bij machte daar iets tegen te doen. Maar steekproeven laten zien hoe kolossaal de belastingontduiking is. Bontwinkels die jassen van duizenden guldens verkopen, zouden gemiddeld niet meer dan 16.000 gulden verdienen: net iets minder dan de worstmakers, net iets meer dan de eigenaars van de espressobars. Volgens de belastingstatistieken verdienen zelfstandigen aanzienlijk minder dan mensen in loondienst, maar uit andere cijfers blijkt dat zij aanzienlijk meer uitgeven.

De reactie is standaard: we betalen wel en/of we moeten heel hard werken. “We worden massaal gecriminaliseerd”, zegt Billè. Als bewijs van het aangedane onrecht verspreidt hij fotokopieën van zijn aangiftes over 1988, 1989 en 1990 - een gebaar dat overigens weinig wordt nagevolgd.

Dit protest betekent een nieuwe breuklijn in de Italiaanse politiek. De kleine zelfstandigen hebben decennia lang de regeringspartijen ondersteund in een stilzwijgend pact: een stem in ruil voor de garantie dat de belastingdienst hen niet zou lastigvallen. Nu het kabinet van premier Amato dat ongeschreven akkoord heeft opgezegd, komen zij fel in opstand.

“Wij herkennen ons niet meer in dit politieke systeem waarin politieke partijen jarenlang zichzelf hebben verrijkt met steekpenningen zonder belasting te betalen”, schreeuwt Billè door het applaus heen. En de zaal staat op zijn kop als Marisa Azzara Terrile, boekhandelaar uit Genua, roept: “Deze regering heeft ons vertrouwen niet meer. Er is een nieuwe politieke klasse nodig.”

Fel haalt Terrile, vroeger autoverkoopster, uit naar politici die voor miljoenen aan smeergeld op Zwitserse bankrekeningen hebben staan zonder daar een cent belasting over te betalen, naar de honderdduizenden ambtenaren met een zwarte tweede baan, naar de grote bedrijven die een geheime kas hebben waaruit zij mensen omkopen.

Opnieuw hebben de organisatoren van het protest zich verkeken op de woede van de basis. Als laatste spreekt Francesco Colucci, de 66-jarige president van de Confcommercio, de overkoepelende vakorganisatie die deze protestbijeenkomst heeft georganiseerd. Zijn toespraak is de zaal niet fel genoeg en al gauw beginnen mensen te roepen en te fluiten.

Als Colucci voorstelt om uit protest de lichten in de etalages uit te laten, beginnen mensen hem uit te schelden voor “verrader”, hetzelfde als wat de afgelopen weken is gebeurd met de vakbondsleiders op "hun' manifestaties. De zaal wil meer. Pas als Pietro Morelli, president van de afdeling Rome, de microfoon pakt voor de belofte voor een algemene staking, een dag waarop al de rolluiken naar beneden zullen blijven, komt het rumoer tot bedaren.

Duidelijk is dat een deel van deze kleine middenstanders al heeft gekozen, voor de Noorditaliaanse protestpartij Lega Nord en zijn leider Umberto Bossi. Zelfs de delegatie uit de zuidelijke regio Puglia, waar Colucci is geboren, roept “Bossi, Bossi” tegen Colucci. Samen met de neo-fascisten is de Lega Nord de enige partij die zich openlijk achter dit protest heeft geschaard: het sluit naadloos aan bij de kreet van Bossi dat "Rome' te veel belasting vraagt om dat geld daarna voornamelijk te verspillen.

Andere partijen zijn voorzichtiger. De zeven biljoen lire, ongeveer tien miljard gulden, die de regering met de minimum-belasting wil ophalen, is in veel gevallen nog maar een schijntje vergeleken met wat er in de schatkist zou vloeien als alle verschuldigde belasting werd betaald. De schatting van dat bedrag lopen uiteen van tien tot twintig keer zoveel.

Bovendien hebben werkgevers en vakbonden, in een ongebruikelijke alliantie, sterk aangedrongen op belastingmaatregelen tegen zelfstandigen. Als er offers moeten worden gebracht om de Italiaanse economie te redden, moet iedereen dat doen, is hun argument.

In het omvangrijke sociale blok van mensen die vinden dat de zelfstandigen ook eens belasting moeten gaan betalen, bestaat wel kritiek op het gekozen middel. De precieze niveaus moeten nog worden uitgewerkt. Belangrijke referentiepunten zijn het salaris van eventueel personeel en de inkomsten van loontrekkers in vergelijkbare sector. Ook de verschillen tussen noord en zuid, tussen stad en platteland, zullen meetellen. Maar een van de meest gerespecteerde fiscalisten van Italië, de hoogleraar Giulio Tremonti, voorspelt dat de minimum-belasting meer problemen zal geven dan dat zij oplost.

De verschillende referentiepunten en de mogelijkheid om een lager inkomen aan te tonen, leiden tot een hoeveelheid papierwerk waarin de belastingdienst nog verder verstikt, waarschuwt Tremonti. Bovendien zullen de zelfstandigen die boven het minimum-niveau zitten, geneigd zijn te zakken; in ieder geval zijn zij veilig, ook al zouden ze een groot deel van hun inkomsten verzwijgen. Vooral de zelfstandigen die wat minder verdienen, voelen zich bedreigd.

Het protest wordt verder aangewakkerd doordat de staat op een ongelukkig moment aanklopt bij de kleine winkeliers. In Italië zijn nog miljoenen kleine winkels, relatief gezien veel meer dan in Nederland of Duitsland, maar die staan zwaar onder druk door de opkomst van supermarkten, warenhuizen en ketens van speciaalzaken. Deze zijn voor de consument aantrekkelijker omdat zij betere of goedkopere waar verkopen, en voor de eigenaar van een pand omdat zij een hogere huurprijs kunnen betalen.

Vrijdag overlegt de top van Confcommercio over verdere protestacties. Net als bij de vakbonden is gebeurd, zal deze organisatie, opgestuwd door de golven van het protest, gedwongen worden een radicaler standpunt in te nemen dan zij eerst van plan was.