Geen verdere vervolging voor belediging columnist Komrij

AMSTERDAM, 27 OKT. Het gerechtshof in Amsterdam zal het openbaar ministerie niet opdragen over te gaan tot vervolging van de Amsterdamse hoogleraar tekstwetenschappen Teun A. van Dijk wegens belediging van de columnist en schrijver Gerrit Komrij.

In een vorige week genomen beschikking wijst het hof een verzoek hiertoe van Komrij - die door Van Dijk van “elitair racisme” was beschuldigd - af omdat het gerechtshof weinig “corrigerende betekenis” verwacht van strafrechtelijke vervolging en een daarop volgende openbare behandeling van deze zaak.

Het gerechtshof is wel van mening dat Van Dijk onvoldoende zorgvuldigheid in acht heeft genomen bij het uiten van de beschuldiging dat de auteur van het in 1990 gepubliceerde boek De ondergang van Nederland, land der naëve dwazen, niet Mohammed Rasoel maar in feite Komrij is. Dit boek is volgens het openbaar ministerie in Amsterdam kwetsend voor moslims. In februari besloot de officier van justitie mr. W.G.C. Mijnssen dat Rasoel wegens discriminatie zal moeten terechtstaan. Het verzoek van Komrij om Van Dijk eveneens te vervolgen, wegens smaad, werd afgewezen omdat justitie in deze geen rol voor het strafrecht zag weggelegd. Tegen die beslissing is Komrij nu tevergeefs in beroep gegaan bij het hof.

Het gerechtshof geeft in zijn beschikking Komrij wel grotendeels gelijk en verklaart ook het redelijkerwijs voor mogelijk te houden dat een strafrechter belediging, gepleegd door Van Dijk, bewezen zou achten. Het hof wijst er evenwel op dat Komrij zich “publiekelijk heeft kunnen verweren” tegen de beschuldigingen. Zo heeft Komrij in zijn column van 14 november 1990 in NRC Handelsblad Van Dijk “een publiciteitsgeile professor in een nep-wetenschap” genoemd die “in zijn verblinding niet is te stuiten”.

Komrij had als redenen voor het vragen van vervolging van de hoogleraar ook aangevoerd dat het “in het algemeen belang is om verloedering in het publieke debat tegen te gaan” en dat Van Dijk Komrij's mogelijkheden heeft aangetast om als schrijver geloofwaardig zijn werk te doen. Dat laatste argument wijst het hof af omdat de beweringen van Van Dijk “in de publiciteit geen stand hebben gehouden”.

De raadsman van Komrij, mr. G. Spong, zegt dat nog overwogen wordt de beschikking te gebruiken als een middel om langs civiele weg schadevergoeding te vorderen van Van Dijk. “Deze uitspraak levert daarvoor welkome munitie”, aldus Spong.

Komrij zegt blij te zijn dat Van Dijk door het hof “op alle punten op zijn vingers wordt getikt”. De uiteindelijke conclusie noemt hij verrassend. Over een civiele actie die een symbolische schadevergoeding zou kunnen opleveren “voor een stichting die zich werkelijk inzet tegen racisme” zegt Komrij nog te moeten nadenken. Maar echt enthousiast over een dergelijke juridische actie is hij niet. “Om iemand nu nog de kop af te hakken die al languit op de grond ligt, daar heb ik niet zoveel zin in”. Rasoel zal volgens Justitie waarschijnlijk in december moeten terechtstaan.