Clinton rekent op machtige fiscus

De beste president voor Amerika is nog niet het beste voor Nederland. Het is merkwaardig dat de meeste Kamerleden in hun antwoord op een peiling naar hun voorkeur alleen keken welke kandidaat ideologisch het dichtste bij hen zat. Ze hebben nauwelijks afwegingen gemaakt over het Nederlandse nationale belang in de wereld, waar ze beroepshalve toch voor opkomen. In dat opzicht zijn er grote verschillen tussen de kandidaten. De internationaal georiënteerde Nederlandse zakenlieden die volgens een ander onderzoek een geringe voorkeur voor Bush hadden, dachten wel aan hun kant van de zaak. Hun lichte sympathie voor de conservatieve Bush was waarschijnlijk geen aanbeveling van de onbarmhartige Amerikaanse samenleving maar van hun eigen zakelijke belangen. Toch is het dit jaar moeilijk uit te maken welke president de Europese of Nederlandse belangen het beste zou dienen.

In 1988 was George Bush de beste kandidaat voor Europa. Deze eurocentrische patriciër van de oostkust van de Verenigde Staten had meer ervaring met buitenlands beleid dan Michael Dukakis, de onbekende gouverneur van Massachusetts. Hij had misschien meegeblunderd in sommige werelddelen (Iraq-gate, Iran-contras-affaire) maar Europa was daarvan gevrijwaard gebleven. De Republikeinen hadden na de herverkiezing van Reagan een goede relatie met de Sovjet-Unie opgebouwd. Er was vertrouwen tussen Michail Gorbatsjov, Ronald Reagan en George Bush. In de precaire afwikkeling van de Koude Oorlog kwam deze voorspelbaarheid goed van pas. De Dukakis die zich gehelmd aan het stuur van een tank liet afbeelden, was weinig kalmerend. Bush en zijn minister van buitenlandse zaken Baker hadden geen briljante visie maar opereerden rustig en effectief bij de onderhandelingen over de Duitse eenwording. Het nieuwe Duitsland werd zelfs opgenomen in de Navo. Ondanks de dreiging dat de Westerse coalitie na het einde van de Koude Oorlog uiteen zou vallen bij gebrek aan gemeenschappelijke tegenstander wist Bush eenheid te scheppen bij de Golfoorlog. Bush is de eerste Amerikaanse president die Nederland heeft bezocht en hij kwam zelfs nog een keer terug.

Bush is bij uitstek de vrijhandelskandidaat. Hoewel bijna geen Amerikaanse kiezer begrijpt wat de Gatt-besprekingen over tariefverlaging betekenen, heeft hij ze een prominente rol laten spelen in zijn herverkiezingscampagne. Vrijhandel is voor hem de weg om deregulering en laissez faire tot de rest van de wereld te laten doordringen. Zelfs voor groepen vijandige kiezers heeft hij open handelsgrenzen door dik en dun verdedigd.

Vrijhandel schept niet alleen maar banen. Voor voormalige werknemers van autofabrieken en elektronica-concerns die hun baan verloren aan de aggressieve marktveroveringspraktijken van Japan en Korea, is dat al te duidelijk. Maar de grote handelseconomie van het kleine Nederland heeft baat bij open grenzen. Toch heeft Bush op zijn vrijhandelsouvertures weinig respons gehad van Europa. Frankrijk is in Brussel bezig met het invoeren van een tweede Napoleontisch continentaal stelsel. Hoewel de EG-praktijken bij exportsubsidie voor oliehoudende zaden tot twee keer toe zijn veroordeeld door de Gatt is de EG niet bereid haar gedrag te corrigeren. Een handelsoorlog met een Amerika onder een open president heeft Brussel aan zichzelf te wijten. Bush, die bij zijn herverkiezing deelstaten nodig heeft, waar de door de EG geschade sojaboonproducenten werken, zal gedwongen zijn om strafmaatregelen te nemen.

Clinton is net als Bush internationalist en vrijhandelaar maar hij is gevoeliger voor de rancune van sommige kiezers tegen het buitenland, dat alleen maar zou profiteren van een vrijgevig Amerika. Hij steunt op een protectionistische vakbond. In de Democratische partij zijn machtige groepen, die het roer van de internationale handel willen omgooien. Clinton wenst geen tariefmuren maar wel meer overheidssteun voor bedrijven.

Het enorme begrotingstekort moet worden bestreden door rijken én buitenlandse bedrijven in Amerika "hun eerlijke deel' van belastingen te laten betalen. Het is een typische politieke techniek om de mogelijke pijn voor kiezers op de buitenstaanders af te wentelen. Clinton verwacht dat het 45 miljard dollar per jaar extra zal opleveren. Ongetwijfeld weten heel wat bedrijven te manipuleren met wisselkoersen en kostenverschuivingen om de Amerikaanse fiscus te ontlopen maar Clinton verwacht wel een erg hoog bedrag van een hard optredende belastingdienst. Als een van de grootste investeerders in Amerika leidt Nederland schade van een dergelijk beleid. Het gaat niet alleen om Shell en Philips maar ook om pensioenverschaffers, die hun geld aan de overzijde van de oceaan hebben. Uiteraard zal Clinton het nooit te ver kunnen doordrijven omdat de investeerders anders uit Amerika zouden vertrekken. Amerika is afhankelijk geworden van buitenlands geld. Toch werpt dit plan geen gunstig licht op Clinton. Ross Perot gaat nog veel verder. In een van de vier zinnen bij zijn campagneverschijningen valt het woord foreign in negatieve betekenis. Hij heeft nationalistische ideeën over de economie.

Onder het presidentschap van Bush heeft de KLM een omstreden samenwerkingsovereenkomst met luchtvaartgigant Northwest kunnen sluiten. Nederland heeft met de Verenigde Staten een overeenkomst voor open luchtruimen kunnen sluiten. Wie in Nederland verantwoordelijk is voor dat akkoord kan niet genoeg worden geprezen. Het is eenzijdig in het Nederlandse voordeel. Nederland stelt zijn handjevol vliegvelden open voor de Amerikaanse luchtvaart en krijgt er de helft van de wereldluchtvaartmarkt voor terug. Dergelijke deals zouden onder andere presidenten wel eens moeilijker kunnen worden.

In de meest directe zin is herverkiezing van Bush dus in het belang van Nederland. Maar op de lange termijn lijdt ook de buitenlandse politiek onder een president die op binnenlands gebied lui is. Het wakkert isolationisme aan. Ross Perot weet al gebruik te maken van de bittere gevoelens over de reizende president. Sinds zijn voormalige minister van justitie in november vorig jaar in Pennsylvania door een onbekende Democraat voor de Senaat werd verslagen, lijkt hij zich te hebben teruggetrokken uit de internationale politiek. Beschamend was zijn reis met directeuren van autofabrieken naar Japan. Het bracht hem zelfs tot overgeven. Een uitgehold Amerika is niet goed voor Nederland. Dat verliest zijn transatlantische bescherming tegen te grote oveheersing door middelgrote Europese machten. Voor Europa is het nog steeds de enig mogelijke leider, zo bleek uit het geschutter bij afgelopen crises.

Er zijn overheidsinitiatieven nodig in Amerika. Bush leeft nog in de tijd dat bedrijven concurreerden om schaarse werknemers met prachtige plannen voor ziektekostenverzekering en dat de vrije markt steun kreeg van het uitdijende Pentagon. Met meer zelfvertrouwen kunnen de Amerikanen beter aan het internationale verkeer meedoen.

Clinton is internationaal onbekend maar hij heeft twee jaar in Oxford gestudeerd en had als gouverneur van een kleine deelstaat veel gelegenheid voor buitenlandse reizen. Soms wil hij meer internationale betrokkenheid dan Bush. Hij is voor meer militaire interventie. Zo bepleitte hij Amerikaanse militaire aanwezigheid in Bosnië. Aan de andere kant moet de defensiebegroting nog verder omlaag dan bij Bush. Vandaar dat uitdrukkingen als havik en duif niet meer van toepassing zijn bij deze campagne van na de Koude Oorlog. Hij wil het grote China harder aanpakken op het gebied van mensenrechten maar anderzijds wil hij niet terugkeren naar het moralisme van Democratisch president Carter. Dit jaar ligt het dus niet zo voor de hand welke kandidaat het beste voor het buitenland, Europa en voor Nederland is.

    • Maarten Huygen