Naleving vredesakkoord in El Salvador opgeschort; Geweld maakt plaats voor zenuwoorlog, niet voor vrede

MEXICO-STAD, 27 OKT. De regering en het linkse verzet in El Salvador hebben de uiterste datum voor de naleving van de in januari gesloten vredesakkoord verlengd van 31 oktober tot 15 december. De diplomatieke doorbraak komt op een moment dat de spanning in het Middenamerikaanse land weer hoog opliep. Het Nationale Bevrijdingsfront Farabundo Mart (FMLN) had zijn nog niet gedemobiliseerde troepen al in een verhoogde staat van paraatheid gebracht.

Pas gisteren liet de Salvadoraanse president Alfredo Cristiani in een brief aan secretaris-generaal Boutros Ghali van de Verenigde Naties weten, akkoord te zullen gaan met een uitstel voor de einddatum van het vredesakkoord. In januari dit jaar tekenden het FMLN en de Salvadoraanse regering in Mexico-Stad een historische overeenkomst die een einde moet maken aan de meer dan twaalf jaar burgeroorlog die aan ten minste 75.000 mensen het leven heeft gekost. Volgens dit zogenoemde Akkoord van Chapultepec zouden op 31 oktober de belangrijkste eenheden van leger en guerrilla moeten zijn ontwapend, de manschappen gedemobiliseerd en opnieuw opgenomen in het burgerleven. Bovendien zouden militairen die zich in de afgelopen twaalf jaar hebben schuldig gemaakt aan ernstige schendingen van de mensenrechten worden vervolgd.

In juni al onstonden er grote problemen met de verwezenlijking van het tijdschema voor demobilisatie en ontwapening, zoals dat was opgesteld door ONUSAL, het contingent van de Verenigde Naties in El Salvador dat bemiddelt tussen de twee partijen. En naarmate de uiterste datum van 31 oktober naderbij kroop, leek het steeds onwaarschijnlijker dat het land eind deze maand daadwerkelijk vrede zou kennen.

Geen van beide partijen heeft zich gehouden aan alle bepalingen en data in de overeenkomst. Belangrijk was de recente weigering van de regering om het beruchte Atlacatl-bataljon te demobiliseren. Deze door de Amerikanen getrainde en bewapende anti-guerrilla-eenheid wordt verantwoordelijk gehouden voor een groot aantal schendingen van de mensenrechten, waaronder de moord in 1981 op meer dan duizend burgers - vooral vrouwen, kinderen en grijsaards - in het gehucht El Mozote nabij de grens met Honduras. Vorige week begonnen forensische deskundigen met het opgraven van de slachtoffers van de massamoord. De Salvadoraanse autoriteiten hebben altijd de verantwoordelijkheid voor de slachting afgewezen. De Amerikaanse ambassade in San Salvador heeft zelfs lange tijd het bestaan van de moordpartij ontkend.

Het onderzoek in El Mozote drukt de in het nauw gedreven Salvadoraanse militairen en hun handlangers van de rechtse doodseskaders nog eens met hun neus op de feiten van een mogelijke nieuwe orde in El Salvador. Velen lopen de kans daadwerkelijk gerechtelijk te worden vervolgd wegens hun aandeel in de vaak uiterst bloedige repressie van de guerrilla en zijn verklaarde of vermeende sympathisanten. Een bericht afgelopen zondag in de New York Times, als zou er al enige weken een lijst circuleren met meer dan 110 namen van militairen die volgens een Salvadoraanse onderzoekscommissie moeten worden gedegradeerd of worden berecht wegens schending van de mensenrechten, onderstreept de hachelijke situatie waarin vele hogere Salvadoraanse militairen zich bevinden. De meest prominente onder hen die op de lijst voorkomen zijn minister van defensie generaal René Ponce en vice-minister generaal Juan Orlando Zepeda.

In een reactie op deze ontwikkelingen heeft een doodseskader met de naam Brigade Maximiliano Hernández Martnez gedreigd op 31 oktober een aantal prominenten van het FMLN te zullen executeren, alsmede functionarissen van ONUSAL, en binnen- en buitenlandse journalisten. De regering-Cristiani liet intussen weten dat het FMLN van plan was een aantal aanslagen op zichzelf te zullen plegen, om de regering in een kwaad daglicht te stellen. FMLN-commandant Joaqun Villalobos wees deze “informatie van de geheime dienst” als “absurd” van de hand.

De gebeurtenissen van de afgelopen dagen tonen aan hoe gespannen de situatie in El Salvador nog is. Op de achtergrond speelt de immense taak een oorlogseconomie om te bouwen tot een vredeseconomie. De regering-Cristiani heeft de donorlanden van El Salvador daartoe om meer dan 64 miljoen dollar hulp gevraagd. Duizenden gedemobiliseerde soldaten en oud-guerrilleros maken aanspraak op de schaarse hoeveelheid land in het kleine El Salvador. Het eens schatrijke sociale fonds van het leger dreigt binnen twee jaar leeg te bloeden wegens alle verplichte uitkeringen aan de nu werkloze deelnemers van het fonds.

Het opschuiven van de einddatum heeft voor het moment de druk van de ketel gehaald. Op de lange termijn lijkt er voor El Salvador geen andere optie te zijn dan de vrede, al is het maar omdat de tendens in heel Latijns Amerika zo is en omdat met name de Verenigde Staten af willen van een ook voor hen kostbaar conflict waaruit de Oost-West-angel allang is verwijderd.