DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ; Een schaker zonder charisma

DRS. P. BUKMAN (CDA) Begroting: 3.047 miljard Aantal ambtenaren: 11. 735 Belangrijkst beleidsdocument: Structuurschema groene ruimte Drie jaar oud is het kabinet Lubbers III nu, tijd voor een tussenbalans. Vandaag het tweede deel van een serie evaluerende portretten: P. Bukman, minister van landbouw, natuurbeheer en visserij.

DEN HAAG, 27 OKT. Op het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij aan de Haagse Bezuidenhoutseweg leidt tuinderszoon P. Bukman de verdediging van de agrarische sector. Vanuit Brussel legt de EG gevoelige prijsverlagingen op om de produktie te verminderen, in Nederland slaat de milieubeweging alarm over de mestoverschotten en op zijn eigen ministerie woedt al jaren een ambtelijke guerrilla-oorlog.

De 58-jarige Bukman nam twee jaar geleden het roer over van G. Braks, de "varkensboer uit Brabant' die struikelde over de visserijfraude. Braks ging, verongelijkt en aangeslagen, maar de problemen bleven. De landbouwsector zit op de beklaagdenbank: overschotten, vervuiling, hormoonspuiterij en fraude. Bukman heeft nog maar één doel: voorkomen dat zijn ministerie op de mestvaalt van de Haagse politiek belandt.

De wisseling van Braks naar Bukman leek aanvankelijk de Nederlandse positie in Brussel te verslechteren. In de burelen van de Europese Commissie en de Raad, waar de belangrijkste landbouwbeslissingen worden genomen, was Braks een oude bekende. Ooit werkte hij er als Nederlands ambtenaar, vanaf 1980 kwam hij er als minister. Met zijn hoekige optreden, vechtlust en zijn motivatie bouwde Braks in Brussel autoriteit op, maar ook in de veemarkthallen waar hij boze boeren het "slechte nieuws' moest vertellen. “Braks sprak de boerentaal, hij had charisma”, zegt J. Mares, voorzitter van het landbouwschap.

Bukman heeft een andere stijl. Hij is milder in woordkeus, escaleert niet zo snel als de bewogen Braks. Maar Bukman komt afstandelijk en nonchalant over. Veel boeren ervaren hem als ijdel en glad. Hij mist het charisma van Braks.

Maar Bukman is wel een "koele berekenaar'. Hij houdt in de ministerraad geen meeslepende toespraak over het nut van de Nederlandse landbouw, maar schaakt. Maandenlang leidde Bukman in Brussel de verzetscoalitie tegen de plannen van de Ierse landbouwcommissaris McSharry om de prijzen drastisch te verlagen en de boeren inkomenstoeslagen te geven. Maar de meerderheid van de EG-lidstaten was voor. Bukman ging overstag. Nu de betaalbaarheid van de McSharry-plannen in gevaar komt, is hij weer de eerste die in de aanval gaat.

Aan het thuisfront laat de successtory van de Nederlandse landbouw zich niet meer verkopen. Nederland is na de VS de belangrijkste exporteur van agrarische produkten maar de sector dreigt te bezwijken onder zijn eigen succes: landbouw stuit op de grenzen van het milieubehoud. In 1982 werd daarom al de directie natuurbehoud van het toenmalige ministerie van CRM naar landbouw en visserij overgebracht. De politici hadden water en vuur bijeengebracht. Ambtenaren op landbouw, vaak boerenzonen die na een studie in Wageningen het corps agricole vormden, moesten niets hebben van wat ze zagen als "bebaarde milieufreaks', de "softies van CRM met hun PPR-cultuurtje'.

De boerenzonen wilden produceren en exporteren, de directie natuurbeheer ging aan de rem hangen. Na de val van Braks wilde de politiek een staatssecretaris voor natuurbeheer om "milieu' op het landbouwministerie een gezicht te geven. De burgemeester van Haaksbergen, J. D. Gabor, kreeg de post, maar hij was ervanaf het begin ongewenst. Bukman liet de pedant overkomende staatssecretaris links liggen. Vorig jaar deed Gabor zichzelf de das om. Hij verweet ambtenaren “puur sectordenken” en werd daarop gedwongen zijn excuses aan te bieden. Hij geldt sindsdien in Den Haag als "mislukt'. Maar Gabor mislukte omdat hij moest mislukken, van Bukman én van de ambtelijke top.

Het departement heeft de cultuurschok tussen landbouw en milieu nooit goed kunnen verwerken: ambtenaren voerden permanent oorlog, het management op het ministerie werd autoritair, de ambtelijke top deinsde niet terug voor trucs uit de doos van het stalinisme. De situatie liep uit de hand omdat Braks zich voor beleid interesseerde, niet voor het management. Hij liet de gang van zaken op het departement over aan T. Joustra, de secretaris-generaal, die met zijn plaatsvervanger, M. Brabers, een schrikbewind uitoefenden.

Bukman begon met een reorganisatie maar hij durfde het niet aan de bezem door het departement te halen. Er werd een "open sfeer' afgekondigd, de top moest luisteren naar wat er op de ambtelijke werkvloer leefde, en het milieu werd tot natuurlijk component van het landbouwbeleid uitgeroepen. "Zwaluw-project' werd het toverwoord.

Het ministerie ging in collectieve sensitivity-training, kosten noch moeite werden gespaard om ambtenaren tijdens weekeinden in bosrijke gebieden te laten mediteren over de onderlinge werkverhoudingen en de toekomst van de landbouw. Het rapport van de onderzoekscommissie-Kroes, dit voorjaar, was vernietigend over de oude structuren maar de departementale top wees inmiddels op zijn beleden inkeer. Bukman, berucht door de harde hand waarmee hij als voorzitter van het CDA (1980-1986) de drie bloedgroepen in zijn partij opstelde in de slagorde Davids, spaarde echter op zijn departement de ambtelijke top. “Hij is ambivalent”, vinden zijn critici. Bukman laat de perestrojka uitvoeren door de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor de stagnatie.

Bukman wil alle hens aan dek houden. Het departement wordt genoemd om bij de volgende kabinetsformatie te verdwijnen. Wat is het nut van een ministerie met bijna 12.000 ambtenaren voor circa 100.000 boeren, met een begroting van slechts drie miljard gulden, terwijl de echte beslissingen in Brussel worden genomen? Het ministerie kan wel verdwijnen, zo vinden sommigen: Natuurbeheer naar VROM, de onderwijspoot (30 procent van de begroting) naar Onderwijs en de produktiepoot naar Economische Zaken. De landbouwlobby is in koor tegen en de mediterende ambtenaren zijn verenigd in hun overlevingswil.

Onlangs kwamen zij met het "structuurschema Groene Ruimte', een dikke nota waar het departement zich aan vastklampt. Bukmans ministerie wil het voortouw nemen bij de ruimtelijke ordening. Het onlangs ingestelde Groenfonds dat oploopt tot enkele honderden miljoenen wordt door het ministerie beheerd. In de laatste zitting voor de zomer ging het kabinet akkoord met het "Groene plan' van Bukman. Hij schaakt en steekt zijn ministerie in een groen jasje om het voor opsplitsing te behoeden.

    • Derk-Jan Eppink