De Moor is vrouwelijk Ons Erfdeel, 35ste ...

De Moor is vrouwelijk Ons Erfdeel, 35ste jrg.nr.4. 157 blz. 22

Het stinken van Jünger Yang 154-155. Ernst Jünger. 255 blz.28. Postbus 245 B-9000 Gent 1

Literatuur is een mummie De Brakke Hond 35. 158 blz.13. Verdussenstraat 13, 2018 Antwerpen

De Moor is vrouwelijk

Niet bekend

K.Osstyn reageert met "Margriet de Moor en de vrouwelijke mythe' op haar eerdere werk en de roman Eerst grijs dan wit dan blauw uit 1991. “De Moors introspectie, vrouwelijk van affiniteit en specifiek op vrouwen gericht, heeft iets bijzonders, zeker voor mannelijke lezers, die er dat typisch vrouwelijke in menen te herkennen.”

De aandacht is gescherpt. Wat zou dat typisch vrouwelijke zijn?? “Vrouwen vinden wat De Moor schrijft allemaal heel vanzelfsprekend. (-) Haar vrouwen zijn stuk voor stuk kinderlijk gevoelig, tobberig en impulsief.”

Wat Osstyn verder wil zeggen is dat "vrouwen en mannen zich nu eenmaal moeilijk helemaal in elkaar kunnen inleven', in werkelijkheid en ook in de literatuur. De "vrouwelijke toets' van De Moor ligt volgens Osstyn speciaal in haar snel wisselende perspectieven en perioden, een zekere onlogische chaos dus, alsmede in "die suggestiviteit'.

Anna Bijns Stichting, bent u nog daar?

Ons Erfdeel, 35ste jrg.nr.4. 157 blz. 22

Het stinken van Jünger

De kwalificatie "degelijk' is ook van toepassing op het dubbele themanummer van het Vlaamse blad Yang over Ernst Jünger. Samenstellers Hans Vandevoorde en Gerrit Jan Kleinrensink voelen zich in hun "Verantwoording' niet geroepen hun keuze voor juist de omstreden Jünger te verantwoorden. Zijn kwalijke kanten - de essayist, insektenkenner, soldaat in twee wereldoorlogen, journalist, filosoof en dagboekauteur leverde als rechts-reactionair een uiterst belangrijke bijdrage aan het nationaal-socialisme - worden in Yang echter niet verdonkeremaand. In de "Verantwoording' staat dat dit nummer hoofdzakelijk door wat jongere beschouwers gemaakt werd, waardoor “een generatie werd aangeboord voor wie de omstreden positie van Jünger blijkbaar niet zo'n belangrijk punt van overweging was”.

In Nederland is vergeleken met Frankrijk, België, en Duitsland natuurlijk weinig belangsteling voor Ernst Jünger. De Arbeiderspers deed moeite door de Parijse Dagboeken te publiceren en in Maatstaf regelmatig de aandacht op hem te vestigen, maar noch extreem rechtse noch literaire kringen gaven Jünger de betekenis die hem hoe dan ook toekomt. Dat zal misschien over tweeënhalf jaar veranderen, als hij honderd wordt.

De nadruk in Yang ligt op Jüngers eerste levenshelft, van 1895 (Heidelberg) tot omstreeks 1939, toen hij met Auf den Marmorklippen afstand nam van Hitlers naziregime. Kleinrensink sprak met Louis Ferron, die met zijn boek Plicht (1981) een sleutelroman over Jünger schreef. “Eigenlijk heb ik alleen belangstelling voor de vroege Jünger omdat hij als een pars pro toto voor zijn periode stond en omdat ik mij bezig hou met die grensgevallen van fascisme (-). Dat politieke schemergebied heeft me altijd beziggehouden en daar viel Jünger ook in te plaatsen en daar had ik een polemische bedoeling mee door begrip te willen kweken en inzicht te geven in hoe het allemaal ontstaan was en dat het misschien lang niet zo demonisch was als wij het gemaakt hebben als gevolg van de oorlog en de bezetting.”

Ferron bestrijdt met curieuze argumenten dat Jünger een "proto-fascist' zou zijn: “Nee, daar was hij te beschaafd voor, en hij was een visionair en dat mag je op papier best zijn.” Literair gezien vindt hij Jünger overigens te esthetisch, "bloedeloos' - “hij had wel wat meer naar de werkelijkheid mogen stinken ja.”

Yang telt vijftien bijdragen over Jünger, enkele flinke fragmenten uit zijn werk, een stuk interview van Der Spiegel uit 1982 en een Nederlandse en een Vlaamse bibliografie. Jan Ipema, germanist en historicus, werkt aan een biografie van Jünger. Hier beschrijft hij de Jünger-receptie in Nederland, en tevens de reaktie van de schrijver op zijn ervaringen in de Eerste, verloren Wereldoorlog. Hij onderscheidt een literair-esthetische laag en een programmatische, waarin de schrijver/soldaat "Künder einer neuen Rasse' is. “In de literair-esthetische laag is Jüngers werk over de Eerste Wereldoorlog indrukwekkend en overtuigend, het programmatische is echter door zijn mythologiserende karakter tot een gevaarlijk koketteren met duistere machten verworden.”

Opvallend veel filosofisch geschoolden schrijven in dit rijke dubbelnummer van Yang over Jünger.

Yang 154-155. Ernst Jünger. 255 blz.28. Postbus 245 B-9000 Gent 1

Literatuur is een mummie

Traditiegetrouw bevat het herfstnummer van het Vlaamse driemaandelijkse literaire tijdschrift "met neus' De Brakke Hond de winnende verhalen van de jaarlijkse prozawedstrijd. Ze zijn van Eduard van Riel (eerste prijs), Christine Van den Hove (de tweede); meer prijzen konden dit jaar klaarblijkelijk niet toegekend worden. Van Riel (1963, studeerde geschiedenis) won de Eerste Prijs met een verhaal dat hij al een paar maanden eerder in Sic publiceerde, "Pijn'. In "Gember' van Van den Hove (1957) nemen twee minnaars op gepaste wijze afscheid van elkaar, een fotograaf en een keukenprinses. Het verhaal geeft tegelijkertijd een recept voor pompoensoep. “Franks handen gleden iets hoger, iets meer naar voor, tot net onder haar borsten. De belletjes in de soep werden groter en de hele pot begon te bubbelen. Bella draaide het vuur op de laagste stand.”

Verder in dit nummer: een voorpublikatie uit Het laatste boek van Paul Claes dat reeds verschenen is bij De Bezige Bij, en een eveneens als voorpublikatie bedoeld fragment uit Hard tegen hart, een reeds bij Houtekiet verschenen polemisch boek van oud-uitgever Julien Weverbergh over het literaire klimaat in Vlaanderen. “Ik betwijfel trouwens sterk of "schrijven', en zeker het schrijven van proza, ooit een authentieke expressievorm oftewel kunst is geweest. Het produceren en consumeren van leestekens zou wel eens een voorbijgaande cultuurfase in de ontwikkeling van de homo sapiens kunnen blijken. (-) Leestekens zijn een overbodig communicatiemiddel, ergo: literatuur een met stro gevulde mummie.”

Weverbergh geeft toe dat hij overbodige "romannetjes' geschreven en ook zulke uitgegeven heeft. Liever wijdt hij zich aan “polemiek, kritiek en beschouwing, die minstens zoveel creatieve inzet, inspanning en taalbeheersing eisen als het schrijven van de doorsnee romannetjes waarmee "men' denkt literatuur te bedrijven”. Het hier opgenomen fragment over de dichter Eddy van Vliet klinkt net zo barok als de polemische serie "De bossen van Vlaanderen' van Bart de Man, die in dit nummer Brigitte Raskin te grazen neemt.

De Brakke Hond 35. 158 blz.13. Verdussenstraat 13, 2018 Antwerpen