Financiers fel tegen fonds voor industrie

DEN HAAG, 27 OKT. De Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP) is fel gekant tegen de plannen van minister Andriessen (economische zaken) om een zogenoemd Industriefonds op te richten. Volgens de vereniging werkt zo'n fonds "concurrentievervalsend' en "marktverstorend' en voegt het niets toe aan het bestaande Nederlandse financieringsinstrumentarium.

De NVP schrijft dat in een notitie over het plan van Andriessen. Het Industriefonds moet een "oorlogskas' worden voor strategische industriële bedrijven die tijdelijk een financieel steuntje in de rug nodig hebben. Voor eenvijfde wordt het gevoed door het rijk, voor viervijfde met privaat kapitaal van banken, verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen. Andriessen sprokkelt op dit moment het geld bij elkaar. Bij de behandeling van zijn begroting in de tweede week van november brengt Andriessen de Tweede Kamer op de hoogte van de geboekte resultaten.

De NVP meent dat er geen behoefte is aan een dergelijk fonds, want uit internationaal onderzoek blijkt dat “vrijwel nergens in Europa bedrijven zo makkelijk worden gefinancierd als juist in Nederland”. De markt voor risicodragend vermogen heeft via de participatiemaatschappijen een omvang van 2,5 miljard gulden met een investeringsvolume van 600 miljoen gulden. “Binnen de participatiewereld bestaat de nodige concurrentie om financierbare bedrijven ook daadwerkelijk te financieren”, meent de NVP.

Als de overheid met deze uitkomsten niet tevreden is, moet worden gevreesd dat het Industriefonds tegen andere - dus marktverstorende voorwaarden - gaat opereren, concludeert de NVP. Daarvan zal een neerwaartse werking uitgaan op de prijs van ondernemingsfinanciering en het verlaagt de rentabiliteit van de private financiers van risicodragend vermogen. Zo wordt het paard achter de wagen gespannen, menen de participatiemaatschappijen.

NVP-voorzitter Vervoort trekt een vergelijking met de Maatschappij voor Industriële Projecten. Deze maatschappij werd in 1982 opgericht als uitvloeisel van de voorstellen die de commissie-Wagner had gedaan voor een reveil van het industriebeleid. De MIP had tot taak op eigen initiatief kansrijke projecten in de industrie en commerciële dienstverlening op te zetten. “Als het erom gaat bedrijven als DAF, Nedcar en Fokker te helpen dan hebben we daar geen problemen mee”, zegt Vervoort. “Dat zijn bedrijven waar de markt minder snel in stapt”. De rest van het Nederlandse bedrijfsleven wordt door de participatiemaatschappijen “effectief bediend”, aldus de NVP.