Maximale effecten bij het Ph. Orkest van Sint Petersburg; Jansons dwingt en doseert

Concert: Philharmonisch Orkest van Sint Petersburg o.l.v. Mariss Jansons. Programma: Rossini, ouverture La Gazza Ladra; Schoenberg, Verklärte Nacht; Sjostakowitsj, Vijfde Symfonie. Gehoord: vrijdagavond in Grote Zaal Concertgebouw.

De ironie van de geschiedenis wil dat momenteel de symfonieën van Sjostakowitsj - welke de gezagsdragers in de Sovjet-Unie eerst wegens hun zogenaamd formalisme ongeschikt vonden om de muzikaal onontwikkelde massa's voor te zetten en die later door Westeuropese avant garde componisten werden veroordeeld wegens hun conservatieve vorm - tot de meest gespeelde werken van twintigste-eeuwse componisten behoren op het oostelijk zowel als op het westelijk halfrond.

De Letlandse dirigent Mariss Jansons bewees vrijdag op zeer overtuigende wijze dat die belangstelling - althans voor de Vijfde Symfonie - volkomen terecht is. Al in het programma voor de pauze, Rossini en Schoenberg, had Jansons enkele bijzondere stalen van dirigeerkunst gegeven. Zo viel meteen op dat hij het orkest een uiterste aan discipline in het samenspel weet op te leggen zonder dat ook maar een moment de muzikale expressie aan deze verregaande perfectie wordt geofferd. Dat Verklärte Nacht wat al te ingetogen klonk, waardoor de geëxalteerde sfeer van deze vroegere Schoenberg-compositie niet helemaal tot zijn recht kwam, het zij zo. De dwingende wijze waarop Jansons zijn visie op dit werk realiseert vormt ruimschootse compensatie voor het gesignaleerde manco.

Ik kan mij echter niet voorstellen dat enig dirigent momenteel Sjostakowitsj's Vijfde Symfonie indrukwekkender en met meer elektriserend elan kan laten doen klinken dan Jansons met het orkest van Sint Petersburg. Enerzijds bereikte hij een maximaal effect door met een uiterste aan precisie een veelvoud van contrasten en klankkleur, dynamiek en ritmiek aan te brengen. Bovendien verstaat Jansons hier als nauwelijks iemand anders de kunst zo te doseren dat ook het geringste detail zijn expressieve plaats in het dwingende muzikale geheel krijgt. Evenals Mahler transponeert Sjostakowitsj geregeld banale elementen naar zijn symfonisch werk. Ook de Vijfde is niet geheel vrij van deze elementen. Jansons maskeert ze niet, maar maakt ze tot een wezenlijk, nimmer storend onderdeel van een werkelijk muzikaal geheel, dat appelleert aan alle primaire menselijke emoties.

    • S. Bloemgarten