Keizerskroon

Op 9 april 1486 werd Maximiliaan nog tijdens het leven van zijn vader keizer Frederik III in Aken tot roomskoning gekroond met de rijkskroon (NRC Handelsblad, 21 oktober). Deze werd speciaal daarvoor uit Neurenberg overgebracht. Nog tweemaal liet hij deze kroon overkomen, in 1500 naar Augsburg en in 1509 naar Worms.

Op 4 februari 1508 liet Maximiliaan zich in Trente uitroepen tot "gekozen Roomskeizer'. Voor de rechtsgeldigheid kon hij zich daarbij beroepen op de Gouden Bul uit 1356. Met de titel "Rex romanorum in imperatorem promovendus' (roomskoning die tot keizer zal worden bevorderd) werd aangeduid dat de door de keurvorsten gekozen koning de factor keizerlijke rechten uitoefende, zonder dat de paus eraan te pas hoefde te komen. Door in de Gouden Bul de paus bewust niet te noemen werden de besluiten van Rhense (1338) opnieuw bevestigd: een keizer werd alleen door Duitsers gemaakt. Dat 5 van de 7 keurvorsten in 1518, dus nog tijdens het leven van Maximiliaan, bereid waren kleinzoon Karel tot roomskoning te kiezen duidt erop dat ook de keurvorsten de keizerstitel van Maximiliaan rechtsgeldig achtten.

Maximiliaan liet zich tijdens zijn leven nooit met de Rijkskroon afbeelden. Als hij met kroon werd afgebeeld was dat met zijn huiskroon (kroon met goudkleurige mijter, niet blauw). Symbool voor de rijkskoning werd de eenkoppige adelaar soms vergezeld van de rijkskroon. Symbool van de keizer en het Duitse Rijk werd de tweekoppige adelaar waarboven soms de kroon met de mijter (zoals op de Westertoren) prijkte. De huiskroon van Maximiliaan, waarvan vele afbeeldingen bestaan diende als voorbeeld voor de kroon van Rudolf II.